Vrolijk vet maakt elke landing zacht

WIE EEN BUNDEL van Kees Ouwens of Paul Demets leest, wordt opgeslokt door de taal. De wijze waarop de woorden en zinnen in hun gedichten gegroepeerd zijn, is dermate ver verwijderd van wat u en ik onder gangbare spreektaal verstaan, dat het lezen weinig meer te maken heeft met normale...

Bij meer toegankelijke dichters als Ed Leeflang, Judith Herzberg en Leo Vroman ligt dat anders. In hun poëzie spreekt een duidelijk herkenbare persoonlijkheid de lezer toe, zelfs in die mate dat je deze dichters, al heb je ze in werkelijkheid nooit gezien, persoonlijk meent te kennen. Tot deze laatste categorie behoren ook de dichters die, misschien om iets meer afstand te scheppen, tussen de lezer en zichzelf een fictief personage neerzetten. Kavafis doet dat vaak, Brodsky ook. Het bekendste voorbeeld is de Poolse dichter Zbigniew Herbert, wiens meneer Cogito de afgelopen tien jaar een persoonlijke vriend van heel poëzielezend Nederland is geworden.

Toen Marjoleine de Vos, die In NRC Handelsblad met enige regelmaat over poëzie schrijft, haar alter ego mevrouw Despina in het leven riep, was ze al geruime tijd bevriend met de heer Cogito. Ze kon goed met hem opschieten, maar vond hem hier en daar een wat al te abstract denker in de traditie van Descartes. De Vos voelde meer voor het bij tijd en wijle naar mystiek neigende denken van Baruch Despinoza, beter bekend als Spinoza. Mevrouw Despina kan beschouwd worden als vrouwelijke, warmbloedige tegenhanger van meneer Cogito.

Niet alle gedichten in De Vos' debuutbundel Zeehond graag gaan over mevrouw Despina, maar de toon van de gedichten waarin ze niet genoemd wordt, verschilt nauwelijks van die waarin dat wel het geval is. Zelfs de gedichten waarin Dido, Klytaimnestra en de Drie Koningen aan het woord zijn, lijken uit hetzelfde gevoel te zijn voortgekomen. Marjoleine de Vos verplaatst zich met groot gemak in een marmeren beeld, in een perzik op sap of in de zeehond uit het titelgedicht, ondanks al die gedaanteverwisselingen blijft ze met dezelfde stem spreken.

Mevrouw Despina is een lieve, beschaafde mevrouw die er nog goed uit ziet, maar beseft dat haar jeugd voorbij is. Tot haar verdriet heeft ze geen kinderen, ze is, waarschijnlijk wat voorbarig, bang voor osteoporose, ze koestert soms hevige erotische verlangens die haar bevreemden en die ze probeert te beheersen. Ze kent zichzelf niet:

Mevrouw Despina wordt bewoond door iemand

die ze niet wil kennen. Geen innerlijke stem

al klinkt soms een nee, een misplaatste lach.

De bewoonster wil drama, desnoods ten koste,

kiest voor ellende om dapper te lijden, verlangt

tragedie, lieve doden, het eeuwig gat, wil

niets van wat mevrouw Despina vurig wenst.

Het liefst zou mevrouw Despina een zeehond zijn, springen, 'poon verschalken, applaus/ voor uw lenig spek dat overheerlijk/ de kant op kletst, dik verpakt geraamte'. Binnenin zat dan Despina 'waterafstotend vermomd als onhoekig dier':

Gooit het leven haar juichend de lucht in

stuitert ze op zeewaardige kussens

haar vrolijk vet maakt elke landing zacht.

Waarom wil mevrouw Despina zo graag een zeehond zijn? Waarschijnlijk omdat zeehonden het ideaal van pure, ongecompliceerde levenslust belichamen. Ze zijn moddervet van het vis eten, maar behoeven zich daarvoor niet te schamen omdat ze tegelijkertijd de soepelheid zelve zijn, bovendien zijn ze 'elegant toegerust voor poolstorm en schotsen'.

Mevrouw Despina zelf heeft er moeite mee zich over te geven. Ze kijkt dan ook op tegen de buikdanseres die met haar verleidelijk deinende lichaam goddelijke geheimen lijkt door te geven, als de priesteres bij het orakel van Delphi, waar zich volgens de Grieken de navel van het heelal bevond. Geen vrouw is sterker dan deze danseres 'in haar naakte harnas/ als ze lacht spat macht van haar tandern'. Wanneer mevrouw Despina het later ook probeert, thuis voor de spiegel, wordt het een schertsvertoning:

Voor de spiegel dwingt ze haar bekken

beloftes te bluffen op de maat van extase, maar

geen god geeft geheimen door. Ongewild

lokt ze schaamte, verjagen haar armen de dromen

van zorgeloos branden in een alziende blik.

Gaat het hier om de god Apollo, in de bundel worden ook, tegen beter weten in, pogingen ondernomen in contact te treden met de christelijke god. In deze religieus getinte gedichten komt De Vos soms gevaarlijk dicht in de buurt van de dweperigheid van Willem Jan Otten. In andere gedichten hoor je de klassieke compactheid van Tom van Deel, terwijl het openingsgedicht in eerste instantie aan Toon Tellegen doet denken: 'Het geluk zit bij zonsopgang in de trein/ en zingt Vivaldi met de kievit'.

In de bundel komen enkele als-vergelijkingen voor, die niet allemaal even geslaagd zijn. Een rivier die 'snel als de tijd' door het land stormt, vissen die 'als sperma' in zee spartelen, een geraamte dat 'naakt als een landkaart' op een röntgenfoto staat, gewas dat in het voorjaar 'als koolzuur in de Spa' boven de grond komt.

Een ander nadeel is het feit dat De Vos soms wel erg expliciet is, bijvoorbeeld wanneer mevrouw Despina 'dankbaar in leven doornat op de fiets/ hardnekkig verrukt' is 'van goudgeel blad', of wanneer De Vos zich voorneemt al haar indrukken zorgvuldig te koesteren, want 'wie er geen acht op slaat vergeet de weelde'. Op zulke momenten is zij iets te blijmoedig en bekruipt je het akelige vermoeden dat ze het beste met de mensheid voorheeft.

Gelukkig is ze niet altijd zo braaf. Onbetaalbaar is 'Kooklust', waarin een vrouw zich tijdens het koken aan botergeile fantasieën overgeeft. Haar hand liefkoost de haas van een jonge stier, 'verzaligd streelt ze/ zijn ballen de pan in'. Ze wil betast worden door gulzige vingers en gloeiend verslonden:

Een vis zijn, zwemmend in roomsaus

gewiegd, gekend, begeerd, genoten.

Meneer Cogito zou na deze bundel graag eens met mevrouw Despina uit eten gaan. De kans is echter groot dat aan tafel hun verlangens onuitgesproken blijven en dat ze aan het eind van de avond ieder in hun eigen bed belanden. Want rauwe erotiek, daarvoor zijn ze allebei te geremd en te beschaafd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.