Waar komt die enorme likemotivatie toch vandaan?

Loes Reijmer werpt in deze rubriek een blik op onlinecultuur.

Chamath Palihapitiya, oprichter en CEO van Social Capital, spreekt tijdens een conferentie in New York, in mei 2017. Beeld reuters

Bekeerlingen zijn het fanatiekst. Eerst hebben ze met verve het evangelie van Mark Zuckerberg verkondigd, of erger: omgezet in verslavende code. En nu komen de oud-managers van Silicon Valley ons stuk voor stuk vertellen dat technologie de samenleving verwoest. Chamath Palihapitiya voelt zich 'verschrikkelijk schuldig' dat hij Facebook tot een succes heeft gemaakt, werd deze week bekend. Eerder huilden voormalige ontwikkelaars van Facebook, Google en Twitter uit op de schouder van The Guardian. 'Dit zijn de techinsiders die vrezen voor een smartphone-dystopie', kopte de Britse krant.

Ze hebben vast gelijk, hoor. Maar het wringt wel een beetje dat Silicon Valley ons wéér komt vertellen hoe te leven, nu in de vorm van spijtoptanten. Ze aarzelen niet om te dreigen met de apocalyps. 'Onze gedachten kunnen gekaapt worden', zei een van hen tegen The Guardian. 'De keuzes die we maken zijn niet zo vrij als we denken.' Bijna al die grote woorden gaan over een klein duimpje: de like-knop op Facebook, of het hartje op Twitter en Instagram. De man die het duimpje tien jaar geleden ontwikkelde, liet onlangs zelfs een blokkade op zijn iPhone zetten waardoor hij geen apps kan downloaden. 'Omdat hij zich zo bewust is van de verleidingen van de like-knop', aldus The Guardian.

De like is zo geïntegreerd in ons leven dat we onze verhouding ermee nauwelijks bevragen. Ja, we weten dat elke like een shot dopamine geeft. En dat we daardoor weer een nieuwe foto of statusupdate plaatsen. En dat die dan ook weer tot dopaminebevorderende likes leidt. Maar wanneer en waarom we zelf likes uitdelen, is vager.

'Liken doe je eigenlijk gewoon sowieso bijna altijd', legden vier tieners een maand geleden uit aan de Volkskrant. 'Van je vrienden like je alles. Liken is de bevestiging dat je een foto hebt gezien. Het is een statement om het niet te doen', noteerde de verslaggeefster. Ik las het zelfgenoegzaam hoofdschuddend, want die malle bakvissen toch. En toen volgde een pijnlijke confrontatie met mijn eigen likegedrag.

Ik mag graag in de veronderstelling leven dat ik een volwassen, rationeel wezen ben met veel gevoel voor esthetiek en een goed beoordelingsvermogen, maar als het op liken aankomt, gedraag ik me bijna net zo sneu als die pubers. Zij liken alles van hun vrienden, ik like alles van mensen in dezelfde levensfase. Er hoeft maar een baby of peuter op een foto te staan en mijn hartje is binnen. Het zijn vaak leuke foto's hoor, daar niet van. Maar ik geloof niet dat de likemotivatie daar vandaan komt. Eerder: omdat het zo hoort. Al die mensen liken ook weer trouw de foto's van mijn dochter (maar vanaf nu misschien niet meer). Likes zijn sociale handel, de valuta van de baarmoederlijke mutual admiration society.

Fascinerend blijft de gevoelsmatige kloof tussen een like uitdelen en er een ontvangen. Het eerste gebeurt bijna achteloos, het tweede voelt als echte erkenning van jouw enorme levensgeluk - of dat nu om een memorabele katertosti gaat of gebeurtenissen in de categorie huwen en baren.

Vers in het kraambed en high van de hormonen zag ik twee jaar geleden de likes op de aankondiging van de geboorte van mijn dochter binnenstromen. Het was niet zo overweldigend als een bevalling, maar het scheelde niet veel. Ik voelde me schuldig dat ik geen tijd had om te reageren, het liefst had ik alle likers een persoonlijk bezoekje gebracht om ze snikkend te bedanken. De verloskundige keek naar de verwarde vrouw in het kraambed. 'Maak je geen zorgen', sprak ze nuchter en wijs. 'Daar zitten die mensen echt niet op te wachten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.