Waar de mimosa bloeit

Goed gedocumenteerd boekje over Nederlandse kunstenaars en schrijvers die vanaf de jaren twintig in Cagnes verbleven

Het begon met een doktersvoorschrift. Auguste Renoir leed aan reuma, en zijn huisarts gaf hem in 1906 het advies de zon op te zoeken. De schilder liet in Cagnes-sur-Mer een huis annex atelier bouwen. Tegenwoordig heet dat huis Musée Renoir.

Paul Arnoldussen schreef een goed gedocumenteerd boekje over Nederlandse kunstenaars en schrijvers die vanaf de jaren twintig in Cagnes verbleven. Het hoger gelegen Haut-de-Cagnes had toen al het imago van een kunstenaarskolonie. Als Arnoldussen over Renoir te schrijven komt, gaat zijn aandacht uitsluitend uit naar dat ene object dat er bewaard wordt: Renoirs rolstoel. Hem gaat het om de 'petite histoire' en dat lijkt een realistische keuze. 'Grote geschiedenis' is er namelijk door de vele Nederlanders die in Cagnes woonden of logeerden niet geschreven of geschilderd. Maar in Cagnes werd Geer van Velde wél getroffen door het blauw van de zee, en Yves Klein, ook niet vies van blauw, zou zijn schilderende ouders ruimschoots overtreffen als vernieuwend kunstenaar. Liefhebbers van Havank pelgrimeren nog steeds naar Cagnes om in de voetsporen te treden van De Schaduw.

Waarom was Cagnes zo aantrekkelijk voor kunstenaars? Arnoldussen geeft het antwoord in kleine porties: blauw, mimosa, oleanders, citroenen, omdat je kon 'zwemmen in zee tot diep in de herfst'. De landwijn was 15 cent de liter. Alleen Dick Bruna vertrok al na twee dagen. Terug naar zijn vriendin in Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden