Vrolijke trilogie over tragiek van Indië

Broers en zus maakten een trilogie over Indische Nederlanders. ‘Antwoorden krijg je niet’...

‘We willen het gewoon weten!’, schreeuwt de tweeling aan het einde van de voorstelling Sloom Bloed. De bovenzaal van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag is muisstil. Het is de eerste en enige keer dat de vragen direct gesteld worden. Broer en zus willen van hun ouders weten hoe het was in de jappenkampen in Indonesië. Weten hoe het was om in Nederland een nieuw bestaan op te moeten bouwen. Weten hoe het was om niet meer terug te kunnen – want Nederlands-Indië bestond opeens niet meer. Weten hoe het was, kortom, om tussen twee werelden te leven. Maar meer dan over antwoorden, gaat het schrijver Carlo Scheldwacht in het stuk om de impliciete vragen. ‘Als je ergens achter komt, is het wel dat je er niet achter komt.’

Sloom Bloed is het eerste deel van de Indische Trilogie, een drieluik over de geschiedenis van Indische Nederlanders (‘géén Indonesiërs of Indiërs’), die na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 terugkeerden naar hun vaderland, Nederland. Indische Nederlanders zijn immers anders dan Indonesiërs. Kinderen van gemengde ouders; veelal Indonesische moeders en Nederlandse vaders. Ze maakten de Japanse gevangenkampen mee, de Nederlandse politionele acties en de ‘Bersiap’, de bloedige onafhankelijkheidsstrijd in de periode daartussen.

De Indische Trilogie bestaat uit de reprises van de stukken Sloom Bloed (over hoe de tweede generatie Indische Nederlanders omgaat met het verleden van hun ouders) en Familiefeest, naar een boek van Theodor Holman en gespeeld door Carlo, broer Ricci (journalist bij HP/De Tijd) en zus Esther Scheldwacht (actrice). Als afsluiting is er de première van het Circus Bronbeek, het verhaal van de afwezige – want inmiddels overleden – vader uit de eerste twee stukken.

De drie zitten op een lage zwartleren bank in de artiestenfoyer van de schouwburg. ‘Je kunt wel vragen stellen, maar de echte antwoorden krijg je niet’, zegt Ricci (42) ‘Het zal aan de Aziatische achtergrond liggen, maar alles wat je te horen krijgt is ontwijkend, anekdotisch.’ Esther (40): ‘Als jong kind is het best spannend te horen hoe je opa ontsnapte en twee van zijn kameraden bij de vluchtpoging werden doodgeschoten. Pas later vraag je je af wat dat betekende in het leven van zo’n man. Maar je krijgt er geen antwoord op. En eigenlijk heb ik daar wel vrede mee.’ Carlo (44): ‘Ik had aanvankelijk niets met Nederlands-Indië. Ik kende de verhalen, ja. Pas later zijn we ons gaan realiseren dat we daar deel van uit maken.’

De Indische Trilogie is geschreven om verhalen te vertellen. Maar het brengt net zo goed de problemen in beeld waar de jonge generatie Nederlandse Indiërs mee kampt. Een generatie die het land van hun vaders en moeders alleen maar kent uit de verhalen.

‘Maar’, zegt Ricci, ‘die verhalen maken wel deel uit van je geschiedenis. Voor mij een belangrijke reden om mee te doen.’

‘Toch zijn het vrolijke voorstellingen geworden’, zegt Esther. ‘Het is geen drieluik over de ellende.’ Carlo: ‘Circus Bronbeek bijvoorbeeld gaat over de cabaretvoorstellingen en muzikale gebeurtenissen die óók plaatsvonden in de kampen. Het plezier dat er gemaakt werd.’

Esther: ‘Op een lichte manier, behapbaar. Misschien soms té licht.’ Ricci: ‘Dat krijg ik ook vaak te horen. Maar blijkbaar zit dat ook in ons. Carlo: ‘Als schrijver wil ik het publiek soms wel eens een stomp in zijn maag geven, maar ik kom toch altijd weer uit bij het lichtvoetige, het herkenbare. Het moet wel verteerbaar blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden