Waarom de Nobelprijs voor Bob Dylan volkomen terecht is

Volgens Wouter van Oorschot had hij zelfs de Nobelprijs voor de Vrede mogen krijgen

Toch nog onverwacht: de Nobelprijs voor de Literatuur 2016 gaat naar Bob Dylan. Ex-uitgever Wouter van Oorschot (64) legt uit waarom de toekenning volkomen terecht en Dylans 500 songteksten samen zo'n hecht bouwwerk vormen.

Bob Dylan in 2002 Beeld anp

'In het huis des Heren zijn vele kamers', zo wil het gezegde. Voor het Huis der Schone Letteren geldt dat eens te meer. Daarin hebben minstrelen en chansonniers die méér kunnen dan rijmen terecht hun eigen kamer. Men kan er onder meer Randy Newman, François Villon, Georges Brassens, Joni Mitchell, Leonard Cohen, Jacques Brel en Captain Beefheart aantreffen, en wie weet zelfs Joop Visser, J.M.W. Scheltema en met een beetje goede wil zélfs Herman van Veen. Niet allen zijn even goed maar Nobelprijswinnaar Bob Dylan is een onomstreden 'grote' in het genre.

Tegen Dylans inlijving in de Literatuur brengen hooggeleerden steevast in: 'Alleen wat op papier beklijft, telt'. Jegens minstrelen zoals hij is dat een hoogmoedige huiskamerontkenning van aardse als gelijkwaardig aan cerebrale schoonheid. Dichters als Derek Walcott en Wis¿awa Szymborska kregen de Nobelprijs voor literatuur eerder toegekend, best 'maar zij maakten er geen muziek bij' om met Gerard Reve te spreken. Of Dylan ooit die eer ten deel zou vallen - het zal hem koud gelaten hebben. Nog verre van wereldster, 'dichtte' hij als 23-jarige vol zelfspot immers:

'I'm a poet'

'Now they asked me to read a poem. At the sorority sisters' home. I got knocked down and my head was swimmin' I wound up with the Dean of Women Yippee! I'm a poet, and I know it. Hope I don't blow it'

Het leidt geen twijfel dat Dylans muziek hem zónder zijn teksten geen wereldroem zou hebben gebracht. Die is op zijn best verdienstelijk, niet uitzonderlijk. Wel staat zij dermate knap in dienst van zijn teksten, dat vrijwel geen muzikale uitvoering ervan door anderen te pruimen valt: alleen in Dylan zelf komt de symbiose tot stand die zijn kunstenaarschap uniek maakt.

De drie constante thema's in Dylans werk zijn de ontoereikendheid van de liefde, zwerverslust en - in iets mindere mate - religiositeit. Motieven binnen die thema's zijn sterk gebonden aan periodes, al duiken zij altijd wel weer ergens op: politiek, kunst en drugs (jaren 1962-'66), familie ('67-'74), mystiek en geloofsbelijdenis ('75-'83), sterfelijkheidsbesef en zelfreflectie ('84-heden).

Hecht bouwwerk

Zijn œuvre is doordesemd van mythen, legendarische figuren, bijbelteksten, humor en zwartgalligheid. Tezamen vormen zijn ruim 500 'liedteksten' een hecht bouwwerk dat één, overigens nooit expliciet uitgesproken hoofdthema zichtbaar maakt: het is wenselijk dat de mens zijn individualiteit ontplooit als hij zijn kwetsbaarheid recht wil doen en behouden.

Daarover hoeft niet langer nagedacht te worden maar dat kan niet zonder Dylans oeuvre te miskennen. De verfijnde paradox die in dat hoofdthema besloten ligt, kan beurtelings worden opgevat als een emotionele, politieke en desgewenst zelfs als een religieus geïnspireerde stellingname tegenover een mensheid die ertoe neigt om het individu dat zich niet aanpast aan de groepsnorm belachelijk te maken, te discrimineren, isoleren, kleineren, manipuleren, mishandelen, onderdrukken of desnoods te vermoorden, als het even kan in naam van een of andere god.

In de ganse, rampzalige twintigste eeuw en zijn tot dusver bloederig gebleven vervolg is geen kunstenaar te vinden die deze 'stelling' zo overtuigend en verbazingwekkend gevarieerd voor het voetlicht bracht als Bob Dylan. Alleen dát rechtvaardigt reeds de toekenning van de prijs die hem ten deel gevallen is. En zou hij die voor de Literatuur onwaardig zijn geweest, dan toch op zijn minst wel die voor de Vrede. Immers wanneer het zichzelf tegen de clan beschermende individu in vrede met zichzelf leeft, draagt hij aan de wereldvrede bij.

Dylans wereldwijd gewaardeerde kunstenaarschap kan niet worden losgezien van de Pax Americana in de twintigste eeuw: welvaart in democratieën naar westers model, de hoge vlucht van de muziekindustrie en de communicatietechnologie, de mondiale verbreiding van het Anglo-Amerikaans en de opkomst, midden jaren vijftig, van het tot dan toe volstrekt onbekende fenomeen 'jeugdcultuur'.

Azijnpissers

Azijnpissers vinden in deze randvoorwaarden reeds voldoende bewijs voor de inferieure kwaliteit van zijn oeuvre. Ze vermogen niet in te zien dat Dylans opkomst samenviel met de belangrijkste geestelijke omslag die de westerse mens sinds de Verlichting maakte: de overgang van eng-nationalistisch naar individualistisch denken. Deze vond plaats tussen 1955 en 1975 en Dylan stond er van zijn 14e tot zijn 34ste middenin: 'kind van zijn tijd'.

Opmerkelijk genoeg ligt de kern van zijn oeuvre, hoewel nergens expliciet verwoord, voor het oprapen. Het is zijn principiële afwijzing van 'liefdes worggreep': de onwil om de geliefde te blijven van wie je emotioneel afmat, uitzuigt, voor wie je het eeuwige middelpunt bent, die bereid is zichzelf weg te cijferen zolang jij maar blijven wil, en wiens leven zonder jou 'zinloos' is. Tegen deze 'worggreep', resultaat van een liefdesmoraal die door een eeuwenoude falanx van religie en staatshuishouding is ontstaan en vooral na de Tweede Wereldoorlog door Walt Disney en traditionele popmuziek werd geperverteerd, zette Dylan zich af.

'Antimoraal'

Hem komt de verdienste toe, als eerste de lokroep af te wijzen van het type 'onvoorwaardelijke' liefde dat niet meer wil zijn dan een onvolwassen uiting van rigoureuze bezitsdrift, welke de individualiteit van de mens tot in de kern aantast en dus zijn liefde ombrengt.

Sporen van deze 'antimoraal' zijn in Dylans gehele œuvre ruimschoots voorhanden, meestal verstopt in enkele regels maar vaak ook in afgeronde teksten ('Most likely you go your way and I'll go mine'). Literaire betweters beschuldigden hem van vrouwenhaat, maar op termijn werd er de vagere term 'putdownsongs' voor bedacht: liedjes waarin de liefhebbende partij geestelijk de grond ingetrapt wordt. Welnu: Dylans verstandhouding met het andere geslacht is niet onproblematisch maar dat is de kern van het door hem opgeworpen 'probleem' zeker niet.

Liefde

Niet de heteroseksuele liefde maar de liefde zélf is de kwestie: zij dient als vehikel voor het aan de orde stellen van zijn veel ingrijpender, dieper gravende paradox: het is wenselijk dat de mens zijn individualiteit ontplooit als hij zijn kwetsbaarheid recht wil doen en behouden. En juist dít thema spoorde met de orkaan die tussen 1955 en 1975 over de westerse wereld raasde, in het oog waarvan de overgang van eng-nationalistisch naar individualistisch denken plaatsgreep en waar Dylan, als kind van zijn tijd middenin stond. Privé ervaringen in de liefde, politiek engagement én artistieke integriteit, gevoegd bij zijn talent, maakten dat hij op het juiste moment op de juiste plaats was en, deels óndanks zichzelf, erin slaagde deze paradox op onnavolgbare wijze te verwoorden. Het leverde een oeuvre op, die ene dan wel die andere Nobelprijs waard. Het wérd die van de Literatuur. Goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.