Waar blijven de vertalers?

Talen worden op school nog maar mondjesmaat gegeven. De belangstelling voor universitaire taalopleidingen loopt terug. Een schrikbarend tekort aan literair vertalers is het gevolg....

Een klein volkje van zeevaarders en handelslieden - dat zijn we. Hetcliché wil dat we goed zijn in centjes tellen en heel behoorlijk 'onzetalen' spreken. We moesten wel. En we zouden het, nu de Europese grenzenvervagen maar Engels nog lang geen voertaal is, nog steeds moeten kunnen.

De werkelijkheid is ver afgedreven van het cliché. De meesteNederlanders, zelfs die met een vwo-diploma, hebben niet meer dan drie jaaronderwijs gevolgd in Frans en Duits. Net genoeg om op vakantie hakkelendtwee bier te bestellen, te weinig om de Franse dokter uit te leggen wateraan scheelt. En al helemaal te weinig om een Frans boek te lezen.

We lezen graag boeken die geschreven zijn in het Frans, Deens, Ests ofJapans. Op boekenbeurzen gaan de rechten van lokale bestsellers grif vande hand; de markt voor literatuur is mondiaal. Om die rijkdom te ontsluitenhebben we vertalers nodig. Steeds meer vertalers, als we de hele wereldwillen bestrijken en zelf steeds minder vreemde talen beheersen.

Waar halen we die vandaan? Er zijn in Nederland naar schatting 300 tot350 literair vertalers. Die beroepsgroep vergrijst in hoog tempo. Uit eennog niet gepubliceerd onderzoek van de Nederlandse Taalunie blijkt dat degemiddelde leeftijd van de Nederlandse vertalers 48 jaar is; 61 procent vanhen is vrouw. Dat veel vrouwen vertalen, is verklaarbaar: je doet het thuisachter je computer, wanneer je wilt. Dat is handig als je kinderen hebt.Bovendien hebben veel van deze vrouwen een kostwinner in huis; óók handigbij een slecht betaald beroep als dit. Het gemiddelde belastbaar inkomenvan de literair vertalers die subsidie aanvragen bij het Fonds voor deLetteren, is twintigduizend euro. Dat is minder dan wat de man verdient diehun computer komt repareren.

De huidige generatie vertalers komt grotendeels van de universitaireletterenfaculteiten. In de jaren zestig tot tachtig hadden talenstudies nogeen hoog sex-appeal. Er kleefde iets artistiekerigs aan: je kon er literairredacteur mee worden, recensent of vertaler. Niet de best betaaldeberoepen, maar status hadden ze wel. Nu vragen studenten zich vaker af: kanik er goed mijn brood mee verdienen?

In 1997 werd de enige academische opleiding voor literair vertalers,Vertaalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, opgeheven. Er zijnhbo-opleidingen voor tolk-vertaler, maar die richten zich nadrukkelijk nietop het vertalen van literatuur.

De talenstudies aan de letterfaculteiten kampen sinds twintig jaar metteruglopende studentenaantallen. Dit jaar zijn er twaalf eerstejaars Duitsaan de Universiteit Utrecht. Hoogleraar Letterkunde en VertaalwetenschapTon Naaijkens is er dolblij mee, want vorig jaar waren het er vijf. 'Meerdan een verdubbeling! Hopelijk is het dieptepunt voorbij.' Maar die twaalfzijn, samen met het handjevol aan andere universiteiten, bij lange na nietvoldoende om de leraren Duits te vervangen die straks met pensioen gaan.Bij de studie Frans gaat het al net zo. Het onvermijdelijke gevolg is datdie schoolvakken zullen verdwijnen. Waardoor er nóg meer vertalers nodigzijn.

Ja, zeggen de uitgevers in koor. Ja, zeggen de vertalers, deuniversitaire docenten, de subsidieverstrekkers en de Taalunie. Ja: erdreigt een schrikbarend tekort. Er moet iets gebeuren.

'Nu valt het nog mee', zegt Annette Portegies, hoofdredacteur vanuitgeverij Querido. 'Wij kunnen nog genoeg goede vertalers vinden voormooie boeken. Maar in de toekomst wordt het moeilijk.' En wat haar minstenszo veel zorgen baart: 'Vind maar eens goede correctoren en persklaarmakers!Ook dat zijn nu, net als de vertalers, vaak vijftigers en zestigers. Wiekan tegenwoordig nog foutloos spellen? Het komt door het beroerdeonderwijs. Er wordt op scholen zo weinig aandacht besteed aan literatuur,dat niet alleen deze beroepen uitsterven; je ook moet vrezen dat er steedsminder literair geïnteresseerde lezers zullen zijn.'

Bij Portegies bieden zich geregeld Vlaamse vertalers aan. Voor hen isin België weinig werk, zegt Carlo van Baelen, directeur van het VlaamsFonds voor de Letteren: 'De enkele literaire uitgeverijen die in Vlaanderennog actief zijn, brengen weinig vertaalde fictie voor volwassenen. DeVlaamse literaire vertalers zijn grotendeels aangewezen op opdrachten vanNederlandse uitgevers.' Bij hen leeft, denkt Van Baelen, 'een vooroordeelten aanzien van het Zuid-Nederlandse taalgebruik, het Vlaamse succes bijhet tv-spelletje Tien voor Taal ten spijt'. Van dat vooroordeel zegtPortegies geen last te hebben.

Pieter Swinkels, sinds één week de nieuwe hoofdredacteur vertaaldeliteratuur bij De Bezige Bij, weet dat er wel jonge mensen zijn die willenvertalen. Het probleem is, zegt hij, dat beginnende vertalers goed begeleidmoeten worden, en daar heeft de redactie geen tijd voor. Bovendien ligt huntempo lager: 'De slag moet sneller gemaakt worden, tegenwoordig. De drukis hoog. Dan kies je toch eerder voor een ervaren vertaler.'

Zou die tijdsdruk ertoe leiden dat de kwaliteit van vertalingen afneemt?Martin de Haan, vertaler van onder meer Houellebecq, Kundera en Proust, enmet zijn 39 jaar een 'jongere' in het vak, denkt van wel. 'Uitgevers kiezenliever voor iemand die iets snel kan doen. Ik krijg weleens de indruk datredacteuren zeggen: Ik heb een nichtje dat Frans kent, zal ik dievragen?' Ik zie veel vertalingen die niet goed zijn.'

Drie weken geleden besprak De Haan in Cicero de vertaling van Eenstamboek van Patrick Modiano. Bernlef, liefhebber van Modiano's werk,vertaalde het boek. De Haan liet er geen spaan van heel. Hij vond Bernlefsstijl 'onbeholpen' en ontdekte vele fouten. Zo werd terre-plein, wat'middenberm' betekent, bij Bernlef 'het verhoogde plein'. De Haan: 'Hoe kunje zo'n fout maken? Als je vertaalt, wil je weten hoe iets er uitziet. Alsje iets niet begrijpt, moet je dat uitzoeken. Dat kost tijd.'

Querido, denkt De Haan, koos voor de bekende schrijver om de stagnerendeverkoop van Modiano wat aan te jagen. Annette Portegies: 'Natuurlijkspeelde Bernlefs naamsbekendheid mee. En die fouten zijn niet goed tepraten. Maar van bestselleritis' is geen sprake. De boeken van Modianoverkochten slecht, ook bij eerdere uitgevers. Wij wilden het aantalexemplaren van tweehonderd naar tweeduizend zien te krijgen. We hadden erook mee kunnen stoppen.' Portegies had Bernlefs vertaling nog aan 'eenervaren freelancer' voorgelegd, 'maar helaas, dat gaat dus weleens mis'.

Voor beginnende vertalers zijn er wel hulpbronnen. In 2001 richtte deTaalunie het Steunpunt Literair Vertalen op. Vertalers kunnen er terechtvoor advies, om in contact te komen met collega's en voor cursussen. Hetloopt storm, zegt directeur Ton Naaijkens, die zelf poëzie vertaalt uithet Duits. 'Er melden zich per cursus zo'n veertig mensen aan. Na eensollicitatieronde blijven er zeven over. Met hen wordt zeer intensiefgewerkt, gedurende één of twee weken, onder leiding vanberoepsvertalers.'

Een mooie leermethode, gebaseerd op het gildensysteem van'leerling-meester-gezel', is het mentoraat: een beginnende vertaler werkteen tijdje onder de hoede van een oude rot. De mentor wordt gesubsidieerddoor het Steunpunt en het Fonds voor de Letteren. Martin de Haan was mentorvan Martine Woudt bij haar vertaling van Camus' De mens in opstand. Beidenvonden het een zinvolle ervaring. Woudt: 'Met z'n tweeën een tekstdoornemen, daar leer je ontzettend veel van. En je komt eigenlijk alleenaan werk via ervaren collega's.' De Haan schoof een vertaling van een essayover Kundera naar haar door. Vervolgens vroeg de uitgever haar of ze romanswilde vertalen.

Vorig jaar begon Ton Naaijkens, aan zijn eigen Universiteit Utrecht, meteen eenjarige masteropleiding vertalen voor studenten die een bachelor inde letteren op zak hebben. Er hebben zich dit studiejaar 53 studentenaangemeld, die literair en 'zakelijk' willen leren vertalen. De helft vande tijd wordt besteed aan technieken, 'de trucs, de valkuilen, deeffecten', de andere helft aan het vertalen, onder begeleiding vanvakdocenten. 'Een jaar is veel te kort', vindt Naaijkens. 'Het hadden ertwee moeten zijn; maar ja, dat is een geldkwestie.'

Ook de Vereniging van Letterkundigen heeft plannen voor een nieuweopleiding. Martine Vosmaer, vertaalster Engels en Frans en voorzitter vande Werkgroep Vertalen van de VVL, denkt aan 'een eenjarigedeeltijdopleiding voor mensen die een hbo-studie vertalen hebben gedaan,of anderen die graag willen vertalen'.

In 2002 kwam de VVL met de Literaire Uitgeversgroep een nieuwmodelcontract voor vertalers overeen. Daarin is vastgelegd dat uitgeversvoor literaire vertalingen een minimumwoordtarief betalen - nu 0,059 - en dat vertalers royalty's ontvangen: 1 procent van de verkoopprijs na2500 exemplaren, 2 procent na 5000 exemplaren.

'Soms maak je dan een klapper', zegt Vosmaer. Zelf vertaalde zij ooitLa vie sexuelle de Catherine M. 'Dan krijg je behoorlijk wat royalty's.'En dan is er nog de vergoeding van de LIRA voor elk in de bibliotheekuitgeleend boek. 'Als je boeken vertaalt die vooral door vrouwen wordengelezen, kan die oplopen tot een paar duizend euro.'

Hoe gelukkig moeten dan niet vertalers zijn die een échte megasellerin de schoot geworpen kregen? Josephine Ruitenberg vertaalde Dan Browns HetBernini Mysterie, De Da Vinci Code en Het Juvenalis Dilemma. UitgeverijLuitingh-Sijthoff verkocht van deze drie boeken samen twee miljoenexemplaren, waarvan 1,2 miljoen van De Da Vinci Code. 'Iemand heeft me eensvoorgerekend dat ik nu toch bijna miljonair moest zijn', zegt Ruitenberg.'Maar nee, dat ben ik niet.'

In het contract dat zij destijds tekende, was niet opgenomen dat zijroyalty's zou krijgen; het modelcontract was, net als bij thrillers, nietvan toepassing. De uitgever betaalde haar later, uit zichzelf,herhaaldelijk een flinke bonus. Ruitenberg: 'Eigenlijk ben ik tevreden methoe het is gelopen. Het is leuk dat het zulke bestsellers zijn geworden.Ik hecht aan een vertrouwensrelatie met de uitgeverij.'

De VVL, zegt Martine Vosmaer, is niet blij met verschillende soortencontracten voor literaire en niet-literaire vertalingen. 'Dan kan eenuitgever zeggen: nou, dit boek doen we maar eens in categorie C, want zóliterair is het niet.'

Gelukkig voor de vertalers van literair werk van hoog niveau, ook boekendie nooit een 'klapper' zullen worden, is er het Fonds voor de Letteren.De projectbeurzen van dit fonds zijn voor veel literaire vertalers eenbelangrijke, zo niet de belangrijkste bron van inkomsten.

Sylvia Dornseiffer, directeur van het fonds: 'Het fonds maakt het goedeliterair vertalers mogelijk om met vertalen in hun inkomen te voorzien.'Er is een belangrijke voorwaarde: een kloppend vertaalcontract. Voorbeginnende vertalers is dat vaak de bottleneck. Maar als ze één literairboek hebben vertaald, is er voor hen de stimuleringsbeurs, variërend vanduizend tot vijfduizend euro. Vanaf de derde vertaling kan een projectbeursworden aangevraagd. Zo'n beurs bedraagt gemiddeld vijfentwintighonderd europer dertigduizend woorden en kan, bij bijzondere meerjarenprojecten,oplopen tot vijftigduizend euro. Dornseiffer: 'De beoordeling van deaanvragen is streng, maar dat weten de vertalers. Wij wijzen niet veelprojecten af, het niveau is hoog.'

De stimuleringsbeurzen werken ook echt stimulerend, zegt Dornseiffer:'Van de 56 toekenningen sinds 2002 zijn er 22 doorgestroomd naar eenprojectbeurs. Uitgevers moeten wakker worden! Het is voor de toekomst vande literatuur belangrijk dat jonge vertalers een kans krijgen.'

Nu, na drie boeken, durft Martine Woudt, die jarenlang voor eenmaatschap reisboeken en 'romannetjes' vertaalde, zich eindelijk literairvertaler te noemen. Vrienden verklaarden haar voor gek toen ze haar vastebaan inruilde voor een onzeker bestaan. Maar het is een prachtleven, vindtze. Spijt heeft ze niet: 'Als ik even geen vertaling kan krijgen, dan wordik toch tijdelijk postbode?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden