Boekrecensie Food is fictie

Waarom een ketchupfles róód moet zijn, en andere smakelijke verhalen over eten (drie sterren)

Rasverteller Linda Roodenburg brengt smakelijke verhalen over voedsel, met veel geinige weetjes. Al is het grotere verband vaak moeilijk te ontdekken.

Beeld Deborah van der Schaaf

We leven in een tijd waarin alles ‘een verhaal’ moet hebben. Niets, zo lijkt het, kan nog voor zichzelf spreken. Als dat érgens voor geldt, dan is het wel voor eten. Voedsel is allang niet meer louter een brandstof om de dag door te komen, het is de uitdrukking geworden van een leefwijze, van de idealen die iemand aanhangt, van de sociale groep waartoe hij wil behoren. Met wat je eet, laat je zien wie je bent.

Voedselreclames staan vol van beloften: voor een gezonder leven, een slanker lijf, een mooiere huid, een gelukkiger bestaan (met meer tijd voor jezelf). Om dat te verkopen aan de consument, zijn verhalen nodig.

Die verhalen over voedsel zijn het onderwerp van Food is fictie/ Food is fiction, het nieuwe, tweetalige boek van Linda Roodenburg, fotograaf en schrijver over voedsel en voedselculturen, tevens oprichter van het eerste virtuele voedselmuseum (foodmuseum.nl).

De noodzaak om verhalen te vertellen over eten begint met het ontstaan van de moderne voedselindustrie in de 19de eeuw; vóór die tijd aten we gewoon wat er te krijgen was. Opkomende voedselfabrikanten als Liebig (vleesextract), Van Houten, Verkade en Van den Bergh en Jurgens (het latere Unilever) voelen de behoefte om hun producten aan te prijzen bij de consument. Niet voor niets worden in die tijd ook de eerste reclamebureaus opgericht.

Maar reclame neemt pas echt een hoge vlucht met de intrede van supermarkten na de Tweede Wereldoorlog, als voedselfabrikanten op het schap met elkaar moeten strijden om de gunst van de consument. Daarvoor zijn reclamebureaus nodig, die opkomen als luizen op een zeer hoofd.

Ambachtelijkheid en authenticiteit

Reclames, laat Roodenburg zien, zijn een spiegel van de tijdgeest. In de eerste reclames voor voedsel uit de fabriek werd de nadruk gelegd op de hygiënische en moderne bereidingswijzen. Het woordje ‘stoom’ in de aanhef gold als aanbeveling. Tegenwoordig wordt de industriële herkomst van producten zo veel mogelijk verdoezeld door de nadruk te leggen op ambachtelijkheid en authenticiteit. Reclamemakers moeten het gat overbruggen dat is ontstaan tussen ons en ons voedsel. Een ‘spagaat’, aldus Roodenburg.

Hoe normen veranderen laat het voorbeeld zien van Chiquita, dat in de jaren negentig van de vorige eeuw zijn bananen nog kon aanprijzen met een poster van een jonge zwarte vrouw, slechts gekleed in gele bananen. In onze tijd zou dat een typisch gevalletje #MeToo zijn, verzwaard met beschuldigingen van racisme.

Linda Roodenburg: Food is fictie/Food is fiction
Nai010; 272 pagina’s; € 22,95.
Drie sterren

‘De autoriteit’ is altijd een hoeksteen van reclame geweest. Waren dat vroeger vaak dokters in witte jassen, tegenwoordig worden daarvoor beroemdheden aangezocht als George Clooney (Nespresso) en tennisser Roger Federer (pastafabrikant Barilla). Wat zij aan deskundigheid tekortkomen, maken ze goed met hun uitstraling.

Reclame schept zijn eigen wetten en grammatica. Zo moeten biologische groenten worden aangeboden in ruwe houten kisten of met modder besmeurde knuisten, moeten salades worden aangeprezen door slanke blonde vrouwen en hoort ketchup in een rode fles. Daar kwam fabrikant Heinz achter toen die een nieuwe ketchup verpakte in een groene fles. Het product flopte.

Roodenburg is een rasverteller, ze dist het ene na het andere smakelijke verhaal op, rijkelijk voorzien van beeldmateriaal. Met als hoogtepunt de foto van de Amerikaanse oud-president Ronald Reagan en zijn vrouw Nancy, ieder gezeten voor hun eigen TV dinner.

Gastrofysica en foodporn

Van alles en nog wat passeert de revue: de revolutionaire voedselideeën van de Italiaanse futuristen, de symbolische betekenis van afbeeldingen op Afrikaanse pannendeksels, het voedsel van astronauten en vliegtuigpassagiers, de opkomst van gastrofysica en foodporn (een term die overigens al dateert uit 1976).

Stuk voor stuk interessante verhalen, met veel geinige weetjes (het consumeren van moorkoppen en chocoladesinterklazen wordt door sommige antropologen beschouwd als een onderdrukte neiging tot kannibalisme), maar het verband ertussen is moeilijk te ontdekken.

Gaandeweg verliest de auteur zich in haar enthousiasme en raakt de rode draad – de invloed van verhalen en beelden op ons eten – uit zicht. Dat maakt Food is fictie meer een anekdotisch dan een analytisch boek. Een samenhangende visie op het onderwerp blijft uit.

We moeten het doen met een aantal rake observaties. Zoals de verklaring waarom in de muziek of de kunst wel met nieuwe vormen kan worden geëxperimenteerd, maar in smaken niet. ‘Het kijken naar een onbegrijpelijke kunstvideo of het luisteren naar een ontoegankelijk stuk muziek is niet dodelijk, maar onbekende smaken kunnen dat wel zijn.’ Dat is geen verhaal, dat is echt waar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.