Bespreking Expositie Biblebelt

Waar zijn de schaduwkanten van het geloof? Het rotsvaste protestantisme kan best provocatie verdragen

Uit de serie Zaterdag/zondag van fotograaf Sjaak Verboom. Beeld Sjaak Verboom

Beklemmend of juist aantrekkelijk zuiver? Museum Het Catharijneconvent onderzoekt de cultuur van het reformatorische geloof.

‘Maar zijn wij alzo verdorven, dat wij ganselijk onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad? Antwoord: Ja wij; tenzij dan dat wij door den Geest Gods wedergeboren worden.’ De zinnen, als in marmer gebeiteld in de reformatorische belijdenisschriften, bij protestantse gelovigen ook bekend onder de naam Heidelbergse Cathechismus, dreunen onhoorbaar in de harten van bezoekers van de tentoonstelling Bij ons in de Biblebelt in het Catharijneconvent in Utrecht. Ze kunnen hier dienen als de rode draad die alle werken – artefacten, schilderijen, illustraties, foto’s – verbindt.

De expositie werpt licht op het reformatorisch geloof in de Biblebelt, de strook van grofweg Zeeland via de Zuid-Hollandse eilanden, de Gelderse vallei (Barneveld) en de Veluwe naar Overijssel (Staphorst) en verder noordwaarts. Het streng protestantse geloof dus (veel breder verspreid dan langs die ene strook), dat zich van het seculiere leven onderscheidt door veelvuldige zondagse kerkgang en een bijbehorende dress code van rokken tot over de knie, decente hoedjes en donkere confectiepakken. Generaliserend, en evenmin exclusief toe te schrijven aan de ‘refo’s’: een afkeer van wereldse praktijken als buitenechtelijke seks, drugs en overmatige alcohol,  van (gepraktiseerde) homoseksualiteit, inentingen tegen mazelen en polio. En niet te vergeten: van vloeken.

Sober en zuiver

Het is, zo blijkt in het , geen geloofsstroming die zich kenmerkt door uiterlijk vertoon. Logisch, als je je realiseert dat het protestantisme waarvan de refo’s de orthodoxe rechterflank vormen, is ontstaan als tegenpool van het verguldsel en de glitter van het Rooms-Katholicisme – met de Beeldenstorm in 1566 als de tegen heiligenbeelden gerichte gewelddadige belijdenis van de nieuwe, sobere, zuivere religie. Het gebrek aan visuele attracties weerhoudt de massaal toegestroomde bezoekers van de expositie er niet van elkaar te verdringen rond vitrines met oude Statenbijbels, gravures van illustere bevindelijk predikers en psalmenboeken.

Verbazingwekkend, die aantrekkingskracht, want in mijn jeugd had ik geen boodschap aan het gereformeerde geloof, ik ervoer het als beklemmend, alsof je werd weggehouden van het echte, volle leven. Mijn moeder is afkomstig uit het protestantse bolwerk Kampen, en hoewel zij, anders dan haar oudere zus, nooit tot de reformatorische stroming heeft behoord, was de geest ervan in de jaren zestig wel over ons vaardig. Elke zondagochtend gingen we naar de kerk. Vloeken werd zwaar bestraft – van de weeromstuit deed ik dat alleen, achter mijn hand  of met katholieke vriendjes wier moeder het ‘godverdomme’ bij wijze van spreken in de mond bestorven lag. Bijbelspreuken – de archaïsche ‘tale Kanaäns’ – klonken soms uit mijn moeders mond, al was het misschien met een vleugje ironie: ‘Alleen waar liefde heerst, gebiedt de Heer zijn zegen’, zei ze als mijn zus en ik elkaar in de haren vlogen.

Het kon veel strenger, merkte ik, toen ik eens logeerde bij het gezin van mijn moeders zus in Den Haag. Haar gezin ging twéé keer per zondag naar de kerk. Een kilometerslange wandeling. De diensten duurden lang, aan het preken van de dominee en zijn gebeden kwam geen eind. De gezangen werden tergend traag gezongen. Zwart en donkerblauw waren de overheersende kleuren van de kleding der kerkgangers. En in het tot de laatste zetel gevulde gebouw drukte het zondebesef, dat reformatorische kernbegrip, nóg zwaarder op me dan in de rekkelijke gemeente van mijn ouders. Ik was blij als we weer thuis waren, in de flat van oom en tante, waar, al waren we gepredestineerd tot zondigheid, altijd een sfeer van hartelijkheid en gastvrijheid hing. En waar een harmonium pontificaal in de krappe woonkamer stond, waarop ik eindeloos mocht pingelen.

Het geluid van dat huisorgel, waarbij de blaasbalg met de voeten wordt aangedreven, wordt in het Catharijneconvent node gemist. Als íéts toch de gereformeerde huiskamer typeert, is het wel het harmonium, waarvan de droge klanken zo talrijk de psalmenzang moeten hebben begeleid. Singer-songwriter Meindert Talma, zelf afkomstig uit strenggelovige kring in het Friese Surhuisterveen, heeft er een prachtig lied aan gewijd. Bij een optreden op een festival had de organisatie bedacht dat het mooi zou zijn als Talma zichzelf op een harmonium zou begeleiden, iets wat hij nog nooit had gedaan. Het inspireerde hem tot het lied Harmonium:

Ploeterend op de pedalen/ trapte ik me een ongeluk. 

Na een liedje op die psalmenpomp/ zat ik helemaal stuk. 

De gereformeerde hometrainer was ooit misschien in de mode/ maar zelf moest ik niets hebben van die halleluja-commode.  

Ik zwoegde en vervloekte/ de cirkelzaag des geloofs. 

Het zweet gutste over mijn hoofd/ terwijl ik trapte als een idioot.

Dosis braafheid

Wat stelt de expositie daar een dosis braafheid tegenover. Zoals de schilderijen en posters met de verbeelding van zo’n andere centrale kwestie in het reformatorisch geloof: de keuze die de mens heeft tussen de smalle en de brede weg. De brede, geplaveide en dus gemakkelijke weg leidt via hedonistische uitspattingen als gokken, feesten, verkwisten, gemakzucht en verbreking van de zondagsrust (verbeeld door een trein met het woord ‘zondag’ erop) en afgoderij (gesymboliseerd door een gouden kalf) naar het in de verte opgloeiende vagevuur.

De smalle, kronkelige weg, leidt langs godsvrucht, barmhartigheid, noeste arbeid, eenvoud en eerbiediging van de zondagsrust naar de hemel. Soms verbeeld als een zuil van prachtig helder licht, dan weer als een honingraat – het bijbelse land van melk en honing. Op een recente versie van de Brede en smalle weg van beeldend kunstenaar Fokke de Vries uit 2010 prijkt zelfs een verkeersbord. Vloek, linksaf (onder het gouden kalf door richting hel). Zegen: rechtsaf.

De bredes en de smalle weg volgens beeldend kunstenaar Fokke de Vries, met richtingaanwijzer en gouden kalf. Beeld Fokke de Vries

Die schijnbaar zo eenvoudige keuze tussen goed en kwaad (wie immers wil níét het goede doen?), krijgt een mooie vertaling in de installatie van Liesbeth Labeur. Aan het einde van een smalle, duistere en doodlopende gang die alleen nederig knielend is te betreden, hangt een koptelefoon waarin een mannenstem bijbelse zinsneden in de tale Kanaäns galmt, een dominee op de kansel. Tegenover de krappe toegang leidt een rood tapijt naar een ballenbak waarin niemand zich waagt: de gele en rode ballen mogen doen denken aan kinderlijk plezier, maar verwijzen natuurlijk naar de hel waartoe wereldlijke geneugten leiden.

Er zijn mooie antropologische studies naar de refo’s, bijvoorbeeld door fotograaf Samuel Otte (zelf afkomstig uit een reformatorisch, Zeeuws gezin), die jonge stellen portretteerde in hun huiselijke omgeving. Een beetje ouwelijke interieurs, maar de gemoedsrust die de stellen uitstralen, valt op  kennelijk de genade van het geloof. Ook intrigerend: de serie dubbelportretten Zaterdag/Zondag van fotograaf Sjaak Verboom. Hij portretteerde vrouwen in hun doordeweekse kleding en hun zondagse. Inderdaad, op de dag des Heeren overheersen de hoedjes en nette, soms stijve donkere kleding, maar de vreugde over de wekelijkse kerkgang kent evengoed meer flamboyante en modieuze uitingsvormen.

afbeelding Museum Catharijneconvent Beeld K2 - Museum Catharijneconvent

Zo toont het Catharijneconvent het orthodoxe protestantisme in de breedte – historisch interessant, hedendaags waar mogelijk. En toch. De welwillendheid waarmee het conservatieve christendom tegemoet wordt getreden, irriteert  soms. De onmiskenbare schaduwzijden zouden echt meer aandacht mogen hebben –  zoals het verband tussen besmettingshaarden van te voorkomen ernstige ziekten als polio en mazelen en het nog altijd niet verdwenen taboe op inenten in de Biblebelt. Een in reformatorische kring wellicht provocatieve, maar ook als bedreigend en intolerant te ervaren vraag als ‘Ik kom uit de kast, (g)een probleem?’ doet het ergste vrezen voor de puber met andere dan heteroseksuele gevoelens.

Weliswaar zijn er video-interviews met de ervaringsdeskundige auteurs Franca Treur en Jan Siebelink, maar een artistieke vertaling ter plekke van de geestelijke nood waartoe het strenge geloof kan leiden, wordt node gemist. Dat de aantrekkingskracht van het reformatorische protestantisme groot is, blijkt uit de opkomst van de enorme kerkgebouwen in bijvoorbeeld Barneveld, die behalve door hun sobere, symmetrische voorkomen worden getypeerd door een grote toren –  symbolen van het splijtende zwaard van God. En het blijkt ook uit de grote bezoekersaantallen aan de expositie.

Waaróm de orthodoxie terrein wint, blijft goeddeels in nevelen gehuld. Is het het even heldere als simplistische onderscheid tussen goed en kwaad, waarbij het enorm helpt als je de overtuiging hebt aan de goede kant te staan? Is het een gemeenschappelijk beleden conservatisme, het samenbindende verlangen naar de veiligheid van vroeger, zonder de dreiging van internet en globalisme? Is het kortom een hang naar (schijn)zekerheden in onzekere tijden? Daarbij hadden wat vrijgevochten kunstenaars vraagtekens kunnen plaatsen. Het rotsvaste geloof kan best provocatie verdragen.

Bij ons in de Biblebelt, Museum Catharijneconvent, Utrecht. T/m 22/9.

Tale Kanaäns

De tale Kanaäns, een scala van bijbelse uitdrukkingen, kan, althans volgens de orthodoxe christenen, slechts worden gebruikt en begrepen door degenen die bekeerd zijn tot het geloof. Veel woorden vinden hun oorsprong in de 17de en 18de eeuw. Voorbeelden van de taal:

‘Het naakte geloof kan niet elke dag Kanaän zien en druiven eten, toehoorders.’

‘Christus is het ware brood dat uit de hemel is neergedaald.’

‘Het vlees moet gekruisigd met zijn bewegingen en begeerlijkheden.’

(Bron: Museummagazine Catharijne )

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden