Essay Schaamte

Waar komt die groeiende schaamteloosheid vandaan?

Op sociale media regent het beelden uit het ziekenhuis, er wordt vreemdgegaan op televisie, of gebadderd met demente bejaarden. En dan al die boeken over de beroerde jeugd: Wilma de Rek neemt een groeiende schaamteloosheid waar en vraagt zich af waar die vandaan komt.

Beeld benningladkova

Wat zou mevrouw Bahadoer twintig jaar geleden hebben geantwoord als iemand haar had gevraagd of ze zin had om in april 2018 voor het programma In de Leeuwenhoek in bad te gaan met Adelheid Roosen, aangemoedigd door Hugo Borst die met een hoog stemmetje dingen kraaide als ‘zo schat!’ en ‘ze vindt het wel lekker hè!’, en als die iemand erbij had gezegd dat de beelden van haar oude lijf in dat bad, en van haar wezenloze gezicht met openhangende mond, op televisie zouden worden uitgezonden om door 380 duizend mensen te worden bekeken?

Zou mevrouw Bahadoer hebben geantwoord: ‘Wat een ontzettend goed idee zeg! Ik kan haast niet wachten tot het ­zover is’? Of zou mevrouw Bahadoer die iemand verbijsterd hebben gevraagd of hij wel goed snik was?

We weten het niet, want niemand heeft het mevrouw Bahadoer twintig jaar geleden gevraagd, en nu zit ze in het laatste stadium van dementie en is onduidelijk of ze überhaupt nog een mening hééft. Dus ging ze in april 2018 voor het oog van de wereld in bad met Adelheid Roosen.

In de Leeuwenhoek - De demente mevrouw Bahadoer in bad met Adelheid Roosen.

Donderdag 10 mei werd het laatste deel van In de Leeuwenhoek (Human) uitgezonden, waarin Hugo Borst en Adelheid Roosen verslag doen van hun verblijf in het Rotterdamse verpleeghuis. Ze waren er een maand, om ‘een handje te helpen’ zoals Borst in zijn aankondiging zei, en je kon zien dat de serie met de beste bedoelingen was gemaakt. In de kritieken ­regende het woorden als warm, liefde, toewijding, humor en plezier.

Maar toch schrijnde het. En dat was niet omdat na de eerste uitzending bleek dat De Leeuwenhoek op een zwarte lijst had gestaan. Het was vanwege de heel basale vraag die nergens aan de orde kwam: mag je demente bejaarden filmen die daar geen expliciete toestemming voor hebben kunnen geven? En dan niet ‘mag’ als in ‘mag het volgens de wet’ of ‘mag het van de familie’, maar gewoon: kun je dat maken, vinden we het gepast, moet je kwetsbare mensen niet beter ­beschermen, zijn sommige dingen niet gewoon te intiem? Waar is de schaamte ­gebleven?

Die laatste vraag heb ik me de laatste jaren vaker gesteld. Bijvoorbeeld toen ik op Facebook iemand minutieus verslag zag doen van alle fases van haar ziekte, tot heel kort voor haar dood; meteen daarna nam haar man het over, en hij nodigde alle ­Facebookvrienden uit voor de begrafenis. Eigenlijk bij heel veel dingen die mensen via ­sociale media delen: echo’s van ongeboren kinderen, foto’s van verloren dierbaren en veel, heel veel ziekenhuisbeelden; zo ligt Kees er nu dus bij mensen, wens hem maar sterkte want morgen gaat de prostaat eruit.

Ook in de oude media mogen ziekte en dood zich in een groeiende populariteit verheugen. En ook daar schrijnt het. In een ingezonden brief beklaagde Volkskrant-­lezer Christine Brandenburg zich een paar weken terug over de nieuwe wekelijkse ­column van rechter Chris Oostdam, die elke woensdag bericht over haar leven als terminaal longkankerpatiënt. ‘Ik wil geen voyeur zijn in het stervensproces van een mij onbekende vrouw’, schreef Brandenburg. ‘Laat zij dat delen met haar naasten, en haar sterven dáár laten waar het hoort: in de privésfeer.’ Een paar ­dagen eerder had journalist ­Daniela Hooghiemstra zich op de opiniepagina van de Volkskrant ­beklaagd over wat ze ‘sterfporno’ noemde, zoals stukken van schrijvende artsen als ­longarts Sander de Hosson, wiens boek Slotcouplet vorige maand hoog in de CPNB Bestseller 60 belandde.

De longarts die over zijn terminale ­patiënt schrijft, de zieke die een foto van zichzelf mét infuus op Instagram zet, de programmamaker die een badende ­demente bejaarde filmt, programma’s als Temptation Island, de eindeloze hoeveelheid vlogs over niks, de stroom boeken waarin een rottige jeugd gedetailleerd wordt uitgevent. Het lijken onvergelijkbare zaken, maar ze hebben wel degelijk iets gemeen: 1. Ze zoomen in op de niet-glamoureuze kanten van het leven en 2. Ze getuigen van een groeiende schaamteloosheid.

Ziekenhuisselfie - Abby Lee Miller van realityserie 'Dancer Moms'.

Schaamte is een complex ­begrip waarover je niet snel te genuanceerd bent. Je kunt niet zeggen dat schaamte goed is en schaamteloosheid fout, of omgekeerd. Schaamte veroorzaakt een hoop ellende. Schaamte zorgt ervoor dat slachtoffers van seksueel misbruik hun mond houden, dat mensen zich laten knechten, dat geliefden al zwijgend hun relatie verzieken. Schaamte kan mensen depressief en ­suïcidaal maken. Schaamte kent vele gedaanten en er komen telkens nieuwe bij (slut­shaming, fatshaming, Dotan­shaming). Schaamte hoort bij de emoties, samen met angst, liefde, woede, bevrediging, ­jaloezie, afschuw en ­verdriet, en het is net als die ­andere emoties deels evolutionair verklaarbaar; mensen worden geboren met het vermogen zich te schamen. Maar bij schaamte speelt ook de sociale omgeving een grote rol.

De beroemde psychiater Louis Tas, overleden in 2011, omschreef schaamte als ‘het gevoel dat een ander jou waardeloos vindt, en dat hij daarin nog gelijk heeft ook’. In de therapieën van Tas, die zich weer baseerde op de ideeën van Helen B. Lewis, was schaamte altijd een belangrijk onderwerp – volgens hem ondervond het gros van zijn patiënten in hun leven een ‘obstakel’ dat met schaamte samenhing, in welke vorm ook.

Tas’ eigen fascinatie met schaamte kwam voort uit de zwijgzaamheid van zijn Joodse familieleden over hun verleden. Volgens Tas was die zwijgzaamheid een gevolg van schaamte. Joden die het concentratiekamp overleefden, schaamden zich omdat ze zo slecht waren behandeld, zich zo slecht líéten behandelen, zei hij in een interview tegen Marja Pruis van De Groene Amsterdammer: ‘Het besef te behoren tot een groep die straffeloos kon worden vernederd en mishandeld, was schaamte verwekkend.’

In de jaren negentig richtte Tas een ‘schaamteclubje’ op, waarbij befaamde wetenschappers als de bioloog Tijs Goldschmidt, de psychiater Andries van Dantzig en de sociologen Abram de Swaan en Joop Goudsblom aanschoven. ‘Het ­waren interessante bijeenkomsten, ik zal er een stuk of tien hebben bijgewoond. ­Iemand hield een referaat en de anderen reageerden daarop’, zegt Joop Goudsblom, nu 85. ‘Tas was een meester in het ontdekken van schaamte bij anderen, die zichzelf schaamden over hun schaamte en het zich niet realiseerden – Louis zag het wel.’

Joop Goudsblom heeft veel over schaamte geschreven, onder meer in Het regime van de tijd (2006). Ook in zijn vorig jaar bij Van Oorschot verschenen memoires is de schaamte een trouwe bezoeker. Zijn vroegste jeugdherinnering is er een van schaamte, toen hij achter op de fiets van zijn moeder een liedje zong en een passerend meisje daar een opmerking over hoorde maken.

Individuele schaamte is een rotgevoel; maar is een zekere collectieve schaamte niet ook goed? Zonder schaamte geen ­beschaving, schaamte weerhoudt mensen van al te primitief gedrag. Kan er in een maatschappij ook te weinig schaamte zijn?

In 1994 beantwoordde Louis Tas die vraag met een stellig nee. In een lezing onder de titel Schuld en schaamte ­bestreed hij dat schaamte een socialiserende invloed zou hebben: ‘Er is geen ­enkel bewijs dat iemand zich uit schaamte maatschappelijker zou gedragen. Schaamte is juist één van de wortels van crimineel gedrag, met name van terreur tegen vreemdelingen.’

Temptation Island - Op tv worden verleid tot vreemdgaan.

Joop Goudsblom is het daar niet mee eens. Hij gelooft wel degelijk in het ­beschavende effect van schaamte. ‘Schaamte heeft een grote sociale dimensie, er is altijd een relatie tussen schaamte en macht. Maar schaamte is geen boekhoudpost, we kunnen niet precies zeggen hoeveel schaamte een maatschappij nodig heeft.’

Interessanter dan de rol van de ­beschaamden vindt Goudsblom die van de beschamers. ‘De mensen die – soms ­helemaal onbewust – een gevoel van schaamte bij de ander opwekken. Ik heb het idee dat het een onderbelicht aspect van de schaamte is. Mensen worden niet alleen geboren met het vermogen om zich te schamen, maar ook met een aanleg om ­beschaming leuk te vinden.

‘Kinderen kunnen er een geweldig ­plezier in hebben een ander kind te ­beschamen. Er wordt wel aandacht ­besteed aan de zieligheid van het kind dat beschaamd wordt, maar niet aan het ­plezier van de anderen die in dat ritueel opgaan. Dat plezier hangt samen met de voldoening van het overwinnaarschap; je hoort bij de succesvolle partij, en dat vier je met het verder beschamen van de overwonnenen. Leedvermaak en schaamte liggen dicht bij elkaar.’

Aan speculaties over de vraag of de maatschappij van vandaag wel wat meer schaamte zou mogen gebruiken, waagt Goudsblom zich niet: ‘Intuïtief ben ik het met die stelling helemaal eens. Maar ik ben nihilist genoeg gebleven om me zo veel mogelijk te onthouden van uitspraken met sterk morele dimensies. Dat de cultuur schaamtelozer is dan vroeger, klopt wel. Dat heeft ook te maken met een proces dat bekend staat als de informalisering en die zie je overal, in de verdwijnende kledingvoorschriften, aan de universiteiten. Studenten hebben iets minder praatjes dan in de jaren zeventig, maar datgene wat er in de jaren zestig en zeventig is gebeurd, werkt nog ­altijd door.’

In 2006 vroegen journalist Frans Oosterwijk en socioloog Marcel Maassen aan duizenden Nederlanders spontaan het eerste taboe te noemen dat in hen opkwam. De resultaten bundelden ze in hun boek Taboe: 100 gevoelens waar Nederlanders zich voor schamen (Balans). ‘De sluizen gingen wagenwijd open’, schrijven ze. ‘We werden overspoeld door verboden gevoelens, opvattingen die je maar beter voor je kunt houden, en ­lichamelijke of geestelijke gebreken die je ook niet kunt helpen maar waarvoor je je niettemin doodschaamt.’

Beeld benningladkova

Hoe onredelijk en overbodig veel taboes mogen lijken, ze dienen een zinnig doel, schreven Oosterwijk en Maassen. ‘In een ideale groep streven we allen dezelfde waarden na en houdt iedereen zich aan dezelfde normen en taboes. Maar zo zit een samenleving die uit zestien miljoen personen bestaat niet in elkaar. Wie de vrijheid neemt in z’n blote kont en met open gordijnen door het huis te huppelen, beperkt de vrijheid van de ander om van het zicht op dat blote lijf verschoond te blijven.’

Over blote kont gesproken: waar twaalf jaar later het taboe op lichamelijke en geestelijke gebreken lijkt te verdwijnen, is het taboe op bloot – ‘gewoon’, alledaags bloot althans – juist helemaal terug. ‘Jongens dragen weer zwembroeken tot onder de knie en daar doen ze dan ook nog een onderbroek onder’, zegt psychiater Frank Koerselman (71) in zijn werkkamer in Weesp. ‘En naakt douchen is er ook niet meer bij.’

In zijn vorig jaar verschenen boek Wie wij zijn (Prometheus) gaat Koerselman in op betekenisverlening, identiteit en de plaats van het individu binnen zijn groep. Bij de bepaling van die plaats speelt schaamte een wezenlijke rol. ‘Bekeken en beoordeeld worden, daar gaat het om bij schaamte. De oudst bekende schaamte is natuurlijk die van Adam en Eva, die hun naaktheid bedekten met een vijgenblad nadat ze van de boom van ­kennis van goed en kwaad hadden gegeten. Preutsheid is seksuele schaamte en die is full blown ­terug. Daar staat inderdaad ­tegenover dat verder van alles schaamteloos op straat wordt gegooid.’

De moderne schaamteloosheid heeft volgens Frank Koerselman alles te maken met aandacht. ‘Mensen die het zoveelste boek schrijven over hun verrotte jeugd of op televisie meedoen aan alweer een nieuw onzinprogramma: het zijn allemaal pogingen om aandacht te krijgen.’

Het gehengel naar aandacht is niet nieuw. Wel nieuw is dat je bij dat gehengel niet meer hoeft terug te vallen op bepaalde vaardigheden, maar de aandacht ook kan krijgen doordat je ergens juist heel erg níét goed in bent. Koerselman: ‘Als je het over schaamte hebt, heb je het ook over trots. Schaamte en trots zijn twee kanten van dezelfde medaille. Heel lang ging het zo: je mat ­jezelf af aan een bepaalde sociale standaard, van de zuil of bubbel waar je bij hoorde, en dan waren er twee mogelijkheden. Of de vergelijking viel ­ongunstig voor je uit en dan schaamde je je, of hij viel gunstig uit, en dan was je trots.

‘Maar nu zit aan die trots iets raars. Vroeger was je trots als je iets gepresteerd had, meer dan redelijkerwijs van je verwacht mocht worden. Tegenwoordig zijn mensen ook trots op ­dingen waar je niets voor hoeft te kunnen. Ze zijn trots op Nederland, trots op het feit dat ze homo zijn, trots op hun kleur, trots op hun gebreken. Mensen zijn niet meer trots op wat ze kunnen, maar op wie ze zijn. Dat identiteitsdenken is echt iets van nu.’

De trots is het grootst bij groepen die zich ‘traditioneel schaamden’, zegt Koerselman; namelijk bij minderheden. ‘Wat je ziet, is de emancipatie van de onderliggende partij die zijn schaamte afwerpt.’

De toegenomen trots bij minderheden heeft gevolgen voor de meerderheid. ‘Want hoe krijgen die minderheden het voor elkaar hun collectieve schaamte om te zetten in een collectieve trots? Door anderen te beschuldigen. De meerderheid moet zich nu schuldig gaan voelen. Over slavernij bijvoorbeeld, of over het feit dat ze een heteroseksuele man zijn.’

Adam en Eva - De oudst bekende schaamte, met het vijgenblad.

Dat mensen tegenwoordig beoordeeld willen worden op wie ze zijn en niet op wat ze kunnen, is volgens Koerselman ­wellicht de uitkomst van een bepaalde stijl van opvoeden. ‘Ik ben door mijn vader louter beoordeeld op wat ik presteerde. En zijn lat lag heel hoog, dus veel waardering was er niet. Nu zeggen ouders tegen hun kinderen: ook al kun je veel niet, je bent me tóch lief. Dat is natuurlijk goed, op zichzelf.

‘Maar het heeft ook een keerzijde. Want alles wat gratis is, wordt waardeloos. Dus als liefde gratis is – en kinderen krijgen van jongs af aan gratis liefde –, wat betekent die liefde dan nog? Niks. En trouwens: wat behelst die liefde precies als ze wordt ­gegeven door ouders die eigenlijk te druk zijn en de opvoeding overlaten aan de ­crèche? Bovendien moeten die kinderen, als ze eenmaal naar de universiteit gaan, alsnog excellent zijn, en kunnen ze als gekken aan de slag om dat cv te vullen.’

Het resultaat, zegt Koerselman, is een ‘liefdevol verwaarloosde’ generatie die over weinig zelfvertrouwen ­beschikt en die ook als ze volwassen is nog altijd bevestiging nodig heeft. ‘Geen bevestiging in wat ze kunnen, maar in het feit dat ze er zijn. En dat is dus wat je ziet, op Instagram en Facebook, op televisie, noem maar op: mensen die voortdurend laten zien dat ze er zijn, via foto’s van wat ze eten, wat ze dragen, wat ze doen. Ik besta, ik besta, ik besta.’

Ja, de mensen die hun kwalen uitventen zijn weer vaak ouderen, maar die hebben nooit anders gedaan, zegt Koerselman: ‘Ouderen praten sinds mensenheugenis over hun enge ziektes en verpesten zo menige verjaardag. Als je verder niks hebt om als verdienste te etaleren, trek je daar nog aandacht mee.’

Het leed gaat keurig aangekleed over straat, dichtte Rob Chrispijn eind jaren zeventig voor Herman van Veen. En het leed trekt nu zijn kleren uit. Koerselman: ‘Wat mensen daarmee proberen op te roepen is medelijden, gedeelde verontwaardiging over aangedaan onrecht. Het slachtofferschap is in onze cultuur ­momenteel ongelooflijk belangrijk. Vroeger liep de winnaar trots rond en hield de loser zich stil; nu is de loser as such de moeite waard.

‘Maar uiteindelijk gaat het om wat onder die schaamteloosheid zit. En dan zie je meestal geen gezond gevoel voor eigenwaarde; dan zie je vooral onzekerheid, en mensen die zichzelf overschreeuwen.’ 

Thema-avond

Op 16 mei organiseert het onlineplatform Hard//hoofd in het Amsterdamse BAUT (Spaarndammerstraat) een literaire en journalistieke thema-avond over schaamte, met ‘ongemakkelijke gesprekken, voordrachten en ervaringen’.

hardhoofd.com (zie Hard//hoofd live)

Beeld benningladkova
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.