Opinie

'Waar is de 'ware kunstenaar' die wij wel willen subsidiëren?'

Waarom is dít hier kunst en dat niet? Met die vraag is echt niets mis! Het taboe op kunst bevragen is postmodernistische onzin. Als we samen een gemeenschap willen organiseren waarin we het ene wel en het andere niet ondersteunen, dan moeten we voorbij de patstelling dat ieders eigen smaak legitiem is, naar een gezamenlijk oordeel, betoogt Jeroen Rijnders, filosoof en kunstenaar.

De vloer in het Rotterdamse Boijmans van Beuningen wordt besmeerd met pindakaas. Het kunstwerk genaamd Pindakaasvloer van beeldend kunstenaar Wim T. Schippers (1942) bestaat uit een soort lijst waarin zich een hoeveelheid pindakaas bevindt. Beeld ANP

Een licht werpen op de incestueuze subsidiewerken, zoals John Borstlap in zijn artikel doet, kan zeer nuttig zijn om een discussie over subsidieverstrekking open te breken. Doch, kritisch lezend heeft het stuk een aantal haken en ogen waardoor de bedoelde discussie uitblijft en er juist - in de online reacties te lezen - een discussie ontstaat over precies het tegenovergestelde van wat het artikel beoogt: niet 'hoe' of 'welke' kunst te subsidiëren, maar 'of' we dat wel moeten doen. Bij dezen wil ik de discussie aanscherpen en richten op dat wat nou eens eindelijk besproken moet worden: wat is dan wel ware kunst? Als we dat kunnen bespreken en aanwijzen hebben we (wij betrokkenen en liefhebbers) een waardig onderwerp om te verdedigen en een waarde om een subsidiestelsel naar te hervormen.

Als voorbeelden van 'onware kunst' haalt Borstlap Manzoni (poepblikken), Hirst (doorgezaagde lijken) en Emin (vies bed) aan. Deze zijn echter hoogstens stijl/concept inspiratie voor Nederlandse quasi-kunstenaars, maar zo refereert het artikel niet naar hen - eerder schijnen zij onderdeel te zijn van de Nederlandse subsidie-clan, wat niet het geval is, gezien het ten eerste buitenlandse kunstenaars zijn, en zij sterker nog, zij juist uiterst markt gericht te werk gaan.

Pindakaasvloer
De Pindakaasvloer van Schippers is de enige van de voorbeelden die binnen de bekritiseerde werken ligt. Weliswaar is het geen klassiek figuratief werk, desalniettemin heeft Schippers als Dadaïst dergelijke juist gemaakt 'in reactie op' dergelijke eigenaardige objecten die 'kunst' worden genoemd, als kritiek dus.

Dit is te vergelijken met een 'werk' van Marc Bijl, een tatoeage op zijn buik na deze met subsidiegeld te hebben volgevreten: 'Deze buik is mede mogelijk gemaakt door het Fonds voor Beeldende Kunst.' Dergelijk werk is gelijk aan een kritisch artikel in een krant, maar dan gegoten in een kunstvorm. Zo zegt Bijl met zijn werk: 'Met die tatoeage wilde ik het fonds enerzijds bedanken, maar anderzijds ook mijn twijfels uitdrukken over het subsidiesysteem.'

Flopkunst
Dat de aangehaalde voorbeelden de plank misslaan is echter niet funest. Met slechts een gevoelsmatig appel weet iedere lezen namelijk al wel over welke kunst we het hebben - die kunst waardoor de gemiddelde Nederlander nauwelijks nog naar een museum gaan, omdat als hij daar is, hij enkel de schouders kan ophalen met de gedachte 'ok.. dus.. juist ja..' Belangrijker is dat het artikel van Borstlap een volgende stap mist, waarin niet enkel flopkunst wordt gespuwd, maar topkunst wordt onthuld als aanbeveling voor een nieuwsoortige subsidieverstrekking. Zonder dit is het artikel namelijk enkel een bijdrage aan een andere discussie, waarbij het alle ruimte en reden geeft aan cultuurbarbaren (lees, pragmatische economen die zich als politici vermommen) om hun roep tot afschaffing van subsidies voor culturele hobby's kracht bij te zetten. En dat lijkt mij niet het doel van het artikel, maar wat dan wel?

Willen we als samenleving zingevende en verrijkende activiteiten zoals kunst ondersteunen, zodat er meer te ervaren is in ons land dan enkel dat wat geld oplevert - werk en plat vermaak? Zien we in dat iets van waarde kan zijn op een andere manier dan economisch - namelijk cultureel? En dat dit dus ondersteuning nodig heeft en verdient? Kunst kan wonderschoon zijn! Maar waar is die ware kunst vandaag de dag, waar verstoppen de ware 'topkunstenaars' zoals Heldens zich, en hoe kunnen we een subsidiestelsel vormgeven om hen te steunen en promoten? Naar mijn weten is er voor deze laatste vraag geen gemakkelijk antwoord, maar dit is wel de vraag waar we ons heel gericht en expliciet mee moeten bezighouden.

Wellicht is een variant op de Actie Tomaat uitingen een goed begin om een onderscheid te maken tussen kunst en omlijst geklieder. Voor mij is het namelijk lastig om te peilen wat men nou werkelijk kunst vindt, wanneer men bij elke theatervoorstelling een staande ovatie geeft, en bij iedere tentoonstelling wel iets 'interessant en vernieuwend' weet te loven. Waarom is dít hier kunst en dat niet? Met die vraag is echt niets mis! Het taboe op kunst bevragen is postmodernistisch onzin, want of Schoonheid, Waarheid en Het Goede nou bestaan of niet, als we samen een gemeenschap willen organiseren waarin we het ene wel en het andere niet ondersteunen, dan moeten we voorbij de patstelling dat ieders eigen smaak legitiem is, naar een gezamenlijk oordeel.

Een zwart-wit antwoord hoeft en kan uiteraard niet, maar heldere taal is wel wat de keizers farce 'blootlegde'. Al meen ik niet dat we op democratische wijze topkunst kunnen duiden, wel moet de discussie plaatsvinden buiten de muren van de incestueuze elite. Daartoe binnenkort op Nederland 2 het volgende? 'Man Bijt Hond vraagt zich af, wanneer heeft u voor het laatst topkunst beleefd?' Gelieve hier ook bij te vermelden wat dit nou ware kunst maakte, en waarom het dus in aanmerking voor een subsidie zou moeten komen.

Jeroen Rijnders filosoof en kunstenaar. Hij is afgestudeerd in Fine Arts aan ArtEZ Arnhem en zijn werk is in diverse Nederlandse musea tentoongesteld. Als filosoof is heeft hij diverse publicaties op zijn naam staan, hij studeert momenteel met een Europese studiebeurs Morele Filosofie en Klassieke Literatuur aan de University of Edinburgh (Verenigd Koninkrijk). Daarnaast begeleidt hij op scholen, kunstinstellingen en in bedrijven onderzoeksdialogen over kunst en filosofie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.