Vul de leegte met leegte Daniel Libeskind ontwerpt het Joods Museum in Berlijn

Een 'papieren' architect, wordt hij wel genoemd. Net als zijn collega Rem Koolhaas maakte Daniel Libeskind vooral school met theorieën en schetsontwerpen....

DE LAATSTE KEER dat hij in Polen was, werd hij er weer mee geconfronteerd. Het onverholen antisemitisme. Hij verkeerde in een gezelschap buitenlanders en begreep als enige de Poolse tekst. Joden het land uit, stond er op de muur gekalkt. Welke joden, vroeg hij zich af. Zij zijn er immers nauwelijks meer, uitgeroeid dan wel gevlucht. 'Maar ik kan er mee overweg, het ergert me niet meer en dat was vroeger anders.'

Daniel Libeskind. In 1946 geboren in Polen. Eind jaren vijftig naar het buitenland vertrokken. Als je hem vraagt, waar hij nu woont, antwoordt de architect: 'In de lucht. Ik pendel tussen Amerika en Berlijn en tussen Berlijn en Londen. Mijn huis is nergens.'

Hij zit op het terras van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam, waar achter hem het gesnerp klinkt van ijzerzagen. Vonken spatten in het rond in de grote zaal, de herrie is zo intens dat horen en zien je vergaat. Hier wordt een constructie gewrocht die in twee opzichten uniek is. Hoogovens beproeft er een nieuwe lichte staalsoort in een U- en C-profiel, en Libeskind tart de zwaartekracht. Hij tekende panelen in een doorlopende lijn die op zestien plaatsen is geknikt en zo zichzelf staande houdt. Zoals je een appel schilt, zo wordt het staal hier gebogen en gesneden.

De spiraalvorm van hellende muren en vlakken is een miniatuurversie van Libeskinds nieuwe Boilerhouse-vleugel van het Victoria & Albert Museum (V & A) in Londen. Om in filmtermen te spreken: wat we in het NAi zien is een trailer, een opwarmertje voor het grote werk dat komen gaat, want met de bouw van die reuzenspiraal in Londen moet nog begonnen worden. Libeskind is hoopvol: hij verwacht de opening in het jaar 2000.

Toch is er een verschil tussen de spiraal in het NAi en de reuzenversie van V & A, het is het verschil tussen een appelschil en een kaartenhuis. De eerste steunt op zijn eigen gewicht, het kaartenhuis cirkelt om één punt en dat kan een wenteltrap of een middenkolom zijn. Maar hoe vernuftig ook, de techniek is voor Libeskind maar een hulpmiddel, iets wat er uiteindelijk niet toe doet. Hij baseert zich op een theorie die de grote bouwmeester Walter Gropius zijn leerlingen in de jaren twintig voorhield. Niet de techniek houdt een gebouw overeind, maar de sociale krachten. De realiteit kan weerbarstiger zijn dan een stalen constructie. Wil je iets op technische wijze samenvoegen, dan is er eerst een visie nodig, een spirit. Als het frame in het NAi weer wordt afgebroken en omgesmolten, is het gedaan met de constructie, maar niet met de gedachte erachter. 'Het is als het ware een verdrijving uit het paradijs, de sloop van de constructie.'

Daniel Libeskind is een autoriteit. Zijn naam duikt op in menig architectuuressay, hij geeft lezingen waar hij kan, zijn tekeningen hangen op exposities waar ook ter wereld - en toch is er nog geen enkel gebouw van hem voltooid. Hij zou de Vliegende Hollander kunnen zijn, een fantoom dat over de wereld jaagt en overal sporen achterlaat - in zijn geval lijnen, scherp geëtst als die van El Lissitzky of Kandinsky. Zijn oeuvre oogt als een explosie van grafische vormgeving. Ik ben geen architect, zegt hij, en ik wil het ook niet zijn. Het einddoel kan voor hem nooit bestaan uit glas, beton en staal.

'Het tekenen beschouw ik als architectuur. Als straks mijn eerste gebouw klaar is, is dat voor mij niet synoniem met architectuur', zegt hij. Hij is niet geïnteresseerd in maten, objecten of ruimten, hij is de man die de geschiedenis wil opgraven.

Vandaar de lijn. De lijn betekent voor Libeskind niet alleen een geometrisch principe in de bouwkunst, maar staat ook voor de loop van het leven en de lineaire ontwikkeling van de geschiedenis. De lijn is eeuwig en mysterieus. Waar begint hij en waar eindigt hij? Between the lines, dat is het motto dat hij zijn ontwerp voor het nieuwe Joods Museum in Berlijn heeft meegegeven, dat als een schicht - een uitgevouwen jodenster - is verbonden met het barokke Berlin Museum aan de Lindenstrasse. De lijnen zijn niet bedoeld als metafoor, maar moeten letterlijk worden opgevat: een lijn om langs te bewegen. Zodat je straks, opnieuw letterlijk, het pad van de geschiedenis volgt. Die vertoont, wat Berlijn betreft, lacunes.

Hij was drie maanden te laat. De inzending voor de prijsvraag voor het Joods Museum was in 1989 al gesloten toen de post hem eindelijk in Milaan, waar hij toen woonde, bereikte. 'U kent de reputatie van de Italiaanse post.' Zijn vrouw belde de organisatie op, of hij alstublieft nog mee mocht doen en met de belofte dat hij in een middag de tekeningen klaar zou hebben. Binnen zes uur was het ontwerp gefaxt, niet de vrucht van een opwelling, maar van een beeld waar hij al lang mee had rondgelopen. Hij leefde met het onderwerp, 'wist er alles van'.

Dat hij werd uitverkozen is lucky coincidence. Toeval. Een joodse architect die een joods museum mag bouwen in een historisch beladen omgeving. De hele geschiedenis kijkt over je schouder mee. Iedere architect kan een joods museum bouwen, relativeert hij; élk gebouw is een statement, en Libeskind kan ook gewoon een Duitse naam zijn. Maar Libeskind verheelt niet dat de condities speciaal zijn, dat hij, juist hij, er wellicht een laag in kan aanbrengen die een ander ontsnapt.

Hij moest, om te beginnen, naar Duitsland. 'Om de een of andere reden had ik dat land altijd gemeden. Ik had weliswaar veel over de geschiedenis gelezen, was thuis in de Duitse filosofen en was me bewust van het gevoel van schuld en vrijheid, maar nu moest ik met ze in gesprek.' Hij maakte zijn gesprekspartners duidelijk dat het geen politiek project moest zijn, maar een concept.

Het Joods Museum is voornamelijk leegte, of zoals Libeskind het noemt: void.

De leegte die de joden hebben achtergelaten in het naoorlogse Berlijn. Er is een ruimte die niemand kan betreden en die als een holle ribbenkast door het gebouw slingert. Die lacune houdt, hoe paradoxaal het ook klinkt, het hele gebouw overeind, geeft kracht aan de muren die eraan ontspringen, scheef en onderbroken. Want de lijn van de geschiedenis is niet vanzelfsprekend een rechte. En afwezigheid is niet hetzelfde als vergetelheid.

Naast de onbetreedbare ruimte is er een doodlopend pad. Het is kort, het botst op een scherp gehoekte holocaust-toren. Daarin zijn de namen gebeeldhouwd van alle Berlijnse joden die verdwenen zijn, gestorven in Riga, in Lodz, Auschwitz of waar dan ook. De tweede route die Libeskind heeft uitgestippeld, leidt naar de E. T.A. Hoffmanntuin, een tuin met pilaren die de emigratie en de ballingschap van joden in den vreemde symboliseert. En dan is er nog een derde weg, de langste, waar de religieuze artefacten van de joodse gemeenschap staan uitgestald. Waar je ook loopt, altijd passeer je die kale ribbenkast.

Het is een moeilijk hoofdstuk in de Berlijnse geschiedenis, maar dat is het in elke geschiedenis, zegt Libeskind. Er bestaan geen formules voor. Er is niet één weg. 'Ik zie me niet als een vertegenwoordiger van de joden die er niet meer zijn, het enige dat ik doe is hun aanwezigheid in Berlijn verlengen. En het is ook niet míjn product, het is het werk van de filosoof Walter Benjamin en de componist Arnold Schönberg, van de schoenmakers en de arme Polen die allemaal toevallig op dat tijdstip in Berlijn zijn geweest.'

Ja, ze kijken misschien over zijn schouder mee, maar dat is niet erg. De identiteit die we hebben, ontlenen we voor een deel aan anderen; niemand is uniek en Libeskind ook niet. Hij is Pool en ook weer niet, hij is architect tegen wil en dank, minstens evenzeer literator en musicoloog; beroemde doden als Borges en Benjamin fluisteren hem ideeën in. Origineel zijn we nimmer: 'We zijn velen.'

In dat zigzaggende lijnenspel aan de Lindenstrasse dat vanaf januari 1998 de joodse geschiedenis in Berlijn zal herbergen, zijn het vooral de ramen die opzien baren. Geen ramen, maar verwondingen. De muren lijken te zijn gekerfd, zoals de beeldend kunstenaar Fontana in de jaren zestig zijn doeken opensneed. Alleen al die definitie van een raam maakt Libeskind tot een architect die buiten de gevestigde orde valt. Zijn ramen zonder kozijn zijn niet bedoeld om de buitenwereld binnen te laten, maar om de fantasie te prikkelen.

Muren, vides, ramen, kortom de elementen waaruit architecten een gebouw optrekken, neemt Libeskind niet als vanzelfsprekend aan, zelfs niet als ze constructief vereist zijn. Als de bouw tot dusver beheerst wordt door een repeterend patroon van vensters, geprefabriceerde materialen en logica, waarom zou hij dan niet het tegenovergestelde proberen? Architectuur brengt toch al het onverzoenbare samen, zegt hij, licht en ruimte, buiten en binnen. Liever benadrukt hij die tegenstellingen dan de bedrieglijke harmonie. Bestaande gebouwen vindt hij niet opwindend, ze reflecteren een pessimistische visie. En dat terwijl juist een architect zich zou kunnen laten meeslepen door de bekoring van de wereld.

Noem het toeval of niet, Libeskind bóuwt eindelijk, en uitgerekend op plaatsen waar de wereld in verandering is. Londen en Berlijn. Daarnaast staan er twee musea op stapel in Osnabrück (het Felix Nussbaum-Museum) en in Manchester (het Imperial War Museum). Het enige dat Libeskind tot dusver in Nederland heeft verwezenlijkt is de Polderland Garden of Love and Fire bij Almere, een stuk landschapskunst dat op 28 juni werd geopend. Opnieuw is het een patroon van lijnen, dit keer drie kanalen die worden gekruist door een betonnen strip en een voetgangerspad. Vanuit de lucht gezien lijkt het een ministelsel van landingsbanen.

Natuurlijk is het een en al symboliek; kanalen die staan voor drie steden in Europa, een betonnen lijn die je als grens maar ook als verbinding kunt zien. De Polderland Garden is volgens de architect bedoeld als een 'tuin van meditatie', waar de wandelaar zich kan overgeven aan bespiegelingen. Libeskind zelf legt er een gevoel van ontheemding in. Almere, bij uitstek een geschiedloze plaats, verwijst naar zijn persoonlijke zwerftocht. Uiteindelijk komt niemand ergens vandaan en hoort niemand ergens thuis.

Maar voor het moment woont hij in Berlijn en in die stad gist het. Een speling van het lot. Was het besluit tot een Joods herdenkingscentrum een jaar eerder genomen, dan zou het museum er niet gekomen zijn omdat de eenwording van Duitsland nog te vers was. Een jaar later, en er zou geen budget meer beschikbaar zijn.

Nu vult Libeskind de leegte van Berlijn met leegte. En overlegt hij met alle bestuurders die in het spel zijn, en wisselende directies, want communicatie is belangrijker dan architectuur. Uiteindelijk heeft hij de opdracht gekregen alles in het museum te ontwerpen, van sokkels tot vitrines, toen opeenvolgende directeuren niet tot een eensluidende inrichting konden besluiten. 'Het gaat er om elk detail te beheersen. Als je iets op zijn beloop laat, duidt dat op desinteresse, of sterker nog, op fatalisme.'

In Londen markeert de nieuwe vleugel voor het Victoria & Albert Museum een ommekeer in Libeskinds denken. Een omslag in het cultuurklimaat ook. Hij is er zelf nog steeds verbaasd over, dat hij dáár is, op het breukvlak van de geschiedenis die de conservatieven wegdrukte en Labour terughaalde. Nota bene The English Heritage, te vergelijken met de Nederlandse Monumentenzorg, jubelde over de nieuwe entree. En dan te bedenken dat die behoudende instelling gewoonlijk 95 procent van de nieuwbouwprojecten afkeurt.

Het bewijst hoe snel processen kunnen gaan. Nog geen jaar nadat de Amerikaanse architect Robert Venturi een voorzichtige vleugel voor de National Gallery voorstelde, ligt er een revolutionaire toevoeging aan het V & A op tafel die eruitziet als een betegeld kaartenhuis. Voor Libeskind het teken dat het waard is voor 'een andere' architectuur te vechten. De andere deelnemers aan de competitie zouden volgens hem verzucht hebben: als we geweten hadden dat we zó ver mochten gaan, hadden we ook zoiets ontworpen. In dat kaartenhuis klimmen de bezoekers straks langs verschillende plateaus, waarbij ze een overzicht krijgen van de bonte collectie kunstnijverheid van het V & A.

Die lukrake stapeling van kubussen plaatst Libeskind in het vakje van de deconstructivisten. En hoewel hij nog nooit had gebouwd, werd hij eind jaren tachtig op basis van zijn tekeningen door het Museum of Modern Art in New York bij een 'stroming' ingedeeld. Samen met Rem Koolhaas, Peter Eisenman, Zaha Hadid en andere 'bijna papieren' architecten. Hoewel hij er geen bezwaar tegen heeft dat hem een etiket is opgeplakt, voelt hij zich geen lid van de groep. Ze hebben geen contact met elkaar, hoewel hij het werk van zijn 'stijlgenoten' boeiender vindt dan wat hij dagelijks om zich heen ziet. 'Ik ben geen deconstructief architect. Tenzij je stelt dat Shakespeare of Rembrandt in hun tijd deconstructivisten waren; je kunt zelfs verdedigen dat ze dat waren.'

'Maar als je het Joods Museum ziet, is het een zeer constructief gebouw. Ik zeg altijd: als er een terrein is dat niet deconstructief kán zijn, is het wel de architectuur. Dat werkt daar niet. Architectuur is nu eenmaal een optimistische discipline: je maakt iets voor de toekomst, dat niet onmiddellijk af is. Je moet erin kunnen geloven, want als je een plan presenteert, laat je iets zien wat er niet is. Architectuur is lange tijd onzichtbaar.'

Het lijkt erop dat een onwrikbaar vertrouwen geboden is voor Libeskinds meetkundige composities, waaruit niet een-twee-drie een gebouw valt te distilleren. Houvast biedt zijn handelsmerk, de lijn: voor Libeskind de rechtstreekse verbinding tussen het heden en utopia.

Nederlands Architectuurinstituut Rotterdam: Daniel Libeskind. Beyond the wall, 26.36'. Van 6 september tot en met 23 november.

De Polderland Garden of Love and Fire is vrij toegankelijk aan de Pampushavenweg bij Almere-Stad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden