Waar de zee begint

In de lente van 2004 brengt Nico Tweebeeke, bankier van beroep, een werkbezoek aan Griekenland. Het gaat de Grieken goed op dat moment. Nico lijkt te delen in dat geluk. Hij ontmoet de beeldschone krulharige Despina Orphanos, dochter van een politicus. Twee weken lang is zij Nico's geliefde, totdat hij terug moet naar Nederland. Naar vrouw en kinderen.

In het werk van Edzard Mik is er altijd dat onlesbare verlangen, die hunkering naar dat wat er net niet is. Burgermanstevredenheid is zijn personages vreemd. Moedwillig veroorzaakte onrust en het opzoeken van een koortsachtig verlangen, houdt hen in beweging. Dat was te zien in recente romans als Mont Blanc (2012), waarin vader en zoon elkaar beconcurreerden, en in Goede tijden (2009), over een echtpaar dat pas voelde te leven toen het bezig was met scheiden.

Opbouwen en afbreken op een en hetzelfde ogenblik is wat Miks nieuwe roman, Waar de zee begint, ook laat zien. Aantrekken en afstoten en in de tussentijd hongeren naar de ander, onverstandig hongeren. Maar is het deze keer wel zo prettig daarvan getuige te zijn?

Nico scheidt na een poosje toch van zijn Amsterdamse vrouw en heeft daarna de handen vrij om jacht te maken op Despina. Maar die is in haar wanhoop inmiddels gehuwd met een ontrouwe kunstenaar. Wederom dus kan de passie niet volledig ontvlammen. Dat 'ontrouw ' is overigens een detail van betekenis, een vooruitwijzing bovendien. Het maakt toekomstig overspel meer legitiem. Een vreemdganger bedrieg je, gelijk de wetten van de boeketreeks, nu eenmaal makkelijker dan een trouwe partner. Oog om oog. Ook in de liefde.

Wanneer Nico acht jaar na hun laatste samenzijn opnieuw Griekenland aandoet, is dat in eerste instantie om het kunstbedrijf van de familie Orphanos financieel veilig te stellen. Uiteraard wil hij ook Despina terugzien. De crisis is uitgebroken, Griekenland dreigt failliet te worden verklaard en de Grieken zelf uiten hun woede in protest. Onder deze woelige omstandigheden probeert Nico zich van zijn taak te kwijten. Maar een overtuigende bankier is de kunstminnende Nico allerminst. Hij laat zich afleiden door zijn eigen hitsige fantasieën, en is in liefde en werk zakelijk noch doortastend. Zo wordt aan het begin van de roman een 7-jarig jongetje geïntroduceerd, maar duurt het eeuwig eer bij Nico het besef daagt dat het kind wel eens zijn eigen zoontje zou kunnen zijn, wat trouwens ook al zo'n cliché is. Ondertussen herinnert Nico zich wel de hete nachten met Despina, en eveneens de scheur in een condoom.

Nico's onnozelheid werkt binnen een mum van tijd op de zenuwen. Deze bankier is een dagdromer, een mijmeraar en bovenal een aanfluiting van een romanpersonage. Mogelijk had Mik een persiflage voor ogen, wat normen betreft iets E.L. James-achtigs. Van het spel met verschillende genres, zo bleek uit vorige romans, is Mik immers niet vies. Maar van een eventuele intelligente opzet is in dit geval geen spoor terug te vinden. Waar de zee begint is gewoon een banale liefdesgeschiedenis. Behalve ongeloofwaardig is het stroperig, en het duurt oeverloos eer zich het soap-achtig einde voltrekt. Daarin hebben de twee elkaar eindelijk te pakken. In een bootje varen ze langs de Griekse eilanden. In gedachten zie je ze gaan. Avondrood kleurt de lucht. Zij heeft de zegen van haar vader gekregen, wat het overspel waarschijnlijk nog beter zal doen smaken.

Edzard Mik is een van onze fijnste schrijvers. Toch is het hem niet gelukt de wonderlijke wereld der sjabloon-romantiek voor zijn lezers te ontsluiten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.