oog voor detail Magisch neprealisme

Waar staart deze volwassen man naar? Het is best een ranzige blik, oordeelt Wieteke van Zeil

Je ziet het pas goed van dichtbij. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: die blik.

Zo in trance als deze man heb ik zelden iemand zien kijken, zelfs niet op festivals als Dance Valley of Awakenings. Het is net alsof zijn ogen er lichter van geworden zijn. Alsof ze vastzitten in zijn kassen. Nek naar voren, armen rustend op de knieën, de hele houding is als door ­nagels geklonken. De reden is geen onschuldig feest, maar nogal pervers; hij kijkt naar een slangenbezweerder die niet veel ouder is dan 10. Het kind staat poedelnaakt voor hem, jongen of meisje geen idee, want op die leeftijd is dat van achter nog niet zichtbaar. Die blik wordt daardoor best ranzig. En over die blik gaat het.

Jean-Léon Gérôme, ‘De slangenbezweerder’, circa 1879. Beeld Collectie Clark Art Institute

Alles in dit schilderij draait om mysterie; het mysterie dat het kind oproept met zijn imposante slang. Kind en slang, onschuld en gevaar. Wíj zien de performance niet, wij zien alleen dat zachte kinderruggetje, de samengeknepen billen. Tien mannen uit het nabije Oosten kijken naar hem, betoverd, verbaasd, verlekkerd, in trance. Een verwarrende boodschap: de macht van het slangenbezweren enerzijds, en het hulpeloos onderworpen zijn aan de seksuele blikken van volwassenen anderzijds.

In tegenstelling tot vrijwel alle andere westerse schilderijen die bedoeld zijn om de kijker in sensuele vervoering te brengen, zijn wíj hier dus niet die toeschouwer. Wij worden niet betoverd en ingepalmd als Mowgli door de slang Kaa. We kijken naar het publiek van de voorstelling. Kijken naar kijkers, veel meer meta krijg je het niet. De mannen zitten voor fantastische felturquoise tegels met Arabische teksten, die gekopieerd zijn uit het Topkapi-paleis in Istanbul. Door de details van hun kleren en gezichten is het alsof je ze kunt horen ademen.

Dit werk wordt gezien als een symbool van het ‘mysterie’ van het oriëntalisme; de westerse beeldvorming van het Oosten. De Europeaan wilde dat het Oosten er zo uitzag: zwoel, sensueel, zinnenprikkelend, magisch. Zo’n beetje wat het kind oproept bij deze mannen dus. Niet voor niks stond dit kind op het omslag van ­Edward Saïds baanbrekende boek Orientalism in 1978. Het eerste boek dat de mythe van de oriëntalistische fantasie ontrafelde als een product van het imperialistische Westen.

Het is een venijnig schilderij, vooral omdat het zo echt lijkt. In deze periode waren Franse kunstenaars juist steeds ‘schilderachtiger’ aan het werken, zie impressionisme, maar dit is zo precies en flitsend helder dat je naar een foto lijkt te kijken. Neprealisme om een werkelijkheid op te roepen die er niet was, schreef de net overleden kunsthistoricus Linda Nochlin in een boeiend artikel in 1983. Het nalezen waard; Nochlin fileert fijntjes de opzet van dit schilderij en zijn dubbele illusie. We zien een oosterling in trance, maar eigenlijk houdt de kunstenaar ons beet met zijn betoverende, seksuele fantasie, door ons te doen geloven dat dit het echte Oosten is.

Volg Wieteke van Zeil op ­Instagram: @artpophistory

Jean-Léon Gérôme, ‘De slangenbezweerder’, circa 1879.

Olieverf op doek, 82,2 x 121 cm.

Sterling & Francine Clark ­Institute, Williamstown, VS.

T/m 21 juli te zien op de ­tentoonstelling ‘L’Orient des peintres’ in Musée Marmottan Monet, Parijs.   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden