Recensie Mevrouw Osmond

Waar Henry James ophield, gaat John Banville verder met zijn nieuwe roman Mevrouw Osmond (****)

John Banville schreef een geslaagd vervolg op The Portrait of a Lady, de 19de-eeuwse klassieker van Henry James.

Foto Silvia Celiberti

Mevrouw Osmond

John Banville

Uit het Engels vertaald door Arie Storm

Querido

416 pagina's

€ 20,99

Henry James (1843-1916) is nog lang niet dood. Van David Lodge (The Year of Henry James) tot Colm Tóibín (The Master) en van Alan Hollinghurst (The Line of Beauty) tot Elizabeth Tallent (Felony) hebben contemporaine auteurs zich door de literaire grootmeester laten inspireren.

Aan dit gezelschap kan met de publicatie van Mevrouw Osmond (Mrs Osmond) de naam van John Banville worden toegevoegd. Banville gaat verder dan zijn collega’s: hij liet zich niet alleen door James inspireren, maar schreef een vervolg op diens beroemdste roman, The Portrait of a Lady (1881).

Dit boek vertelt het verhaal van de jonge en eigenzinnige Amerikaanse Isabel Archer, die met haar tante naar Groot-Brittannië reist. Daar raken zowel haar oom als haar aan tbc lijdende neef Ralph in haar ban. Ralph zal er uiteindelijk heimelijk voor zorgen dat zijn vader Isabel een fortuin nalaat.

Vrouw in wording

Isabel, ook buiten de familie geliefd, wijst verschillende aanzoeken af voordat ze uiteindelijk ingaat op dat van Gilbert Osmond en met hem in Rome gaat wonen. Het huwelijk blijkt een debacle. Na een reeks verwikkelingen en brisante onthullingen, die duidelijk maken dat Isabel op meerdere niveaus door haar echtgenoot is bedrogen, volgt een open einde. Wat gaat Isabel doen? Voegt ze zich naar haar echtgenoot, kiest ze een ander levenspad, neemt ze wellicht wraak?

Mevrouw Osmond gaat verder waar Portrait ophield. Isabel, die tegen de wil van Osmond in Engeland de begrafenis van neef Ralph heeft bijgewoond, reist via Parijs en Genève terug naar Rome. We ontmoeten enkele ‘oude bekenden’ uit de roman van James, alsook nieuwe personages. Via terugverwijzingen maakt Banville zijn roman ook voor wie Portrait niet heeft gelezen begrijpelijk, al verhoogt kennis van de ‘prequel’ beslist het leesplezier.

Mevrouw Osmond beschrijft een ontwikkeling die James reeds had ingezet, namelijk die van een charmant, onafhankelijk maar ontegenzeggelijk naïef (‘Amerikaans’) meisje tot een rijpere en wijzere (‘Europese’) vrouw.

Banville doet er alles aan om dicht bij de schrijfstijl van James te blijven: gravende, met metaforen doorvlochten formuleringen waarin wordt beoogd de zieleroerselen van de personages te ontrafelen. Meestal leidt dat tot lange, gelaagde doch elegante zinnen, maar af en toe kan het ook kort en krachtig: ‘Isabel knikte met de onaangedane regelmaat van een figuurtje in een uurwerk. Ze begreep het; ze begreep het.’

Hoewel het jamesiaanse taalgebruik volkomen verdedigbaar is in dit project, wellicht zelfs simpelweg noodzakelijk, is het de vraag of alle hedendaagse lezers er even blij mee zijn. James nam afstand van de sterk plotgedreven opzet van de victoriaanse roman en gaf de lezer er analyses van de menselijke psyche voor in de plaats. Hij sloeg daarmee de brug naar het modernisme. Maar we zijn inmiddels natuurlijk wel 137 jaar aan literaire ontwikkelingen en verwachtingen verder.

Banville houdt de lezer bewust lang in spanning alvorens hij, in het enerverende laatste deel van de roman, de vraag beantwoordt die de lezer vanaf de eerste bladzijde door het hoofd speelt: hoe gaat Isabel reageren op wat ze heeft ontdekt? Het antwoord is precies zo soeverein als je van een auteur van zijn kaliber mag verwachten.