Waar staat Amerika?

De lastigste geschiedenissen zijn if-histories, de historische verhalen die beginnen met een ontkenning van de werkelijkheid en de introductie van een hypothetische wereld: wat als er niet 'dit' gebeurd zou zijn, maar 'dat'? Het is een irritant genre, zo populair als het vandaag de dag, vooral in de Anglo-Amerikaanse journalistieke benadering van de geschiedschrijving, ook zijn mag. Wat als Napoleon de Slag bij Waterloo niet had verloren, wat als Adolf Hitler de Slag om Engeland wel had gewonnen, wat als Cleopatra een ander model neus had gehad?

Ja, wat als: dat komt er ook nog bij, maar in godsnaam, hou erover op - zoals de geschiedenis verlopen is, is ze al ingewikkeld genoeg. Een hypothese is interessant zolang je er iets mee voorspelt of verklaren kunt, een hypothese die zich richt op iets dat niet gebeurd is maar had kunnen gebeuren wanneer de omstandigheden anders waren geweest is omgekeerde sciencefiction. De ware uitkomst is bekend - en verschillend.

Zo lastig de lezer zich al laat overtuigen door een if-history, zoveel lastiger nog is het genre voor de schrijver. De grenzen waaraan de historische roman zich moet houden, luisteren nauw; de komische voorbeelden van schrijvers, grote schrijvers zelfs, die zich vergisten en per abuis anachronismen in hun boeken verwerkten zijn bekende kost voor literatuurcritici. De overtuigingskracht van een historische roman komt weliswaar primair voort uit de literaire kwaliteiten ervan, de historische accuratesse spreekt eveneens een woordje mee. Zichtbare fouten verbreken de betovering - en de verzonnen vooronderstelling van een if-history overschaduwt de gehele eropvolgende geschiedenis, hoe knap ook uitgewerkt. Ze is een monumentale vergissing, de geloofwaardigheid is van meet af aan opgegeven. Zie daar als schrijver maar eens overheen te komen.

Maar het uitgangspunt blijft, vanuit literair perspectief, voor de schrijver verleidelijk. Alle literatuur begint met 'er was eens' en de if-history is daar de uiterste consequentie van: 'er was eens iets anders dan jullie dachten dat er was'. Gevaarlijk terrein, en dus ook aanlokkelijk terrein. De verbeelding mag altijd opbieden tegen de werkelijkheid, maar laat het alsjeblieft een aannemelijk bod zijn dat ze uitbrengt. Welnu, dan gaan we eens kijken hoe overtuigend we ons onaannemelijke bod kunnen maken.

De nieuwste roman van Philip Roth, The Plot Against America, is zo'n if-history. Het is alsof hier iemand zichzelf de overtreffende trap van de meesterproef heeft opgelegd, alsof iemand heeft willen bewijzen dat hij het schijnbaar onmogelijke en het aanvaard onaanvaardbare wel degelijk voor elkaar kan krijgen: wat koude kernfusie is in de natuurkunde, is dit genre in de literatuur. Roth is een te groot schrijver om zich op een dergelijke onderneming te verkijken; hij weet wat hij doet, hij kan hooguit zijn hand overspelen. In de zeventig is hij inmiddels, maar nog altijd zo uitdagend als toen hij bijna een halve eeuw geleden begon, nog altijd bereid zijn lezers en critici te tarten op de wijze waarop hij dat indertijd met Portnoy's Complaint deed: eens kijken hoe ver ik kan gaan.

In The Plot Against America is het niet Franklin D. Roosevelt die in 1940 de Amerikaanse presidentsverkiezingen wint en voor een historische derde keer het Witte Huis betrekt, maar zijn rivaal, de vliegenier Charles A. Lindbergh. Het jonge gezin Roth, vanuit het perspectief waarvan we de grote gebeurtenissen volgen, is ons vertrouwd uit het eerdere werk van de schrijver, Roosevelt en Lindbergh en een hele reeks andere figuren zijn ons min of meer vertrouwd uit de geschiedenis. Samen belanden ze in het irreële alternatief.

Dat is link, zelfs in feitelijke zin: de woorden die Roth Lindbergh in de mond legt en de handelingen die hij hem laat verrichten zijn weliswaar verzonnen, ze liggen echter tegelijkertijd zo dicht bij de opvattingen en uitspraken van de historische luchtvaartpionier, dat je je kunt voorstellen dat een roedel advocaten Roth's tekst op voorhand heeft doorgenomen om hem te vrijwaren voor procedures van de nabestaanden en erfgenamen. Want Lindbergh ontpopt zich geleidelijk aan als de Amerikaanse Adolf Hitler. Hij blijkt een volslagen andere waardering te hebben voor de Duitse kanselier dan Roosevelt erop na hield en zelf ook wel wat te zien in diens antisemitische ideeën.

Tot zover is dat geen onzin: van Lindbergh zijn zowel nare praatjes als politieke ambities bekend; Roth's roman documenteert die in een naschrift. Het alternatief voor de geschiedenis zoals die zich werkelijk heeft voltrokken is, met andere woorden, minder woest dan het er in een samenvatting uitziet. Doordat Roth die geschiedenis zich laat voltrekken aan een familie die we zo goed uit zijn eerdere werk kennen, wint die bovendien aan overtuigingskracht. We zijn weer thuis: in Newark, New Jersey - vader bij de verzekeringen, moeder dominant aan het beredderen, een oudere broer voor de jeugdige 'Phil' en overal in de omgeving joden, seculiere joden veelal. Tweede, derde generatie emigranten, de angst niet meer in de benen maar nog wel in de genen.

Roosevelt is hun held: de gunstige consequenties van diens New Deal hebben ze aan den lijve ondervonden, het 'nothing to fear but fear itself' waarmee hij de schijnbare fataliteit van geschiedenis en economie te lijf ging staat in hun ziel geëtst. De hoop is gepersonifieerd in een president, terwijl ver weg, in Europa, een andere regeringsleider zich opmaakt om hun verre verwanten en alles wat aan hen herinnert uit te wissen. Ze weten wat dat betekent, de pogroms die hun voorouders ontvlucht zijn, zijn nog een levende herinnering, maar ze rekenen op hun president. Niets te vrezen dan de vrees.

Maar hij verliest - en de populaire piloot neemt de stuurknuppel van de staat over. In werkelijkheid heeft de piloot de problemen van de Amerikaanse samenleving verklaard door te wijzen op de ontwrichtende rol die de joden daarin spelen; in Roth's roman gaat hij als president stapje voor stapje tot maatregelen over. Hij spreekt zijn Duitse collega en geestverwant tijdens een bijzonder treffen op IJsland, en verdeelt met hem de wereldkaart, ongeveer zoals zijn historisch reële collega Roosevelt in de historische werkelijkheid dat even later met die andere massamoordenaar, Stalin, op Jalta zou doen. Amerika kiest voor het isolationisme, voor de afzijdigheid, voor het wegkijken, opnieuw met pijnlijke reminiscenties aan hoe talrijke andere staten dat indertijd metterdaad hebben gedaan.

Ook dat is geen onzin, ook al is dat - de Allerhoogste en de Amerikanen tot in der eeuwigheid geloofd - indertijd niet gebeurd. Hoe moeilijk het voor Roosevelt geweest is om de geest van isolationisme die, na de Eerste Wereldoorlog, over de Verenigde Staten vaardig was geworden, om te buigen naar steun voor interventionisme, is bekend en uitvoerig beschreven. Isolationisme en interventionisme, het zijn de twee polen van de catechismus van de Amerikaanse politiek; het hangt van je geloof af welke je voor het goede en welke je voor het kwaad verslijt.

De nieuwe president schept binnenslands een sfeer van afkeer. Gaat het gezin Roth een uitstapje naar Washington maken, om er de monumenten van de Amerikaanse democratie te bezichtigen, dan lopen zij voor het eerst in hun leven tegen de manifestaties van rassenhaat op. Het zijn de aangrijpendste pagina's in Roth's boek en opmerkelijk genoeg niet vanwege de walging die het alledaagse racisme wekt, maar vanwege de diepe ontroering die Amerika hier oproept, het Amerika van Roth, het Amerika van de joden en van al die anderen, het land van de hoop en de waardigheid dat bereid is geweest de onbetaalde rekening van onze, Europese, geschiedenis te voldoen, toen en telkens weer.

De hotelkamer die de familie Roth gereserveerd heeft en waarvan zij de huur bij vooruitbetaling heeft voldaan, wordt haar bij aankomst ontzegd. Joden. Ze kunnen hun geld terugkrijgen, als ze maar opkrassen. Het is het begin van de kanker die gaat woekeren en die ten slotte tot een Amerikaanse variant op de Kristallnacht leidt. Door de hypothetische geschiedenis - Amerika op weg naar het fascisme, Amerika dat zich met afgewend gelaat jegens Europa opstelt - te laten beginnen bij de grote monumenten van de Amerikaanse geschiedenis in Washington, bereikt Roth dat je eerder het licht ziet dan de schaduw. Zo is het immers niet gegaan - en dat beklemtoont hoe het wél gegaan is.

De media raken geïnfecteerd, de belangrijkste critici wordt het zwijgen opgelegd en zelfs in joodse kring in Newark blijft de hoop levend dat er zaken te doen zijn met het nieuwe bewind. Newark krijgt, in de gestalte van een aangetrouwd familielid van de Roths, zijn eigen variant op de Joodsche Raad. De nieuwe president gaat aan huisvestingspolitiek doen en verordent spreiding van de joodse bevolking, die hoofdzakelijk aan Amerika's oostkust gevestigd is, over de landelijke, veraf gelegen agrarische staten. Het programma heet 'Homestead': iedereen die zich herinnert hoe een van Roth's grote vrienden en inspiratiebronnen, Alfred Kazin, in dat weergaloze kleinood van de Amerikaans-joodse emigrantenliteratuur, A Walker in the City, diep bewogen de lof zingt van dat begrip, 'homestead', 'eigen huis' - 'Eigen Erf' vertaalt Roth's nieuwe en formidabele Nederlandse vertaler Ko Kooman -, ziet de perversiteit van dat programma tot in de taal toe doordringen. Onwillekeurig denk je aan wat er in dat opzicht met het Duits is gebeurd.

Het hek is van de dam, de alternatieve geschiedenis is een eigenstandige geschiedenis geworden - en, opmerkelijk genoeg, een meeslepende, een overtuigende. Dat het een if-history is, met alle plausibele irritaties van dien, doet er niet meer toe. Dat komt door Roth's weergaloze en onweerstaanbare stijl; hoe hij een collage van scènes kan samenvoegen in een pandemonium herinneren we ons uit zijn eerdere boeken, bijvoorbeeld het flippen van de Vietnam-veteraan in The Human Stain. De Amerikaanse Kristallnacht is daar in The Plot Against America de echo van.

Maar het komt vooral doordat je voelt dat hier nog veel meer gebeurt dan fabuleren en vertellen. Hier staat niet alleen een literaire reputatie op het spel, hier wordt een visie op Amerika en zijn rol in de wereld aan de orde gesteld: interventionisme of isolationisme, daar gaat het om. Wat had, en dus heeft Amerika te verliezen, wat is de bijzondere kracht van de Amerikaanse geschiedenis?

The Plot Against America is te beschouwen als een synthese van de Amerikaanse en de Europese ervaring; de Europese trauma's van de 20ste eeuw, van fascisme en antisemitisme, zijn op de Amerikaanse geprojecteerd. Dat is niet realistisch, maar het is wel reëel: zie hier de verschillen. Roth drijft het denken daarover op de spits.

Wie zijn oeuvre kent, begrijpt waar het vandaan komt. De tweede helft van de jaren negentig heeft Roth besteed aan het in kaart brengen van de Amerikaanse geschiedenis van de tweede helft van de 20ste eeuw in termen van trauma's en ontgoocheling: American Pastoral onderzocht de desillusie en ontmoediging die de belevenissen in Vietnam de Amerikaanse droom en het Amerikaanse zelfvertrouwen bezorgden, in I Married a Communist ging hij terug naar de heksenjacht onder senator Joseph McCarthy en de gevolgen die deze had voor het zelfbeeld van een vrije, verdraagzame en open samenleving, in The Human Stain analyseerde hij de verkankering van de Amerikaanse intelligentsia onder invloed van het postmoderne moralisme. The Plot Against America duwt het fileermes in wat Roth als het definitieve van Amerika ziet, het goede en opofferingsgezinde Amerika, het Amerika van de founding fathers, Lincoln en ten slotte Roosevelt.

De onbesuisde, speculatieve kanten van het boek herkennen we eveneens. In The Ghost Writer liet hij Anne Frank opdraven, zij het ook nog zonder Nederlands paspoort, in Operation Shylock suggereerde hij een even provocerende als intrigerende oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. The Plot Against America is een analyse van de huidige dilemma's van de Amerikaanse buitenlandse politiek in termen van een mogelijke geschiedenis. Door te vertellen wat er niet is gebeurd, zien we duidelijker wat er wel is gebeurd, door de Europese ervaring op de Amerikaanse kaart te projecteren verheldert Roth de verhoudingen. Wat als het isolationisme gezegevierd had, in de periode 1940-'45, en Europa zijn eigen boontjes had moeten doppen? De gedachte alleen al is onverdraaglijk.

Is het een stemadvies? Nee, natuurlijk niet: het is literatuur en wel literatuur op zijn allerbest - meeslepend mooi geschreven en uitnodigend tot nadenken.

Philip Roth: The Plot Against America. Houghton Mifflin Company, import Nilsson en Lamm; 391 pagina's; euro 34,-. ISBN 0 618 50928 7.

Philip Roth: Het complot tegen Amerika. Uit het Engels vertaald door Ko Kooman. Meulenhoff; 430 pagina's; euro 17,50. ISBN 90 290 7582 1. Verschijnt 18 oktober.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden