Interview Film

Waarom Bill Murray, Jeff Goldblum en Bob Balaban zo gelukkig worden van werken met Wes Anderson

Als je acteert, of nouja, een stem inspreekt, in een animatiefilm waarvan de regisseur alles tot achter de komma heeft uitgedacht en vastgelegd, wat voeg je dan eigenlijk nog toe? Bill Murray, Jeff Goldblum en Bob Balaban leggen uit waarom ze zo gelukkig worden van werken met Wes Anderson. 

Isle of Dogs.

De stoel naast de Amerikaanse acteur Bob Balaban is bedoeld voor Bill Murray, maar Murray is in geen velden of wegen te bekennen. ‘Bill is ergens in het hotel’, zegt een pr-medewerker. Maar niemand weet precies waar. Er zit niets anders op: de tijd dringt, we moeten het beoogde duo-interview met enkel Balaban beginnen. Murray zal later aanschuiven, mits bijtijds ­gevonden.

Sterstemmencast 

Het is een vermakelijk circus, ­medio februari op het filmfestival van Berlijn. In een balzaal van het luxueuze Adlonhotel rouleert een deel van de sterstemmencast van Wes ­Andersons nieuwste film, Isle of Dogs, tussen tafeltjes met journalisten. Jeff Goldblum is er, Bryan Cranston en Liev Schreiber ook. Ze leenden hun stemmen aan een roedel honden in Andersons scherp gestileerde tweede animatiefilm (Fantastic Mr. Fox uit 2009 was de eerste). Het verhaal gaat over een fantasie-Japan, waar een ­kattenliefhebbende dictator alle ­honden heeft verbannen naar een vuilniseiland. Volksopstand en ontsnappingspoging volgen.

Wederom bouwde de Amerikaan Anderson (49) een tot in het kleinste detail uitgedachte vertelling, ditmaal visueel geïnspireerd door onder meer het werk van de Japanse filmmeesters Akira Kurosawa en Hayao Miyazaki, vermaard om hun uitgekiende beeldcomposities en uitvoerige gebruik van stilte. Dat roept de vraag op in hoeverre de stemacteurs iets hebben toe te voegen aan de wereld van Wes Anderson. Zijn ze nog iets meer dan marionetten in een ­perfect georkestreerde poppenkast?

‘Wes wil álles controleren’, zegt Bob Balaban (72), vermaard bijrolacteur die inmiddels in drie Anderson-films heeft gespeeld, na Moonrise Kingdom (2012) en The Grand Budapest Hotel (2014). ‘Hij weet precies hoe alles eruit moet zien. Maar, en dit is de crux, hij laat zijn acteurs volledig zichzelf zijn. Hij cast je omdat hij het idee heeft dat jij perfect in zijn wereld past.’

In het geval van Balaban: kalm, betrouwbaar, iemand die anderen beter laat spelen. Zo speelde hij de verteller, in beeld, in Andersons padvinderfilm Moonrise Kingdom.

Doorleefde personages

Het is een wereld die weliswaar artificieel óógt, zegt Balaban, maar waarin het wemelt van de echte, doorleefde personages. ‘U denkt misschien dat zijn fascinatie voor detail de vrijheid van zijn acteurs onderdrukt, maar het tegenovergestelde is het geval.’

Na 12 minuten – Balaban zit in een enthousiaste verhandeling over de geluidsopnamestudio in New York die door een excentrieke miljardair is vormgegeven als een jachthut – schuift Bill Murray (67) aan. Hij probeert een flesje mineraalwater te pakken, grijpt mis en het water golft over zijn stoel.

‘Sorry, ik heb net oogdruppels ingedaan, ik zie niks. Iemand een handdoek?’

Murray begint aan de bekleding van de stoel te trekken, ontdekt dat het water tot in het kussen is getrokken, wandelt naar de andere kant van de zaal om een nieuwe stoel te pakken, wandelt terug, gaat zitten. (Onvermijdelijk gaan de gedachten uit naar billmurraystory.com, waar anekdotes worden verzameld over licht absurde ontmoetingen met de acteur, zoals het moment waarop iemand in een restaurant een drankje aan Murrays tafel laat bezorgen en 10 minuten later als bedankje een bord droge rijst krijgt geserveerd.)

Balaban tegen Murray: ‘Ik vertelde net over die jachthut.’

Jachthonden

Murray: ‘Dat was geweldig. We voelden ons echt, tja, jachthonden. Het werd al gauw heel komisch. We keken elkaar aan met een blik van: hoe speel jij eigenlijk een hond? We probeerden elkaar voortdurend af te troeven in het niveau van hond. De lat lag hoog.’

Murray is hét Wes Anderson-gezicht: hij speelde in acht van diens negen films (de acteur ontbreekt alleen in Andersons debuutfilm uit 1996, Bottle Rocket). Murray is meester in gecultiveerde speelsheid, zoals hij aan tafel illustreert. Met uitgestreken gezicht: ‘Ik ben graag lui, dus als Wes belt omdat hij een nieuwe film wil maken heb ik een goede reden om ’s ochtends op te staan. De sleutel tot een succesvolle carrière is namelijk niet alleen hard werken, maar ook ogenblikkelijk stoppen met werken wanneer de kans zich voordoet. Tijd voor jezelf nemen om tot rust te komen. Alleen dan kan je óók tijdens je werk zo relaxed mogelijk zijn – dat maakt het werk beter.’

Isle of Dogs, de karakters Chief (Bryan Cranston) en Igor (Roman Coppola).

Gevraagd naar het Japanse decor van Isle of Dogs dwaalt de acteur af naar de draaiperiode van Lost in Translation (Sofia Coppola, 2003), waarin hij, als tegenspeler van Scarlett ­Johansson, een verlopen acteur speelt die enkele dagen in Tokio doorbrengt om een whiskyreclame op te nemen. ‘Het is er fantastisch, in Japan. Het is vrijwel onmogelijk er een slechte maaltijd te vinden. En de meeste straten hebben er geen namen. Als de taxichauffeur vraagt waar je naartoe wil, kun je alleen maar je schouders ophalen. Geweldig. Een van de leukste dingen aan Japanners, overigens: ze kunnen geweldig goed lachen. Ik herinner me een groepje Japanners in een sushirestaurant: steeds als ik naar ze keek, verkeerden ze in een andere staat van de lachdood.’

Opnieuw ontdekt

Jeff Goldblum, die aan tafel verschijnt in een op maat gesneden blauw Pradapak, is vergeleken met Murray een relatief nieuw lid van ­Andersons acteursentourage. De Amerikaan (65) speelde enkele gedenkwaardige filmrollen in de jaren tachtig en negentig, meestal als de tikje warrige, eloquente wetenschapper: denk aan die tot vlieg transformerende uitvinder in de horrorfilm The Fly (1986), de charmante scepticus in Jurassic Park (1993) en de satelliettechnicus in Independence Day (1996). In het daaropvolgende decennium leek hij zich minder te kunnen onderscheiden, tot juist Wes Anderson hem opnieuw ontdekte.

Slim vergrootte de regisseur het eloquente imago van Goldblums ­personages uit: eerst als de nuffige diepzee-expert Alistair Hennessey in The Life Aquatic with Steve Zissou (2004), tien jaar later als advocaat-met-puntsnor-zonder-grip-op-de-chaotische-gebeurtenissen in de spectaculair kluchtige schilderijrooffilm The Grand Budapest Hotel en nu in Isle of Dogs als het ‘mensachtig slimme’ hondje Duke (met een voorliefde voor roddelen).

Vorig jaar, in superheldenfilm Thor: Ragnarok van de Nieuw-Zeelandse ­regisseur Taika Waititi, belandde Goldblum zelfs op het terrein van pure camp, als uitzinnig uitgedoste, excentrieke, intergalactische heerser met een spelletjesobsessie die superhelden Thor en Hulk in een arena ­-tegen elkaar laat vechten. Connaisseur der absurditeit, noemde het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair hem onlangs.

Duke, stem van Jeff Goldblum in Isle of Dogs (2018) Beeld Associated Press

‘Ik ben inderdaad een beetje loosey goosey’, zegt Goldblum. ‘Ik hou van improviseren. Wat ik deed in Thor was haast volledig ter plekke verzonnen. Er was natuurlijk een script, maar Taika moedigde mij geregeld aan te zeggen wat ik wilde. Precies die momenten zijn in de film beland.’

Legendarische acteercoach

Goldblum werd een zelfverzekerd improvisator dankzij zijn studie van het werk van de legendarische acteercoach Sandy Meisner (1905-1997). ­Meisner droeg acteurs op hun tekst net zo vaak te herhalen tot ze de woorden automatisch kunnen uitspreken; de acteur moet opgaan in het moment, zodat hij zich kan concentreren op zijn tegenspelers en niet bezig is met zichzelf.

Het vermogen te improviseren is zelfs cruciaal om geloofwaardig te zijn, stelt Goldblum. ‘Ik merk dat ook tijdens de acteerlessen die ik af en toe geef. Studenten raken soms helemaal in de ban van acteertechniekjes en denken vervolgens precies door te hebben hoe je een rol goed speelt. Dan rem ik ze zoveel mogelijk af: acteertechniek is slechts een klein stukje van de puzzel.’

Hoe Goldblums vrije acteerstijl zich verhoudt tot de gecontroleerde filmwereld van Wes Anderson? ‘In de films van Wes moet het ook nog eens líjken alsof je alles ter plekke bedenkt, losjes en ontspannen, terwijl alles tot op de letter is uitgeschreven: drie puntjes in het scenario betekent écht dat je even moet pauzeren. Wes is op een verrukkelijke manier ­precies, voorbereid, gedetailleerd. Maar de manier waarop hij regisseert, geeft je het gevoel van intense vrijheid – in ieder geval in mijn hoofd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.