Review

Waardig saluut aan ongrijpbare René Magritte

Een brave burgerman koopt een oude bolhoed en stapt pardoes in de wereld van René Magritte: dat is het plot van de graphic novel over het leven van de surrealistische kunstenaar, wiens invloed strekt van Kuifje tot Steve Jobs.

Een sfeervol museum had hij al sinds 2009. Van dat Musée Magritte aan het Koningsplein in Brussel weten we dat de samenstellers geheel in stijl een surrealistische stunt hebben uitgehaald: de eerste verdieping zit helemaal bovenin, de wereld op zijn kop. Nu krijgt René Magritte ook zijn eigen graphic novel. Die strip mag je gewoon van links naar rechts lezen, maar de wonderlijke ervaring is er niet minder om.

Goed idee, zo'n getekende levensbeschrijving van Magritte (1898-1967). Zijn doeken duiken overal op in het verhaal, komen tot leven, spreken zelfs. De Franstalige editie heet (uiteraard): Magritte. Ceci n'est-pas un biographie. De verwijzing naar Woordbreuk der beelden, zijn beroemde schilderij uit 1929 met de pijp, is evident. In het Nederlands moeten wij het doen met: Magritte. Een surrealistische kroniek. Ook aardig, maar toch net iets minder geestig. Of eerder: té eenduidig, terwijl Magritte nu juist met verwarrende titels zijn schilderijen los van de werkelijkheid probeerde te zingen.

Enfin, eerst maar even de plot: de brave burgerman Charles Singulier krijgt binnenkort promotie op kantoor. Hij besluit die sprong voorwaarts te vieren met de aanschaf van een bolhoed op de Marrollen, de vlooienmarkt van Brussel. Hij vindt een gaaf exemplaar, maar zodra Charles de bolhoed opzet gebeurt er iets vreemds. We hebben het hier wel over een surrealistisch verhaal, per slot. Als hij frontaal in de spiegel kijkt ziet hij zichzelf op de rug, de eerste Magritte-grap. Erger is dat hij de bolhoed - bekend attribuut in het universum van Magritte - niet meer af kan zetten.

Dan komt de aap uit de mouw, gebracht door twee boodschappers in wie we personages van Magritte herkennen: een reusachtige vrouw en een boef met masker. Zij houden hem voor: dit is de bolhoed van De Meester zelve. Door hem te dragen is Charles de wereld van Magritte binnengestapt. Nu is hij uitverkoren om de vele raadselen die Magritte ook vijftig jaar na zijn dood nog altijd omringen - de kunstenaar vond dat zijn werk zelf het woord maar moest voeren, en weigerde consequent verdere tekst en uitleg - middels een biografische speurtocht op te lossen. En als Charles weigert, gegeven de aanstaande promotie? Dan krijgt hij die bolhoed nimmer meer af. Dus gaat hij op pad, en wij, de lezers, vergezellen hem op zijn instructieve rondgang door Magrittes leven en oeuvre.

Aardige vorm, dit - zo wordt de klip van een doorsnee-kunstgeschiedenislesje handig omzeild. Het scenario is van de hand van de Belgische schrijver en theatermaker Vincent Zabus, de fraaie tekeningen in Magritte-achtige pasteltinten zijn het werk van de Italiaanse illustrator Thomas Campi. De twee hebben al eerder samengewerkt (Les petites gens, 2010; Les larmes du seigneur Afghan, 2014; Macaroni, 2016;), en wonnen in 2014 de Prix Cognito voor beste Belgische graphic novel. Het plezier dat ze ditmaal moeten hebben gehad bij het concipiëren van Magritte straalt je van de pagina's tegemoet.

Een heel Belgisch verhaal is het ook. Brussel is sinds jaar en dag het wereldhoofdkwartier van het internationale surrealisme. Waar anders vind je zo'n krankzinnig wereldwonder op losse schroeven als het Atomium? Alleen een Belg had de saxofoon met zijn uitzonderlijke vorm kunnen bedenken: Adolphe Sax presenteerde het eerste exemplaar in 1841. In Brussel en omstreken zit het surrealisme in het drinkwater, blijkt. Denk alleen maar aan die generaties van striptekenaars, van Morris (Lucky Luke) tot aan Franquin (Guust Flater).

Bolhoed

Het hoofddeksel waarop René Magritte zo dol was, de bolhoed, werd in 1849 ontworpen door de Londense hoedenmakers en broers Thomas en William Bowler. Een klant vroeg om een ander model dan de hoge hoed die door laaghangende takken telkens van het hoofd af viel tijdens het paardrijden. De bolhoed vond vervolgens zijn weg naar Amerika waar hij aanvankelijk populair was onder arbeiders en in het Wilde Westen. Begin 20ste eeuw gingen ook Britse bankiers hem dragen, gecombineerd met paraplu. Daaraan doet het personage uit de werken van Magritte het meest denken. Andere beroemde bolhoeddragers zijn Laurel & Hardy, Charlie Chaplin, Alex DeLarge uit Kubricks A Clockwork Orange, Led Zeppelin-drummer John Bonham, John Steed uit de tv-serie De wrekers en natuurlijk onze eigen Vader Abraham.

De belangrijkste was Georges Remi, oftewel: Hergé. Hij, de schepper van Kuifje, was een groot verzamelaar van Magritte, en het laat zich wel raden waarom. Allebei aanhangers van de klare lijn. Allebei zeer precies in hun voorstellingen, netjes uitgewerkt en vol details. Die bolhoeden van de ongetalenteerde speurneuzen Jansen & Janssen in de avonturen van Kuifje? Hommage aan Magritte. Allebei begonnen ze als tekenaars van reclamewerk. Zielsverwanten, behept met eenzelfde gevoel voor absurdistische humor. Zelfspot, ook.

Wie zich haast, kan tot half januari in Parijs twee relevante tentoonstellingen zien. Weliswaar hangen ze niet naast elkaar, maar Centre Pompidou brengt Magritte, en de nationale galerie Grand Palais toont Hergé in alle soorten en maten. Zet je bolhoed op, en bezoek ze allebei. Dan zal duidelijk worden dat Magritte ook bij het gilde der Belgische stripkunstenaars hoort, en Hergé in feite een surrealist is.

Zo bezien heeft het nog lang geduurd, voordat Magritte zijn eigen album kreeg. Eigenlijk lag het enorm voor de hand. Een strip is een vorm van populaire cultuur, en de invloed daarop van Magritte kan maar lastig worden overschat. Dan hebben we het over grote dingen, hoor. Neem bijvoorbeeld het logo van Apple Records, het label van The Beatles. Die glimmende Granny Smith is door Paul McCartney rechtstreeks van Magritte geleend. Om precies te zijn van Le jeu de morre uit 1966. McCartney had van de bevriende galeriehouder Robert Fraser het kleine werk cadeau gekregen, en hij herkende er onmiddellijk een duidelijk beeld voor de in 1968 te starten nieuwe Beatlesonderneming in.

Steve Jobs was dan weer groot fan van The Beatles. Er doen vele verhalen de ronde over de oorsprong van het logo van zijn computergigant, maar zijn appel met een hap eruit was wel degelijk geïnspireerd door Apple Records. En daarmee door Magritte. Vele rechtszaken later werd de zaak pas in 2007 geregeld. Het conflict was een van de redenen dat het zo lang duurde voordat de catalogus van The Beatles op Steve Jobs' iTunes verscheen.

Meer Magritte vinden we op de achterkant van de hoes voor het klassieke Pink Floyd-album Wish You Were Here. Daarop staat een man zonder gezicht, mét bolhoed. Het hoesje van de Rolling Stones-single Angie: ook helemaal Magritte. Jeff Beck (hoes album Beck-Ola), John & Yoko (hoes Live Peace in Toronto), allemaal fan van Magritte.

Er was er eigenlijk maar één die geen fan was van Magritte, en dat was André Breton, de zelfverklaarde paus van het surrealisme. Opgewekt was Magritte in 1927 met zijn steun, model en toeverlaat Georgette vanuit Brussel naar Parijs getogen om zich aan te sluiten bij wat destijds dé nieuwe toonaangevende kunststroming leek te worden. André Breton ontving het stel allerhartelijkst, maar een plek op de grote expositie Het surrealisme en de schilderkunst reserveerde hij in 1928 niet voor hem. Veel te bedreigend, moet hij hebben gedacht. Wel begon Breton alvast Magrittes te verzamelen, ongetwijfeld herkende hij de kwaliteit van het werk. Na 175 doeken, zijn meest creatieve periode, keerde Magritte toch wat gedesillusioneerd terug naar Brussel. Zijn tijd zou na de oorlog nog komen, met een Amerikaanse tournee en de geëtaleerde liefde van zo veel toonaangevende pophelden.

De 'Zaak Breton' was evenwel niet het grootste trauma uit Magrittes leven, zo weet ook het stripboek wel. Dat was de zelfmoord van zijn depressieve moeder Régina Bertinchamps, René was toen 13. Na eerdere pogingen werd Régina door vader Léopold 's nachts opgesloten, maar die nacht in februari 1912 wist ze te ontsnappen en gooide zich in de rivier de Sambre. Pas zeventien dagen later werd haar ontzielde lichaam kilometers stroomafwaarts gevonden, naar het schijnt zat haar nachtjapon gewikkeld om haar hoofd.

Magritte heeft er nooit over willen spreken, maar duiders van zijn werk menen dat daarom al die sluiers, het onzegbare en onzichtbare zijn hoofdthema's zijn geworden. Ziedaar de uitkomst van de speurtocht naar Magritte die hoofdpersoon Charles Singulier in Een surrealistische kroniek beleeft, al is het werkelijke einde van het verhaal dan weer een stuk poëtischer. Goed gedocumenteerd, geraffineerd van opzet, en met liefde uitgevoerd mag je wel spreken van een waardig saluut aan de ongrijpbare René Magritte.

Beeld RV

Magritte. Een surrealistische kroniek.

Graphic novel

Door: Thomas Campi en Vincent Zabus.

Uitgeverij Le Lombard, euro 16,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden