Vrolijke rommelaar

De legendarische toetsenist Herbie Hancock is weer hot dankzij een goede plaat en een Grammy, nadat eerdere projecten soms genadeloos flopten. Maakt niet uit, Herbie doet toch wat hij wil.

Er bestaat een filmpje uit 1983 waarin Herbie Hancock te zien is in zijn studio, samen met Quincy Jones. Te midden van tientallen synthesizers demonstreert Genie 1 (een van de invloedrijkste muzikanten ooit) zijn nieuwste aanwinst aan Genie 2 (eveneens een van de invloedrijkste muzikanten ooit). Het betreft de Fairlight CMI, een computer met een groen beeldscherm en een pennetje aan een kruldraad dat herinneringen oproept aan Chriet Titulaer. Toen was het het nieuwste van het nieuwste: de eerste digitale sampler.

Zes kenmerkende cd’s van Herbie Hancock:
Takin’ Off (1962)
De eerste eigen plaat van Hancock, en meteen een goede. En een toegankelijk begin om zijn muziek te ontdekken. De jonge Freddie Hubbard speelt trompet, Dexter Gordon tenor. De plaat valt op door zijn lichtvoetige balans, en door de avontuurlijke harmonieën voor een standaard hardbop-opname van Blue Note. Takin’ Off bevat louter zelf geschreven werk. Het nummer Watermelon Man is nog altijd een jazzhit van jewelste. Dat werd het overigens pas nadat percussionist Mongo Santamaria het had gecoverd. Een paar jaar later volgde Maiden Voyage, zo’n klassieke vijfsterren jazzplaat waarop alles waarvan je hier het begin hoort werd geperfectioneerd.

Fat Albert Rotunda (1969)
Onstaan uit de soundtrack voor een tekenfilmpje van Bill Cosby, vormt deze plaat het startpunt voor de elektrische carrière van Hancock. Dat vlammetje was al aangewakkerd bij Miles Davis, waar hij een jaar eerder was vertrokken. Met zijn funky grooves, sappige blazerspartijen en het dwingende Fender Rhodes-spel van Hancock leidde Fat Albert de daaropvolgende baanbrekende platen Mwandishi en Crossings in. Het openingsnummer Wiggle-Waggle fungeerde als basis voor de Nederlandse hiphophit Back by dope demand van King Bee uit 1990.

Head Hunters (1973)
Fusion van het beste soort, met een grote invloed in de soul en hiphop scene. De organische, op funk en r&b gestoelde grooves maakten dit een immens populaire plaat. Hancock excelleert met harmonisch geavanceerde solo’s op synthesizer en bewijst definitief dat het instrument warm en menselijk kan klinken.

V.S.O.P. Vol. 1 (1977)
Tijdens een concert waarbij Hancock met meerdere bands een dwarsdoorsnede liet horen van zijn carrière tot dan toe, was het opvallend genoeg de reünie van het Miles Davis Quintet uit de jaren zestig met Wayne Shorter, Ron Carter, Tony Williams (en Freddie Hubbard in plaats van Miles zelf) die het meeste succes oogstte. De vooruitstrevende Hancock was dus weer terug bij akoestische bop. Hij vond het best, de band speelde steengoed en toerde met succes de wereld over.

Future Shock (1983)
Wie kent de clip nog? Poppenrobots met bleke gelaten, pruiken, lampjes als ogen, een uitgeknepen tube tandpasta en trappelende benen in een huiskamer. Rockit was een nummer-1 hit. Het was het eerste nummer in de top-40 waarin met een plaat gescratched werd, iets dat Hancock naar eigen zeggen ook nog maar twee weken daarvoor had ontdekt. Herbie Hancock was mede dankzij bassist en producer Bill Laswell weer helemaal hot en ondertussen had hij hoorbaar plezier met de maffe elektronische beats. Hordes musici gingen hierna bloedserieus door in die richting, dat was weer wat minder.

Gershwin’s World (1998)
Op één van zijn mooiste platen speelt Herbie Hancock opvallend genoeg overbekende klassiekers van George Gershwin. Hij doet dat met zoveel rust, gevoel en elegantie dat het zelfs bij Summertime lijkt of je het nummer voor het eerst hoort. Dit is de Herbie Hancock van de laatste jaren, die definitief afscheid heeft genomen van virtuoos powerplay en alleen nog een noot speelt als hij hem noodzakelijk acht. Er speelt een topgezelschap mee, onder wie Kenny Garrett, Joni Mitchell en Stevie Wonder. De recente succesplaat River: The Joni Letters, met gasten als Norah Jones en Tina Turner ligt in het verlengde van deze opname.

]]>

Het is prachtig om te zien hoe de destijds 43-jarige Hancock en de 50-jarige Jones zich met het enthousiasme van kleine jongens in de apparatuur verdiepen. Quincey Jones schatert het uit als hij het geluid van een kikker uit een synthesizer haalt. Hancock zet een beat aan en gaat er een potje overheen zitten jammen met zo’n sterk groovende timing dat je bijna niet stil kunt zitten. Pieuwieuw, doet hij met zijn expressiepookje. ‘Hahaha’, grinnikt Jones.

Je kunt Herbie Hancock benaderen als ongenaakbare grootheid op een voetstuk. Een extreem begaafde jazzmuzikant die een onuitwisbare invloed heeft gehad op de muziekgeschiedenis. Die altijd vooruitliep en daardoor bepalend was voor andere genres als funk en hiphop. Hij scoorde hits, zijn composities behoren tot het klassieke jazzrepertoire en zijn platen zijn honderden keren gesampled door rappers, van het vriendelijke US3 (Cantaloupe Island) en Dee-Lite (Groove is in the Heart) tot Tupac en de gevaarlijke motherfuckers van NWA. Generaties jazzpianisten hebben zijn harmonisch geavanceerde, overweldigende licks in hun spel opgenomen. Zonder Herbie Hancock hadden we in Nederland geen Michiel Borstlap gehad, om maar wat te noemen.

Het is allemaal waar en Herbie Hancock verdient oneindig veel respect. Maar misschien doe je de pianist wel meer recht door hem niet te zien als een soort alwetende godheid, maar als een vrolijke getalenteerde rommelaar die vooral ontzettend veel uitprobeert.

Noem een muzikale innovatie en Hancock heeft er wel mee geëxperimenteerd. De elektrische Fender Rhodes piano bijvoorbeeld. Hij ging er eind jaren zestig voor het eerst op spelen in de groep van Miles Davis, en beiden waren er erg tevreden over. Nu is het instrument niet meer weg te denken uit de jazz. En neem de keytar, het toetsenbord dat je om kunt hangen als een gitaar en waar na Modern Talking niemand meer mee gezien wilde worden. Hancock was in de jaren zeventig een van eersten die er mee op een podium stond. Bij zijn vorige concerten in Nederland hing hij er met een grote grijns weer eentje om, wat hem op gejuich vanuit het publiek kwam te staan. Eerder was de toetsenist op tournee met een revolutionair quadrofonisch geluidssysteem, waarbij boxen achterin de zaal moesten zorgen voor een multidimensionale geluidsbeleving. Het klonk nergens naar.

CV
1940 - Geboren in Chicago
1947 - Begint met pianospelen
1951 - Speelt Mozart met het Chicago Symphony Orchestra
1961 - Maakt zijn debuut in het Donald Byrd-Pepper Adams Quintet
1962 - Eerste soloplaat bij Blue Note
1963 - Gevraagd door Miles Davis, blijft vijf jaar bij hem
1969 - Duikt volledig in elektronica, neemt tijdelijk Swahili-naam Mwandishi aan
1973 - Definieert de moderne fusion met Head Hunters
1977 - Terug naar bop met V.S.O.P.
1983 - Scoort breakdancehit met Rockit
1996 - Speelt voor het eerst interpretaties van recente popnummers
2007 - Ontvangt Grammy voor River: The Joni Letters
]]>

Herbie Hancock is geen muzikale ziener. Hij is enthousiast en niet bang om kansen te creëren. Het verklaart waarom de carrière van Hancock eruit ziet als een kronkelig pad vol scherpe bochten, hoge toppen en diepe dalen. Het ene moment speelt hij heftige elektrische funk, het volgende ingetogen akoestische ballades. Van de vele platen die hij heeft gemaakt zijn er veel waanzinnig, maar ook een hele hoop middelmatig of mislukt. Hancock krijgt vanwege zijn muzikale talent vanaf het begin van zijn carrière van platenmaatschappijen alle mogelijkheid om dingen uit proberen. Wat dat betreft is hij een zondagskind.

Maar hij heeft geen uitgestippeld plan. Het plezier van het klooien en zien wat er gebeurt staat voorop. Dat straalt de pianist ook uit op het podium, zelfs als zijn optreden niet helemaal lekker loopt. Zijn meest revolutionaire muziek maakte Hancock in de jaren zestig en zeventig. Zal hij nog eens met iets schokkends vernieuwends komen? Dat weet niemand. Maar het blijft een genot om hem zijn armen te zien uitspreiden om het onbekende te verwelkomen.

Het Herbie Hancock Quintet met onder anderen Chris Potter en Dave Holland speelt vrijdag op North Sea Jazz om 22:45 en zaterdag met de vocalisten Amy Keys en Sonya Kitchell om 19:45. Iedere dag is op het festival in het kader van Jazz & Cinema om 21:45 de negentig minuten durende documentaire Herbie Hancock – Possibilities uit 2006 te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden