Beschouwing

Waar is rokjesdag gebleven?

Beeld Getty Images

Vroeger was rokjesdag, een begrip van columnist Martin Bril, een ode aan sterke, zelfverzekerde vrouwen. Inmiddels is de culturele betekenis van het rokje veranderd.

Er was een tijd, niet eens zo heel lang geleden, dat ogen begonnen te glanzen als de term rokjesdag viel. Bij mannen én vrouwen. Het zwierige woord trapte de lente af, maar belangrijker was wat het vierde: vrouwelijkheid. Mooie benen, blote benen, lange benen.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie:  

Ging het alleen om de buitenkant? Nee hoor. Martin Bril, die de term in Nederland groot maakte, voorzag de definitie van een diepere laag. Rokjesdag was immers ‘het toverslagse raadsel’, het moment waarop alle vrouwen een rokje uit de kast trokken, zonder daarover te overleggen of instructies van bovenaf. Alsof vrouwen mysterieuze wezens met bovennatuurlijk gaven waren, zusters met geheime codes, een sekse met onpeilbare diepgang. Flauwekul natuurlijk, maar het was te flatterend om af te wijzen. 

Geen wonder dat op 22 april 2010, een jaar nadat Bril overleed aan de gevolgen van slokdarmkanker, tientallen vrouwelijke fans bijeenkwamen op het Amsterdamse Koningsplein om een ode te brengen aan de columnist. Ze droegen rokjes, natuurlijk, en deden een dansje. Het leken progressieve en creatieve dames, archetypische GroenLinks-stemmers, het type dat zich op een fiets met krat vol plastic bloemen door de hoofdstad bewoog. ‘Korte rokjes en blauwe benen’, schreef Het Parool over de bijeenkomst, want het was koud. Maar hé, dat hadden ze over voor een columnist die ze adoreerden. 

Velen van hen zullen inmiddels puberdochters hebben. Zestienjarigen die in LINDA. Meiden lezen over seksisme, misschien zelfs de boeken van Chimamanda Ngozi Adichie of Roxane Gay op hun nachtkastje hebben liggen. Ze volgen vloggers die tussen het unboxen door feministische praatjes afsteken en noemen hun vader een ‘mansplainer’ als die hen dingen probeert uit leggen. Het is niet ondenkbaar dat hun mond openvalt bij het zien van de foto’s van het sympathieke initiatief.

Rokjesdag, really?

Beeld Joost van den Broek

Maatschappelijk fenomeen

Maandag is het tien jaar geleden dat Martin Bril overleed. Hij was een begenadigd en productief schrijver, iemand die de sfeer op marktpleinen en winkelstraten perfect wist te vatten. ‘Een chroniqueur van het hedendaagse Holland’, schreef de Volkskrant na zijn dood. Zijn beschrijving van rokjesdag was zo raak dat de term zijn columns al snel oversteeg. Het werd een maatschappelijk fenomeen. Bij een voorzichtig zonnetje zoemde het door de straten: zou het vandaag rokjesdag worden? Regionale kranten stuurden verslaggevers de winkelstraten in om te kijken of vrouwen hun panty's al thuis lieten. ‘Leuk! Op straat zie je de lente weer’, kopte de Provinciale Zeeuwse Courant in 2015 op de eerste rokjesdag van dat jaar. 

De term stond voor lentegevoel, en misschien ook wel voor een bepaald levensgevoel. Op het omslag van Rokjesdag en andere lenteverhalen, een boek met columns van Bril dat postuum werd uitgegeven, staat een foto van Ed van der Elsken. De romantiek van de late jaren zestig: vrouwenbenen, vrijheid.  

Maar wie op deze zonnige dagen om zich heenkijkt, kan niet anders concluderen dan dat de klad erin zit. De straten zijn niet gevuld met korte rokjes, maar met geplooide midirokken, gebloemde maxi-jurken en boiler suits, mode geïnspireerd op overalls. Dat zou nog toeval kunnen zijn - hoewel mode zeker een reflectie van de tijdgeest is. Maar er wordt ook niet meer handenwrijvend over gepraat. Rokjesdag laat de ogen niet langer glanzen, maar rollen. 

Cliché

Een jaar geleden deed Jonathan Ursem, hoofdredacteur van Nieuwe Revu, een voorspelling in zijn openingswoord: we gingen rokjesdag voor het laatst vieren. Het zou immers niet meer mogen van ‘feministisch Nederland’ en ‘de rest van de zogenaamd progressieve deugkliek’. De reden, volgens Ursem: ‘Het is bedacht dan wel groot gemaakt door een man en die is de duivel, dus weg ermee.’ Hier stokte de argumentatie, maar hij wist het zeker: ‘Ook deze traditie wordt ons afgenomen.’

Ursem schaart rokjesdag onder de symbolen die, eenmaal zwaarbevochten, zullen sneuvelen in de cultuuroorlog. Alsof het fenomeen de nieuwe Zwarte Piet is. Maar daarvoor moeten er groepen zijn die het gevoel hebben dat er iets op het spel staat. Voorstanders van rokjesdag die zich vastketenen aan hun Gilette Venus Comfortglide. En feministen die etalages besmeuren als er een kort rokje in hangt. Terwijl de meeste vrouwen gewoon gapen als een collega ‘Heeeu! Rokjesdag!’ roept. Ursem voert een achterhoedegevecht.

Dat komt vooral doordat het een cliché is geworden. Wat ooit een briljante vondst was in een column, werd in 2016 de titel van een romantische komedie van Johan Nijenhuis. De film werd redelijk ontvangen en trok veel bezoekers, daar niet van. Maar mensen die zichzelf een originele geest toedichten, en dat zijn er nogal wat, wisten toen zeker dat ze er niet meer mee aan konden komen. In de jaren ertussen legde het woord dezelfde lijdensweg af als ‘goeiesmorgens’ van Jiskefet. Eerst een herkenningssignaal voor elkaar besnuffelende fans, vervolgens evoluerend in algemene kantoorhumor.

Rokjesdag van regisseur Johan Nijenhuis.

Zoek met #rokjesdag op Instagram, toch het sociale medium waarop de term zou moeten floreren, en het verval slaat je in het gezicht: wannabe influencers met ideeënarmoede (stralend zonnetje, #spring, #rokjesdag, veelal met verboden panty), advertenties voor veganistische anti-cellulitiscrème uit Duitsland, de nieuwe zomercollectie van Impulse Fashion in Ter Apel en een zonnebankstudio in Amsterdam-Noord. 

Maar er is natuurlijk ook een verband met de veranderde tijdgeest. Niet omdat boosaardige feministen mannen als Ursem van alles willen afpakken, maar omdat de culturele betekenis van een rokje anders is geworden. 

Uitgeëmancipeerd 

Bril schreef zijn columns in de jaren negentig en nul. Feminisme was afgeschreven als humorloos en zuur, de emancipatie voltooid. Vrouwen hadden girlpower, droegen push-upbeha's en bepaalden zelf met wie ze het bed deelden. Denk Spice Girls, denk Bridget Jones, denk alle romantische komedies uit die decennia. Een sexy uiterlijk was een teken van kracht, van zelfverzekerdheid. Als Bridget Jones volledig naar de flirtmodus schakelt met haar baas, trekt ze een kort rokje en doorschijnend topje aan naar kantoor. Ze is dan de beste Bridget die Bridget zich kan wensen, niet alleen uiterlijk, maar ook innerlijk. Plotseling stuntelt ze zich niet meer de dag door, maar stuurt ze hem bijdehante mailtjes. Sexappeal maakte de powervrouw. Rokjesdag was zo een ode aan sterke, zelfverzekerde vrouwen, maar die connotatie is het inmiddels kwijt. Een kort rokje is inmiddels gewoon een kort rokje.

De nadruk op een sexy voorkomen in die periode was niet alleen maar empowering, analyseerde de Engelse socioloog Rosalind Gill in 2007 in het invloedrijke essay Postfeminist media culture: Elements of a sensibility. Vrouwelijkheid werd gevierd, maar moest wel aan strikte eisen voldoen. Het vrouwenlichaam was een bron van macht, stelde Gill, maar ook als iets wat constant in toom gehouden en bijgeschaafd moest worden om te voldoen aan het steeds smallere idee van aantrekkelijkheid: scheren, afvallen, verven. 

De gelijkenis met de columns van Bril is treffend. Zo vierde hij met rokjesdag de vrouwelijkheid, maar niet iedereen bleek welkom op het feestje. De ‘frêle, roodharige vrouw’ met knokige knieën bijvoorbeeld niet, want daar kreeg hij het koud van. Of de Japanse toerist die een kort spijkerbroekje droeg, ‘terwijl ze er de benen niet voor had’. Rokjes moesten kort zijn, maar ook weer niet te kort - althans, niet als dat kwam door het (te dikke) ‘bijbehorende achterwerk’. In reactie op de flashmob somde Geenstijl destijds de ‘spataderen, striae, putjes, stoppels, okselhaar, cellulitis, Viva-konten’ op.

Ook beschreef Bril uitvoerig welke inspanningen vrouwen leverden om in een rokje over straat te kunnen.  ‘De schatten’ gingen ‘met ladyshaves, scheermessen en kleverige hars in de weer, wat heel afschuwelijk is, en zelfs bloederig’. En dat allemaal om mannen ‘te behagen’ en de eigen sekse ‘de ogen uit te steken’. De vrouw met een sexy lijf als top van de voedselketen. Dit alles maakt de columnist, voor de duidelijkheid, niet met terugwerkende kracht een seksist, maar wel duidelijk een product van zijn tijd. 

Er is nog iets veranderd. Twee dagen na het overlijden van Bril blikten vrienden en bekenden in de Volkskrant terug op diens leven en werk. ‘Hoe hij over vrouwen schreef – ik kan er wel om lachen’, zei columnist Aaf Brandt Corstius. ‘Dat was wel heel mannelijk, maar veel vrouwen waren ervan gecharmeerd.’ PvdA-politicus Mei Li Vos: ‘De vrouwen, ja, daar hebben we (Bril en Vos, red.) ook eindeloos over gepraat en gelachen. Over ‘praktisch haar’ – kort, rood geverfd – en platte schoenen.’

Deelnemers aan de Women's March in 2019 in Amsterdam. Beeld ANP

Aangescherpte blik

Anno 2019 is het onwaarschijnlijk dat de progressieve voorhoede zich lachend bij dat soort geringschattende beschrijvingen zou voegen. Als er nu negatief over het uiterlijk van vrouwen wordt gesproken, leidt dat direct tot verontwaardiging op sociale media. ‘Ik denk dat veel vrouwen een beetje verliefd op hem waren’, zei Brandt Corstius destijds. ‘Dat ze dachten: die vrouw met dat rokje op het terras, dat ben ik.’ En degenen met pech? Dat waren de anderen.

Die houding past bij het hyperindividualisme van die tijd, het idee dat mensen zelf alles volledig in de hand hebben, ongeacht culturele of politieke invloeden. Als een vrouw niet voldeed aan het schoonheidsideaal lag dat aan haar, niet aan het schoonheidsideaal.

Dat is nog niet helemaal verdwenen. We leven nu in een wereld waarin de familie Kardashian-Jenner met hun browkits, lipfillers en afslankshakes de lat steeds hoger legt. Tegelijkertijd klinkt de kritiek daarop luider en luider, zelfs in vrouwenbladen die hun lezeressen vroeger maar wat graag de les lazen over het belang van een ‘bikiniproof’ lijf. In de publieke opinie verschuift de verantwoordelijkheid langzaam van het individu naar degenen die het beeld bepalen.

Dat maakt ook dat nu scherper wordt gekeken naar rokjesdag. Het blijkt toch niet het optimistische, voor iedereen toegankelijke lentefeest te zijn waar het lang voor doorging. Dat wisten vrouwen, starend naar die witte kuiten in de spiegel, stiekem allang. Maar het einde van rokjesdag hoeft niet einde van rokjes te betekenen. Verre van zelfs. Als de eisen voor het dragen ervan versoepelen, kunnen het er alleen maar meer worden. 

Martin Bril (1959-2009)

Martin Bril werd in 1959 geboren in Utrecht, maar groeide op in ’t Harde. Hij begon zijn carrière als columnist bij Het Parool. In 2001 stapte hij over naar de Volkskrant voor een dagelijkse column in het tweede katern. Ook schreef hij voor Vrij Nederland wekelijks het feuilleton Evelien, evenals door de jaren heen tientallen boeken. In april 2009 kreeg hij een column op de voorpagina van de Volkskrant, maar nog in diezelfde maand overleed hij aan de gevolgen van slokdarmkanker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.