Waar gebeurd maar niet zo best

De jongste lichting Telefilms bestaat vooral uit zware rauw-realistische drama's, vaak gebaseerd op ware gebeurtenissen.

Regisseur Haro Smitsman, die vorig jaar voor zijn korte film Raak een Gouden Beer kreeg op het festival van Berlijn, liet zich voor zijn speelfilmdebuut inspireren door de figuur van Nico B., de moordenaar van Kerwin Duinmeijer. Maar hij benadrukt dat Skin absoluut niet de verfilming is van B.’s leven; zijn daad dient slechts als uitgangspunt voor een psychologische thriller waarin niet al te veel aan de verbeelding wordt overgelaten. In de film van Smitsman is het slachtoffer overigens niet Antilliaans maar Moluks – hoewel het overkoepelend thema van deze negende ronde ‘waargebeurd’ is, menen de zes makers zich de nodige veranderingen en dramatiseringen te moeten permitteren.

In 1998 gaf de toenmalige staatssecretaris van cultuur Aad Nuis het startschot voor het Telefilmproject. Het doel van het project was de samenwerking tussen de filmsector en de omroepen een nieuwe impuls te geven. Honderd drama’s in twee jaar luidde het oorspronkelijke idee. Dat aantal werd al snel teruggebracht tot dertien televisiefilms; uiteindelijk werden het er zes per jaar.

Inmiddels zijn er 57 Telefilms geproduceerd, waaronder een aantal zeer geslaagde, zoals Suzy Q (Martin Koolhoven, 1999), Cloaca (Willem van de Sande Bakhuyzen, 2003), en Het Schnitzelparadijs (Martin Koolhoven, 2007). Maar met de kijkcijfers, het enige waar men zich in Hilversum nog druk om maakt, blijft het behelpen.

De jongste lichting Telefilms zal daar waarschijnlijk weinig aan veranderen: het zijn meest grauwe, zware, rauw-realistische drama’s. Bovendien zijn vier van de zes al in de bioscoop te zien geweest – de meeste maar kort en om nauwelijks te doorgronden redenen. Dat geldt niet voor TBS, Pieter Kuijpers’ psychologische thrillerdrama over een tbs’er op de vlucht (Theo Maassen), die om uit handen van de politie te blijven een 13-jarig meisje gijzelt. TBS ging begin dit jaar met veel bombarie in première op het International Film Festival Rotterdam en wist aansluitend ruim 130 duizend mensen naar de bioscoop te trekken.

Skin is de eerste film die in de bioscoop werd uitgebracht door het kleine Amsterdamse distributielabel Waterfront Film Distribution, dat ruim een jaar geleden werd opgericht door de filmproductiemaatschappijen IJswater Films en Rocketta Film om zelf kwalitatieve arthousefilms uit te brengen. Een persvoorstelling moest echter op last van het Co-productiefonds Binnenlandse Omroep, belast met de uitvoering van het Telefilmproject, worden afgezegd, omdat directeur Jeanine Hage vreesde dat er geen aandacht aan ‘haar’ films zou worden besteed op het moment dat die op televisie worden uitgezonden.

Hitte/Harara van Lodewijk Crijns, een spannende thriller gebaseerd op een krantenartikel over twee Amsterdamse vrouwen die in 2003 door de politie werden aangehouden in verband met een vreemde vondst in hun auto, was kort te zien in het Amsterdamse Ketelhuis. De film, misschien wel de meest geslaagde van deze lichting, zou groot worden uitgebracht door A-Film. De poster was al gedrukt, maar de bioscooprelease ging niet door omdat het Filmfonds geen geld beschikbaar stelde voor een filmkopie, en distributeur noch producent Motel het geld zelf kon of wilde ophoesten. Ook Bloedbroeders, zeer losjes gebaseerd op de zogenoemde Baarnse moordzaak uit 1960, die schrijver Thomas Rosenboom in 1985 al inspireerde tot Vriend van verdienste, was begin dit jaar al even in de bioscoop te zien, maar trok alleen volle zalen in de omgeving van Baarn.

De twee regisseurs die wel genoegen nemen met een première thuis voor de buis, met de borrelnootjes onder handbereik, zijn Paula van der Oest (Wijster) en Mischa Kamp (De fuik). Wijster is gebaseerd op de treinkaping in de gelijknamige Midden-Drentse gemeente in december 1975 door jonge Molukkers die streefden naar een eigen onafhankelijke republiek. Het scenario, geschreven door de debuterende Nicolette Steggerda wier vader in de gekaapte trein zat, is gebaseerd op historische feiten, maar het leeuwendeel is fictie. Naast het gijzelingsdrama is (te) veel plaats ingeruimd voor de huwelijksperikelen van de overspelige hoofdpersoon, die natuurlijk spijt krijgt van zijn daden als de kapers een pistool tegen zijn hoofd zetten.

De fuik van Mischa Kamp, die eerder de succesvolle jeugdfilms Het paard van Sinterklaas en Waar is het paard van Sinterklaas? regisseerde, is gebaseerd op de zaak van de rijschoolhouder Henk Kas uit Zeist, die in augustus 2005 met zijn vrouw en vier dochters spoorloos verdween, en pas maanden later weer opdook in de bossen van München. De fuik begint met de mededeling dat de film geen documentaire is, maar fictie. ‘De makers hebben niet beoogd om personen en gebeurtenissen correct weer te geven.’

Hoe het ook zij; een bijzonder geslaagde film is De fuik niet geworden, ondanks sterke optredens van Johanna ter Steege en Elske Rotteveel. Kamp bedient zich dan wel van de fraaie esthetiek van de gebroeders Dardenne – camerawerk uit de losse pols, dicht op de huid van de personages –, maar net als bij de meeste andere Telefilms domineren de dramavoorschriften van Hilversum. Die lijken ervan uit te gaan dat de kijker halfgaar is: alles wordt uitgelegd of ‘gekleurd’ door de muziek of veelbetekende blikken. Het blijft al te dikwijls een gecompliceerde relatie, tussen film en televisie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden