Waarom de kannibaal ons zo fascineert

O, het is zo goor, o het is zo ziek. Wie zet er nou zijn tanden in een ander mens? Dat dóé je niet. En toch kijken we met z'n allen. Wie is hier nou gestoord?

Johnny Depp en Helena Bonham Carter in Sweeney Todd.

Natuurlijk is-ie nep. Natuurlijk snap je als toeschouwer dat je naar een knap geknutseld rekwisiet zit te kijken. Maar dat besef maakt die ene scène uit Julie Ducourneau's horrordrama Raw niet minder gruwelijk. Wanneer de student Justine, aanvankelijk strikt vegetariër, begint te sabbelen op een afgeknipte, bloed sputterende vinger, ontstaat er kortsluiting in je brein. Je ziet geen actrice met een nepvinger tussen haar tanden, je ziet iemand die mensenvlees eet. Dat het bovendien de vinger van haar zus is, maakt het beeld nóg afstotelijker; alsof er bij wijze van finishing touch een vuig vleugje incest aan het kannibalisme is toegevoegd. Geen wonder dat op het filmfestival van Toronto enkele toeschouwers flauwvielen.

Beeld uit The Green Butchers.

Menselijk monster

Het is die weeïge melange van afkeer en fascinatie (hoe zou het smaken?), van vreemdheid en verwantschap die van de kannibaal zo'n onsterfelijke griezelfiguur maakt. Sinds vroege films als King of the Cannibal Islands (1908) blijft de menseneter het witte doek besmeuren met zijn wanpraktijken. Raw is niet de enige recente vertegenwoordiger van het genre: kijk naar de fotomodellen in Nicolas Winding Refns The Neon Demon (2016), die elkaar van top tot teen verzwelgen. Of naar Mads Mikkelsen, die voor Netflix in de huid kroop van Hannibal Lecter, de meestermensenvreter die een horroricoon werd dankzij Jonathan Demme's The Silence of the Lambs (1991). Netflix toont nu hoe Drew Barrymore haar buurtgenoten oppeuzelt; officieel is ze in Santa Clarita Diet dood, maar in alle frisheid komt ze eerder over als kannibaal dan als zombie.

De kannibaal is misschien wel de menselijkste van alle monsters. En dat is niet altijd even prettig om te zien. Plaats de antropofaag, zoals het wetenschappelijke woord voor 'menseneter' luidt, eens naast vergelijkbare gedrochten. De vampier onderscheidt zich van ons met zijn hoektanden en vrees voor zonlicht en knoflook; de weerwolf met zijn vacht en vergroeide kop; de zombie met zijn rottende karkas.

Beeld uit Raw Meat (Gary Sherman, 1972). Minder bekende, in een fijn morsig sfeertje badende klassieker, over arbeiders die tijdens hun werkzaamheden in de Londense metro geïsoleerd raakten en verwilderden tot mummelende menseneters. 'Mind the gap', zeggen ze terwijl ze hun prooi naar de keel vliegen.
Beeld uit Dans ma peau (Marina de Van, 2002). De Van, gezegend met een pregnant gebit, regisseerde zichzelf als carrièrevrouw die zichzelf langzaam begint op te peuzelen. Haar hoogstpersoonlijke, bijzonder bloederige manier om de werkdruk te ventileren.

Gruwel

Bij de kannibaal ontbreekt zo'n duidelijke karakteristiek. Sterker nog: iedereen met een goed functionerend gebit beschikt over het voornaamste fysieke kannibalenkenmerk. Je hoeft je alleen maar op het juiste moment ertoe te zetten een hap uit iemands wang te nemen.

Het eten van mensenvlees is het enige wat de beschaafde mens van de kannibaal onderscheidt. In films waarin kannibalisme voorkomt, zie je de ene keer hoe in gulzige close-ups de darmen uit iemands romp worden gerukt, de andere keer beperkt de filmmaker zich tot het suggestieve beeld van een draaiende gehaktmolen. Maar de gruwel achter die beelden blijft dezelfde. Kannibalisme geldt als dermate beestachtig en abject - tenzij het om het tijdens de katholieke mis genoten lichaam van Christus gaat, of het bakken en consumeren van de placenta na de bevalling - dat we ons bij die daad eigenlijk niets willen voorstellen. Alleen al omdat hij boven aan de voedselketen staat, mag de mens niet worden gereduceerd tot een zielloos plakje ham.

Beeld uit Naked Blood (Hisayasu Sat¿, 1996). Nog meer autokannibalisme, strikt geschikt voor fijnproevers. Een gekke wetenschapper onderwerpt enkele vrouwen aan een chemisch experiment. Prompt frituurt de ene vrouw haar hand in olie, en herontdekt de andere haar lijf als driegangenmaaltijd. Haast ondraaglijk wanstaltig.

Onderbuik

Dat is zelfs zo wanneer we begrijpen waaróm de filmpersonages hun tanden in de ander zetten. Denk bijvoorbeeld aan films waar mensen elkaar opeten om te kunnen overleven, zoals Frank Marshalls op feiten gebaseerde drama Alive (1993). De Uruguayaanse rugbyers die hier na een vliegramp in de Andes stranden, gaan aanvankelijk nog liever dood van de honger dan dat ze zich tegoed doen aan hun verongelukte medepassagiers.

Wanneer ze zich toch over die ene grens heenzetten, snap je dat helemaal. Maar wat het verstand goedkeurt, kan niet per se door de maag: het blijft misselijkmakend te zien hoe de rugbyers hun noodrantsoen met vorkjes uit de bevroren kadavers schrapen. Het helpt niet te weten dat in de bewuste scènes kalkoen-jerky voor mensenvlees doorging. Films waarin kannibalisme voorkomt, kijk je met je onderbuik: ook als het bij een close-up van een pruttelend stoofpotje blijft, voel je haast hoe de brokken in je eigen keel blijven steken. In die zin zijn dit soort films even taboebestendigend als -doorbrekend.

Beeld uit The Neon Demon.
Beeld uit Delicatessen van Jean-Pierre Jeunet.

Cannibal cravings

Toch bestaat er volgens de Nederlandse antropoloog Jojada Verrips een goede, gezonde reden zulke films te kijken. Terwijl we van jongs af aan leren dat het eten van mensen slecht is, wil dit niet zeggen dat in onze maatschappij geen kannibalistische neigingen sluimeren. Alleen al het bestaan van het taboe impliceert het tegendeel: had niemand zin in mensenvlees, schrijft Verrips in zijn essay Ik kan je wel opeten (1991), dan hoefden we die impuls ook niet te bestrijden.

Steeds weer duiken kannibalen in ons midden op, zoals de Duitse Armin Meiwes, die in 2002 via internet een man vond die zich vrijwillig door hem liet vermoorden en opeten. Of de Japanner Issei Sagawa, die in 1981 in Parijs zijn Nederlandse vriendin opat, en het vanwege zijn lugubere dieetvoorkeuren vervolgens op eigen bodem tot beroemdheid schopte.

Gelukkig zijn er ook sociaal geaccepteerde manieren om onze cannibal cravings te kanaliseren, aldus Verrips. Kijk eens naar hoeveel gerechten vermenselijkte namen kregen: lange vingers (een bepaald soort biscuitje), Arnhemse meisjes (koekjes), blote-kindertjes-in-het-gras (een combinatie van witte bonen en snijbonen), filosoof (een vlees-aardappelschotel), dame blanche (ijs) en jan-in-de-zak (een nagerecht).

Beeld uit Cannibal the Musical.
Mads Mikkelsen als Hannibal Lecter in de serie Hannibal.

Nepdocu

Veel films verbloemen onze verwantschap met de kannibaal. Dat doen ze door hem bijvoorbeeld een masker van mensenleer op te zetten, zoals in Tobe Hoopers klassieker The Texas Chainsaw Massacre (1974). Of nog beter: ze plaatsen hem ver weg op een tropisch eiland, zoals de Italiaanse kannibalenfilm uit de jaren zeventig en tachtig dat deed. Zo toont Ruggero Deodato's bijzonder controversiële Cannibal Holocaust (1980) de laatste dagen van enkele naar de Amazone afgereisde documentairemakers, die zich onder de lokale indianenbevolking te buiten gaan aan verkrachting en genocide en vervolgens uit wraak door diezelfde indianen worden opgepeuzeld.

Deodato doorspekt het sowieso al ranzige geheel met beelden van ongesimuleerde dierenmishandeling, waaronder een reuzenschildpad die voor het oog van de camera wordt gemutileerd en gevild. Dat je na afloop van de slachtpartij murw achterblijft, komt ook door de vorm die Deodato koos: als een van de allereersten draaide hij Cannibal Holocaust grotendeels als schokkerig gefilmde nepdocu. De gruwelbeelden ademen zo veel authenticiteit dat Deodato in Italië voor de rechter werd gedaagd. Justitie meende dat hij zijn hoofdrolspelers daadwerkelijk over de kling had gejaagd, totdat Deodato hen springlevend ten tonele voerde en uitlegde dat die ene, op een houten paal gespietste inboorlinge stiekem op een fietszadel zat.

Beeld uit Alive.

Films als Cannibal Holocaust waren de laatste stuiptrekkingen van de in een lendendoek rondrennende karikatuur-kannibaal, die de door hem gevangen kolonisten met tropenhelm en al op het vuur zette. Een racistisch stereotype dat hem veilig bij 'ons' uit de buurt hield. Maar verhuis de kannibaal naar de beschaafde wereld, kleed hem aan en haal de knook uit zijn neus, en die afstand verdwijnt subiet. De kannibaal blijkt dan gewoon onze medestudent (Raw), onze buurvrouw (Santa Clarita Diet) of onze psycholoog (Hannibal). En dat maakt hem extra angstaanjagend.

Misschien is hij ook de poelier op de hoek of de uitbater van het restaurant waar ze zulke heerlijke steaks serveren.

Beeld uit Raw.

Relativerende humor

Geliefd zijn de verhalen waarin de personages mensenvlees eten zonder dat ze het doorhebben, zoals Anders Thomas Jensen The Green Butchers (2003), met Nikolaj Lie Kaas en (alweer) Mads Mikkelsen als slagerbroers die hun koelcel met mensenkarkassen volproppen. Verstedelijkt kannibalisme gaat vaak ook gelijk op met seks: ook in Raw versmelt de meest alledaagse consumptie van het menselijk lichaam met de afschuwelijkste, ontspoort een kus in een beet, een vrijpartij in een slachtpartij.

En dan heb je nog de zeldzaam ongelukkige menseneter die de tanden in zijn eigen lijf zet, zoals de carrièrevrouw die in Marina de Vans Dans ma peau (2002) de werkdruk niet meer aankan en bij wijze van uitlaatklep haar benen en armen begint te verorberen. Verhalen die alleen al door hun setting en personages benadrukken dat de kannibaal ons nader staat dan we zouden wensen.

Hoe houd je de kannibaal dan van het lijf? Een handig verdedigingsmiddel is relativerende humor (Cannibal, the Musical). Je kunt de kannibaal ook onschadelijk proberen te maken door hem te abstraheren, door al die rondslingerende organen vooral niet letterlijk te nemen. De slager die zijn klanten stiekem menselijke gehaktballen voorschotelt: makkelijk uit te leggen als metafoor voor een samenleving waarin we de herkomst en samenstelling van ons voedsel dienen te wantrouwen. De fotomodellen uit The Neon Demon die elkaar opeten: symbool voor de meedogenloze modeindustrie.

Beeld uit Cannibal Holocaust (Ruggero Deodato, 1981). De zwarte weduwe aller kannibalenfilms, deze geestverruimend ranzige nepdocumentaire vol smakkende wilden, barbaarse westerlingen en frontaal in beeld afgeslachte dieren.

Liefde

Raw-regisseur Julie Ducournau vertelde aan filmwebsite A.V. Club dat het kannibalisme in haar film staat voor seks, geweld en verzet tegen het establishment. 'Maar ik wou ook dat het een metafoor voor liefde was, een exces aan liefde.' Fijn om te weten. Maar je kunt bij de scène met die afgeknipte en opgeknabbelde vinger denken en redeneren wat je wilt ('Het is maar een metafoor! Het is maar een metafoor!'), dat maakt het feestbanket niet minder ziekmakend.

In zulke ervaringen schuilt dan toch de essentie van de kannibalen-film. Terwijl de personages tot koteletjes worden versneden of moeten toezien hoe hun hersenpan wordt leeg gelepeld, voel je zelf het leven gieren door je lijf. Tot in de slokdarm.

We Are What We Are (Jorge Michel Grau, 2010)

Een familienest van menseneters houdt huis in de onderbuik van Mexico City. Met coming of age-drama en maatschappijkritiek gekruide horror, waarin de urbane kannibaal feilloos wordt neergezet als in het nauw gedreven wild. Kreeg in 2013 een prima Amerikaanse remake.

In Bill Schutt's Cannibalism blijkt kannibalisme heel natuurlijk
Bij Schutts fascinerende opsomming van kannibalisme in het dierenrijk verbleekt de horror in films en literatuur. In de wervelend geschreven en prachtig geïllustreerde studie blijkt kannibalisme zeer natuurlijk. Lees hier de viersterrenrecensie.

Raw toont hoe dun de grens tussen mens en beest is
Wat een talent voor sfeer en grandioos vervreemdende beelden heeft debuterend regisseur Julie Ducournau. Raw mikt op de ingewanden, maar de eigenzinnige film laat zich niet in een hokje duwen. Lees hier de viersterrenrecensie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden