ReportageDierenmishandeling

Waar dieren worden mishandeld, kunnen ook mensen gevaar lopen, en dus nemen we dierenmishandeling steeds serieuzer

Beeld Rein Janssen / Getty Images

Dierenartsen staan versteld van de wreedheden die tegen dieren worden begaan. Een internationaal uniek landelijk centrum spoort dierenmishandeling op. Ook omdat geweld tegen dier en mens vaak samengaan.

Sissy was een beetje een klunzig hondje. Het viel steeds van de bank of liep tegen een deur aan en nu was het beest weer tegen een betonnen paal geknald. Volgens haar baas dan, die zich op een middag met de hond bij de dierenarts meldde. De dierenarts dacht aan een schedeltrauma en wilde een röntgenfoto maken van de gewonde kop maar bracht per ongeluk het hele lijfje in beeld. Hij moet zich rot geschrokken zijn: dertig botbreuken telde hij, in de pootjes en de ribben, sommige geheeld, andere nog vers. Was het hondje echt zo onhandig of werd het dier als schopstoel gebruikt?

Met die vraag meldde hij zich bij Nienke Endenburg, gezondheidspsycholoog aan de faculteit diergeneeskunde in Utrecht. Samen bekeken ze de foto’s en ook zij kreeg achterdocht: hier was waarschijnlijk sprake van dierenmishandeling. Ze deden aangifte, er kwam een onderzoek, de eigenaar werd veroordeeld en Sissy uit huis geplaatst.

Dierenpolitie

Schoppen, stompen, verdrinken, verbranden, beschieten, verwaarlozen, misbruiken: de verhalen over wat mensen dieren kunnen aandoen, zijn zo schokkend dat Endenburg er bij lezingen altijd bij zegt dat de voorbeelden die ze aanhaalt echt gebeurd zijn. Ooit kwamen studenten van de faculteit diergeneeskunde naar haar toe om te zeggen dat ze haar boodschap ook wel begrepen zonder dat ze er verhalen bij verzon. De dierenartsen in spe konden zich niets voorstellen bij al die wreedheden.

Nederlandse cijfers ontbreken, maar afgaande op buitenlands onderzoek moeten hier jaarlijks naar schatting 150 duizend dieren worden mishandeld, een paar procent van de miljoenen honden, katten, knaagdieren, vogels en paarden die in Nederland worden gehouden. Lange tijd was daar nauwelijks aandacht voor: jaarlijks werden slechts een paar honderd zaken door de rechter beoordeeld, de straffen waren laag. Maar het tij lijkt te keren: er is nu een dierenpolitie, het aantal strafzaken stijgt. En sinds kort kunnen dierenartsen hun vermoedens over dieren als Sissy voorleggen aan een team van experts. Een half jaar geleden werd het LED opgericht, het Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling. De deskundigen van dat centrum komen binnen 48 uur met een oordeel waarmee dierenartsen naar de politie kunnen stappen.

Beeld Rein Janssen / Getty Images

Dat is goed nieuws voor zielige dieren, maar het belang ervan reikt verder. Want waar dieren worden mishandeld, kunnen ook mensen gevaar lopen. ‘Als een jongen van 13 de kat in brand steekt, dan is dat vreselijk voor het dier, maar het zegt ook iets over de ontwikkeling van het kind’, zegt Endenburg, gepromoveerd op de relatie tussen mens en dier. ‘Is het een signaal dat hij later ook mensen pijn gaat aandoen?’

Naar het verband tussen geweld tegen mens en dier is alleen in het buitenland wetenschappelijk onderzoek gedaan. De droeve resultaten zijn een paar jaar geleden op een rij gezet in een rapport van de Universiteit Utrecht: plegers van geweldsdelicten hebben in het verleden relatief vaak dieren mishandeld en andersom: wie dieren mishandelt, pleegt relatief meer andere misdrijven. De helft van de mishandelde vrouwen in een opvanghuis meldt dat ook hun huisdier is mishandeld en, schrijnend, een op de drie zegt dat zij hun vlucht hebben uitgesteld omdat ze bezorgd waren over de veiligheid van het dier. Kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld mishandelen twee tot drie keer vaker dieren.

Methodologisch gezien valt er op de studies nogal wat aan te merken, aldus het Utrechtse rapport, en of de veelal Amerikaanse cijfers opgaan voor Nederland mag worden betwijfeld maar toch gaat er een belangrijk signaal van uit. Er is een overlap tussen mishandeling van mens en dier, zegt forensisch arts Huub Nijs stellig, maar hoe groot die is, blijft onduidelijk zolang die vraag hier nergens systematisch wordt gesteld. ‘Als bij huiselijk geweld niet wordt uitgezocht of er dieren in het spel zijn en als bij een dierenmishandeling niet wordt gekeken of partner en kinderen gevaar lopen, komen we niet verder.’

Beeld Rein Janssen / Getty Images

Wetenschappelijk antwoord

Daarom heeft het Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling ook een wetenschappelijke tak. Zaken die na consultatie van de experts naar politie en justitie gaan, worden bestudeerd: was inderdaad sprake van mishandeling? Welke straf is opgelegd? En wat zijn de kenmerken van de dader? Criminoloog Anton van Wijk, directeur van onderzoeksbureau Beke, hoopt dat hij met dat soort gegevens een databank kan opzetten met daderprofielen, zoals de Amerikaanse FBI onlangs heeft gedaan. Als dierenartsen nauwgezet verdachte zaken bij het LED gaan melden, komen er vermoedelijk gevallen in het zicht die anders nooit bij de politie waren beland, zegt hij. En daarmee ontstaat een beter beeld van de dierenmishandelaar. Van Wijk hoopt de komende jaren minstens vijftig zaken te bestuderen, om zo te achterhalen wat hen bezielt.

Loopt mishandeling van dieren inderdaad vaak geleidelijk aan uit op geweld tegen mensen? Geeft een kind dat wreed is tegen dieren daarmee een signaal af dat het thuis met geweld te maken heeft? Het zijn vragen die om een wetenschappelijk antwoord vragen. Zoals dierenarts Ko Schoenmakers het formuleert: ‘Soms heb ik misschien wel twee patiënten in de spreekkamer, de ene op tafel en de tweede ernaast.’

Wat drijft de dierenbeul?

Frustratie is het meest voorkomende motief van dierenmishandelaars, en meestal zijn honden daarvan het slachtoffer. Dat blijkt uit recent gepubliceerd onderzoek van criminoloog Anton van Wijk. Kortweg: een bad day at the office, chagrijnig thuiskomen en dan het dier dat je komt begroeten een schop geven.

Van Wijk kreeg de beschikking over 90 politiedossiers, waarin 97 daders voorkwamen en zette hun karakteristieken op een rij. Velen hadden schulden, een kwart had een of meer psychische stoornissen, ruim een op de vijf had eerder geweld gebruikt, bij 10 procent ging het om huiselijk geweld.

De conclusies moeten met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, zegt Van Wijk, want in veel dossiers stond geen informatie over het motief van de dader. Toch ziet hij in de beschikbare gegevens geen sterk bewijs voor het idee dat dierenmishandeling een voorbode is van later geweld tegen mensen. Bij de daders die ook andere delicten hadden gepleegd vond de mishandeling van het dier halverwege hun criminele carrière plaats. Dat biedt meer grond voor een hypothese die de afgelopen jaren door een aantal Amerikaanse wetenschappers naar voren is gebracht, de gedachte dat dierenmishandeling niet een aparte stap is in de ontwikkeling van gewelddadig gedrag, maar meer een uiting van antisociaal en agressief gedrag dat zich op tal van terreinen kan manifesteren.

Nader onderzoek moet daarover meer duidelijkheid geven. De komende jaren probeert hij vijftig zaken te bestuderen en daders te interviewen. ‘Ik wil dieper in hun psyche duiken. Hoe zijn ze opgegroeid? Wat voor rol speelde geweld in hun jeugd? Wat voor plaats kennen zij een dier toe? Vinden ze dat een dier rechten heeft, beseffen dat een beest pijn kan lijden?’ De resultaten zouden van waarde kunnen zijn bij het verbeteren van dadertherapie en bij het bedenken van preventieve maatregelen. Het zou om te beginnen een goed idee zijn, zegt hij, als op scholen les wordt gegeven in de omgang met dieren.

Op een zonnige maandagmiddag staat minister Carola Schouten van Landbouw samen met PVV-Kamerlid en dierenambassadeur Dion Graus in witte plastic laarzen in de sectiezaal van de faculteit diergeneeskunde in Utrecht, waar ze worden bijgepraat over de opsporing van dierenmishandeling. Ze zien röntgenbeelden van een tien maanden oude poes die hoogstwaarschijnlijk ernstig is mishandeld en ze horen over twee honden die onlangs dood zijn aangetroffen langs de rand van een provinciale weg. Geen zichtbaar letsel, maar inwendig is het bij de dieren een ravage. Aangereden, uit de auto gegooid of speelt er meer?

Het expertisecentrum dierenmishandeling heeft nergens een voordeur, een website volstaat. De werkwijze is gekopieerd van het LECK, het Landelijk Expertisecentrum Kindermishandeling, dat kinderartsen bijstaat in zaken die ze niet vertrouwen. De dierenarts die twijfelt over een gewond dier, logt in op de site van het LED, en stuurt het verhaal met bijbehorende foto’s op. Zodra een melding binnenkomt, zoekt coördinator Nienke Endenburg een groep experts bij elkaar. De samenstelling hangt af van de aard van het letsel; het team telt een radioloog,  een patholoog, een criminoloog, een hoogleraar inwendige ziekten van het paard én, opmerkelijk, een drietal medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), waar ze zich tot voor kort vooral bezighielden met misdrijven tegen mensen. Het verschil is kleiner dan verwacht, zegt forensisch arts en antropoloog Reza Gerretsen. ‘We passen de kennis over een specifieke groep zoogdieren gewoon toe bij andere zoogdieren en vogels.’ 

Het LED draait nu nog op proef, met een groep van 25 dierenartsen die zaken kunnen aandragen. In het eerste half jaar hebben de experts al vijftien zaken beoordeeld; bij vijf is vervolging ingesteld. Volgend jaar kunnen alle ruim vierduizend dierenartsen meedoen. Het expertisecentrum is zo uniek dat andere landen het willen kopiëren. Bij Endenburg komen vragen binnen uit de hele wereld.

Honderden stoffen

De kennis van Utrechtse diergeneeskundigen combineren met de forensische blik van Haagse onderzoekers, het blijkt een gouden vondst. ‘Het is ons vak om een gezonde argwaan te introduceren’, zegt forensisch arts en antropoloog Gerretsen, terwijl hij rondleidt op het NFI. ‘Wij kijken met een ander oog, we zijn opgeleid om discrepanties op te merken. Past het letsel dat we zien bij het verhaal dat wordt verteld?’ De plek van de breuk of het type breuk geven vaak al veel informatie (een kat die van de trap valt kan niet beide voorpoten breken). Forensisch toxicoloog Rogier van der Hulst wordt ingeschakeld als er verdenkingen zijn op vergiftiging. Met de apparatuur in zijn lab kan hij bloed testen op vele honderden stoffen.

Beeld Rein Janssen / Getty Images

Complete zekerheid kunnen de experts nooit geven, ze zijn er immers niet bij geweest toen het dier gewond raakte. Hun oordeel gaat gepaard met een score die varieert van onwaarschijnlijk tot zeer waarschijnlijk. Heeft een dier veel oude breuken, dan wordt de kans dat sprake is van mishandeling honderd keer groter.  Bij een schedelbreuk neemt die kans met een factor tien toe. Heel soms pleit het oordeel van de deskundigen een verdachte eigenaar opeens vrij. Endenburg herinnert zich de zaak van een hond met een gebroken poot, zonder uitwendig letsel. De dierenarts vermoedde mishandeling en legde de zaak voor. De breuk in de hondenpoot bleek te worden veroorzaakt door een tumor.

Vermoedens toetsen

‘Ik ben nu 25 jaar dierenarts’, zegt Ko Schoenmakers uit IJsselstein, ‘en ik heb toch met enige regelmaat dieren voorbij zien komen waarvan ik dacht: dit is wel een bijzonder verhaal bij dit letsel.’ Maar steeds weer worstelde hij met het probleem dat al zijn collega’s ervaren: hoe herken je mishandeling? Soms wekt het gedrag van een dier wantrouwen, of de aard van de verwondingen maar blauwe plekken zijn moeilijk te traceren doordat dieren een vacht hebben, en dat beesten niet kunnen praten maakt het er ook niet eenvoudiger op. Een röntgenfoto levert vaak informatie op maar dat moet de baas dan wel goed vinden. Schoenmakers vertelt over een konijn dat uit zijn hok was gevallen en daarbij allemaal ribben en twee voorpootjes had gebroken. ‘Terwijl dat hok maar een halve meter hoog was, daar kon het dier zelfs overheen springen.’ Toon dan maar eens aan dat sprake is van opzet, zegt hij: ‘Waar moet je je vermoedens toetsen? Je moet aangifte doen om de zaak te laten onderzoeken, als dat al gebeurt. Maar je wilt ook een hetze voorkomen, als gewoon sprake blijkt van een ongeluk.’

Sinds een half jaar maakt Schoenmakers deel uit van de kleine groep dierenartsen die in de proeffase zaken mogen aanleveren bij het LED. Verdwenen is het isolement dat hij voelt als hij een zaak niet vertrouwt, de onzekerheid of hij wel een goede inschatting maakt. ‘Het is zo fijn dat we anoniem onze bezorgdheid kunnen delen en dat experts ons helpen beoordelen of er meer achter onze vermoedens zit. Als dat zo is, dan is het ook makkelijker om de volgende stap te zetten en naar de politie te gaan. Het geeft geruststelling en opluchting.’

Twee maanden geleden publiceerde criminoloog Anton van Wijk in het Journal of investigative psychology and offender profiling het allereerste Nederlandse wetenschappelijke onderzoek naar dierenmishandeling. Hij bestudeerde politiedossiers en zette de kenmerken van 97 daders op een rij. In 10 procent van de gevallen bleek ook sprake van huiselijk geweld. Dat verband is een stuk minder sterk dan in de Angelsaksische literatuur, erkent hij: ‘Maar het is er wel.’ Bovendien heeft hij alleen nog maar de papieren werkelijkheid bestudeerd, benadrukt hij, en is onduidelijk of de daders representatief zijn voor de hele groep. In de dossiers die hij onder ogen kreeg, waren relatief veel alleenstaande mannen.

Voor Reza Gerretsen en Rogier van der Hulst is de praktijk veelzeggend genoeg. Ze vertellen over de 30-jarige man die een paar jaar geleden lammetjes en geitjes doodmartelde, een zaak waar het Openbaar Ministerie aanvankelijk weinig belangstelling voor  leek te hebben. Totdat ze bij het NFI wezen op de perverse tekeningen die hij op de plaats delict achterliet. Gerretsen: ‘Die leken zo uit een film te komen. Wij zeiden: hier is iemand zich aan het opladen voor een veel ernstiger vergrijp.’ Toen de man na uitgebreid politie-onderzoek werd gearresteerd, werd een dagboek met bizarre fantasieën aangetroffen. Hij kreeg tbs, alleen voor dierenmishandeling, een unicum. Nog ernstiger is de zaak van de dierenbeul uit Twente, die in zes jaar tijd tientallen paarden schapen en geiten gruwelijk mishandelde maar pas werd opgepakt nadat hij een moord had gepleegd.

Beeld Rein Janssen / Getty Images

Met de komst van het expertisecentrum dierenmishandeling komen daders mogelijk eerder in beeld, zegt Gerretsen, waarmee soms erger kan worden voorkomen. ‘Ik hoop echt dat  het LED ook preventief kan werken, dat dierenbeulen denken: er wordt op me gelet.’ De sleutel daarvoor ligt bij de dierenartsen, die signalen van mishandeling moeten leren herkennen. Dat is lastig, beseft Nienke Endenburg, de coördinator van het expertisecentrum: ‘Dierenartsen zijn opgeleid om dieren beter te maken, ze gaan er helemaal niet van uit dat er mensen zijn die dieren kwaad willen doen. Ze verwachten ook niet dat een baasje dat zijn dier mishandelt daarmee naar de dierenarts gaat. Toch gebeurt dat.’

Vriezer

Volgende maand geven de deskundigen van het NFI opnieuw een nascholing aan dierenartsen en assistenten. Daar leren ze op welke signalen ze moeten letten, hoe ze sporen kunnen onderzoeken, hoe ze dna-sporen horen te bemonsteren. Ze krijgen een kit mee met handschoenen, de juiste bloedbuisjes, zakjes voor monsters. Gerretsen en Van der Hulst zullen hun op het hart drukken om alles goed te documenteren en bij twijfel een dier goed verpakt in de vriezer te leggen zodat het NFI later alsnog onderzoek kan doen.

In het Amerikaanse Milwaukee hebben politie en justitie drie jaar geleden voor een opmerkelijke, confronterende campagne gekozen: langs de snelweg verrezen billboards met daarop het onschuldige gezicht van een meisje  of een jongen naast de bebloede kop van een hond. De boodschap: ‘She’s next’ of ‘He’s next’, een oproep om gevallen van dierenmishandeling te melden voordat het uit de hand zou lopen.

Beeld Rein Janssen / Getty Images

Ook elders in het buitenland heeft de kennis over het verband tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling tot actie geleid: scholing voor politie en dierenartsen, publiekscampagnes, een verplichting voor dierenartsen om mishandeling te melden. Het zijn maatregelen die de Nederlandse deskundigen met lichte afgunst bekijken.

De criminoloog, de forensisch expert, de psycholoog, de dierenarts, ze zijn allemaal betrokken en fanatiek. ‘Ik heb zoveel heftige zaken van criminelen meegemaakt’, zegt Van Wijk, ‘maar geweld tegen een weerloos dier, daar draait mijn maag van om.’ ‘Als ik veel verwondingen zie’, zegt Gerretsen, ‘en besef dat een dier moet hebben geleden, dan raakt me dat zeer.’

‘Er zijn dagen’, zegt Nienke Endenburg, de coördinator van het expertisecentrum, ‘dat ik de verhalen die ik onder ogen krijg niet kan verdragen.’

Beeld Rein Janssen / Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden