Vrij Nederland vecht om zijn voortbestaan met een nieuwe formule en als maandblad. Is het genoeg?

Tijdschrift Vrij Nederland vecht om zijn voortbestaan. Nu met een nieuwe formule en als maandblad. Is hiermee het lek boven?

Hoofdredacteur Ward Wijndelts (links) en beeldredacteur Rolf Rosing (rechts). Beeld Niels Blekemolen

Bij Vrij Nederland schrikt niemand meer als een boekjaar eindigt met verlies, dat is traditie. Toen het drie jaar geleden weer eens lukte een beetje winst te maken, werd dat gevierd met taart. Het bleek een eenmalige opleving.

Als je naar de cijfers kijkt, is het een wonder dat VN nog bestaat. De voormalige verzetskrant, opgericht in 1940, dreigde enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog al failliet te gaan. Toen schoot de sociaal-democratische uitgeverij De Arbeiderspers te hulp. Sindsdien moet bijna altijd een gat in de begroting worden gedicht. Zelfs in de jaren zeventig, toen het blad een recordoplage van 117 duizend bereikte, gaf de redactie structureel meer uit dan er werd verdiend.

De betaalde oplage is nu veel lager: 24 duizend exemplaren. Om kosten te besparen, verschijnt het tijdschrift sinds ruim een jaar maandelijks in plaats van wekelijks en zijn zes van de negentien redactionele banen geschrapt. De makers verhuisden van de chique Raamgracht, in het centrum van Amsterdam, naar een goedkopere locatie in Amsterdam-Oost.

Je zou de verhuizing symbolisch kunnen noemen, maar cynisme is niet besteed aan Ward Wijndelts (42), sinds een jaar hoofdredacteur van Vrij Nederland. Eerder werkte hij bij NRC Handelsblad en Mindshakes.com; een online journalistiek platform voor millennials, dat inmiddels is gestopt. Wijndelts zit vol energie en enthousiasme. Hij is blij dat hij de buitenwereld kan vertellen over de nieuwe strategie van VN. Het is mogelijk over drie jaar structureel winst te maken, heeft hij eigenaar WPG Uitgevers beloofd. Mislukt zijn driejarenplan, dan staat de toekomst van het blad op het spel en moet hij hoogstwaarschijnlijk vertrekken.

De hoofdredacteur staat voor een lastige klus. Vrij Nederland is een tijdschrift dat mensen lezen naast andere bladen en een krant als NRC Handelsblad of de Volkskrant. De strijd om publiek is fel, Netflix, (gemiste) tv-programma's en sociale media vragen aandacht. Voor kleine spelers als VN is het moeilijk zich in te vechten.

Beeld Niels Blekemolen

Deze week komt het eerste gerestylede nummer van het maandblad uit. Wijndelts klapt zijn laptop open en bladert door het eerste grote artikel, een interview met cartoonist Ruben Oppenheimer. Het blad oogt toegankelijker, met meer close-ups van gezichten en minder mannen met stropdas. 'We hadden te veel de uitstraling van een kil mannenblad', zegt hij. 'Dit is warmer, minder klinisch.' Om meer ruimte te maken voor fotografie, is VN groter: 22,5 centimeter breed en 30 centimeter hoog, aan beide kanten grofweg 2 centimeter meer dan vroeger. Het lijkt een klein verschil, maar je ziet het wel.

De coverfoto- en tekst blijven nog even geheim - die onthult hij dinsdag op de feestelijke presentatie. Leuk om te weten: het klassieke rode VN-logo boven aan de cover, geschrapt in 2010, keert terug. 'Sommige oude dingen waren zo mooi dat ik ze heb teruggehaald.'

Inhoudelijk verandert er veel, volgens Wijndelts. 'Vrij Nederland is in wezen altijd een krant geweest, met verhalen over economie, sport, cultuur, literatuur, buitenland, noem maar op. Overal hadden we correspondenten. We gaan veel scherper kiezen, we stoppen met allerlei rubriekjes en verhalen die aan de actualiteit hangen.'

Brandmanager Hans van den Brink op de redactie van VN in Amsterdam. Beeld Niels Blekemolen

In november scoorde VN met een onlinereportage over anti-Zwarte Piet-activisten die die dag waren gestrand in Friesland. 'Het trok veel publiek naar de site. Mooi, maar zo'n stuk maken andere media ook. Het is niet onderscheidend. Zoiets doen we niet meer, om die reden stoppen we ook met bijna alle columns, hoe leuk en goed geschreven die ook waren. De boodschap: bij ons vind je geen niemendalletjes. Na elk verhaal moet je denken: wauw, zoiets heb ik nog nooit gezien, wat fijn dat VN bestaat!'

Bij de restyling hoort een nieuw uitgangspunt: 'Elk stuk gaat eigenlijk over de grote maatschappelijke en technologische veranderingen van deze tijd.'

Ter illustratie: in het maartnummer staat een essay van Lisa Bouyeure over seksualisering van de jeugd. Ze beschrijft een paradoxale ontwikkeling: jong en sexy is heel gewoon in de populaire cultuur, maar in de kunst wordt het steeds minder getolereerd. Wie maatregelen neemt om jongeren te beschermen tegen hongerige blikken van mannen, maakt hun lichaam juist beladen, vindt ze. Wijndelts: 'Zo'n verhaal zet je aan het denken over de opleving van het feminisme en nieuwe preutsheid. Grote maatschappelijke veranderingen, dus.'

Het nummer bevat ook een reportage over het Tropenmuseum, dat in zijn maag zit met een collectie schedels uit Nederlands-Indië, ooit gebruikt voor fysisch-antropologisch onderzoek. 'Het ligt gevoelig, zeker bij een instituut dat zo bezig is met het Nederlandse koloniale verleden. Interessant is dat het ook gaat over de rassenleer die nu weer opgang doet. Ooit was het normaal schedels op te meten, nu beseffen ze dat het eigenlijk gewoon menselijke resten zijn. Moeten die misschien een erebegrafenis krijgen, en in welk land?'

Wat ambitie en geloof in eigen kunnen betreft, is er niet veel veranderd sinds de hoogtijdagen; de jaren zeventig van de vorige eeuw. 'De gouden jaren van het linkse levensgevoel', noemt biograaf John Jansen van Galen (77) die tijd, toen Vrij Nederland het boegbeeld van de progressieve journalistiek was. Bijna nergens anders las je zulke persoonlijke interviews, onthullende reconstructies, diepgravende portretten en spraakmakende columns.

De teloorgang begon in de jaren tachtig, toen kranten als NRC Handelsblad en de Volkskrant vergelijkbare verhalen gingen maken. Dagbladen namen de rol van opiniebladen over: duiding en achtergronden bij het nieuws. Eerst alleen in weekendbijlagen, later ook doordeweeks. Ook de tijdgeest keerde zich tegen het blad; na de linkse jaren zeventig volgde het tijdperk van de (rechtse) no-nonsensepolitiek.

Vrij Nederland had zich moeten aanpassen, maar deed dat nauwelijks. 'Dat kwam onder meer door de eigenzinnigheid van de redactie', zegt Jansen van Galen. 'Het succes uit de jaren zestig en zeventig leidde tot arrogantie, die minstens tot het jaar 2000 is blijven hangen. De oplage daalde en daalde, zonder dat de makers er conclusies aan verbonden. Hun gevoel was: ach, het is een tijdelijke inzinking; de lezer komt vanzelf wel terug. Aan ons ligt het niet, we zitten op de juiste koers.'

Lang weigerde VN stukken gratis online te zetten, onder het motto: wie kwaliteit wil, moet daarvoor betalen. Ondertussen namen concurrenten de markt over.

In tegenstelling tot andere tijdschriften volhardt Vrij Nederland in een tijdrovende vorm van journalistiek. 'Het is traditie dat VN een bepaalde kwaliteit levert', zegt Frits van Exter (62), van 2008 tot 2015 hoofdredacteur van het blad, nu voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. 'Lange verhalen, grote interviews, essays, opinieverhalen en onderzoeksjournalistiek kosten veel geld. Toen het te duur werd op deze manier een weekblad te maken, besloten we een maandblad te worden. Liever dat dan concessies doen op het gebied van kwaliteit.'

Dat VN zich zo opstelt, is niet los te zien van de bijzondere positie van het blad. Sinds jaar en dag wordt het overeind gehouden door idealisten - aanvankelijk van socialistische huize - die het belangrijk vinden dat Vrij Nederland bestaat. Verliezen worden tegenwoordig gedekt met inkomsten uit andere onderdelen van moederbedrijf WPG, zoals Voetbal International en Happinez. Dat heeft de makers lui gemaakt, zeggen critici: zeker in de vorige eeuw leken ze soms net verwende kinderen die teerden op de zak van hun ouders.

In de statuten van de Stichting Weekbladpers, eigenaar van WPG, staat dat het bedrijf op aarde is om de linkse pers in stand te houden, in het bijzonder VN. 'Het is onze verdomde plicht een blad waarvoor mensen zijn gestorven niet kapot te laten gaan', zei de vorige directeur van WPG, Koen Clement, enkele jaren geleden.

Deze dagen wordt strenger op kosten gelet. Steeds meer onderdelen van het moederbedrijf presteren ondermaats. Voetbal International, lang de melkkoe van het concern, is de grootste bloeder, met jaarlijks naar verluidt 1 miljoen euro verlies. Nu de bodem van de WPG-kas in zicht dreigt te komen, is de luxepositie van VN onhoudbaar geworden: winst is noodzakelijk.

Beeld Niels Blekemolen

Verslaggever Max van Weezel (66) heeft in zijn 42 jaar bij Vrij Nederland, sinds 1976, talloze veranderingen meegemaakt. Soms koos het blad voor een progressievere koers, soms bewoog het naar het midden. 'Gelukkig stoppen we eindelijk met die onzinnige pogingen te concurreren met de Volkskrant en NRC. Die strijd hebben we allang verloren. Toch denk ik met enige pijn: weer een restyling. De nieuwe koers lijkt me goed, maar laten we het alsjeblieft een tijdje volhouden.'

Ward Wijndelts moet een jonger publiek aanboren. Bij Mindshakes lukte dat aardig, maar er stonden te weinig inkomsten tegenover. Geld verdienen op internet is lastig. Complicatie is dat VN voor veel jongeren iets uit een ver verleden is, 'die oude verzetskrant die mijn opa en oma lazen'. In het gunstigste geval kopen ze nu soms een artikel bij de onlinekiosk Blendle of een los nummer in de winkel.

Zonder nieuwe aanwas wordt het abonneebestand, zestienduizend mensen, alleen maar kleiner. 'Onze abonnees zijn oud, maar loyaal', zegt Wijndelts. 'De enige opzeggingen die we krijgen, zijn overlijdensberichten.'

Vrij Nederland is wat de hoofdredacteur betreft voortaan geen tijdschrift meer, maar een digitaal product. Iedere ochtend om 8 uur kunnen abonnees via Whatsapp of e-mail een link ontvangen naar 'het beste verhaal van de dag' op de site, voor 6,99 euro per maand. Meer komt er niet bij in de loop van de dag: het aantal online-artikelen daalt van 1.500 naar ruim 400 per jaar. 'Zo kunnen we veel meer tijd en energie steken in de inhoud en de presentatie van stukken.'

Grofweg de helft van de onlineverhalen verschijnt ook in het maandblad. Het einde van die papieren uitgave - al vaker voorspeld - is voorlopig niet aan de orde, zegt Wijndelts: 'Maar papier is níét de reden van ons bestaan. Ik ben bezig met het merk Vrij Nederland, dat moet vooral groeien door digitale abonnees. Nu zijn het er een paar duizend, op termijn moet de helft van onze inkomsten uit online komen. Daarop kunnen we een toekomst bouwen.'

Hij richt zich op slimme, in de wereld geïnteresseerde dertigers en veertigers. Die lezen artikelen vooral op hun mobiele telefoon. Zij willen best betalen voor kwaliteitsjournalistiek, zegt hij. 'Kijk naar De Correspondent, die heeft 56 duizend abonnees. Ons moederbedrijf WPG heeft er vertrouwen in, ze investeren weer in VN. Ons redactiebudget is 26 procent hoger dan in 2017.'

Video wordt een van de speerpunten. Filmmaker Mea Dols de Jong (30) haalde vorig jaar met allebei haar filmpjes voor VN de top-10 van meest gedeelde Nederlandse filmpjes op Facebook. Haar hoogste notering, de zesde plaats, was voor een kind van een NSB'er dat over zijn jeugd vertelt, op basis van een boek van VN-redacteur Mischa Cohen.

Voor VN zijn de filmpjes een eerste stap op weg naar meer zichtbaarheid, zegt Wijndelts. 'De tweede stap is dat we mensen die ons zo leren kennen verleiden abonnee te worden.'

Dat klinkt logisch, al is het maar omdat andere bladen vergelijkbare strategieën hanteren. Maar maakt hij inhoudelijk de juiste keuzen?

Sommige (ex-)redacteuren pleiten voor een andere, linksere koers. Anderen vinden dat VN een voorbeeld moet nemen aan De Groene Amsterdammer. Dat blad koos voor een intellectuelere benadering, gericht op een nichepubliek. Het heeft De Groene goed gedaan: de oplage is gestegen van dertienduizend in 2009 naar ruim twintigduizend exemplaren nu.

'Mijn ambities reiken verder dan die van De Groene', zegt Wijndelts. 'Ik wil een breder publiek en een hogere oplage: dertigduizend exemplaren in 2020. We blijven in zoverre progressief dat we opkomen voor kwetsbare groepen. Maar we zijn geen echokamer van linkse meningen, zoals joop.nl. Aan analyses heb je meer dan aan opinies. En De Correspondent? Daar vind je vooral denk-journalistiek, onze verslaggevers gaan meer de straat op.'

Doet Wijndelts op hoofdlijnen niet hetzelfde als zijn voorgangers? Hoofdredacteur Henk van Randwijk omschreef VN ooit als 'een krant voor hen die willen denken'. Later volgden motto's als 'Wij controleren de macht' (Rinus Ferdinandusse), 'Vrij Nederland geeft te denken' (Xandra Schutte), 'Een baken in de chaos van informatie en amusement' (Emile Fallaux) en 'Lang leve de inhoud' (Frits van Exter). En nu is er dus 'Elk stuk gaat eigenlijk over de grote maatschappelijke en technologische veranderingen van deze tijd', vervat onder de het motto 'Lees minder, blijf vrij van geest'.

Wijndelts zucht. 'Ik herken best veel in die motto's. Maar ik ben de eerste die zegt: we stoppen met 80 procent van alles wat we tot nu toe hebben gedaan. Weet je, een jaar geleden had ik niet kunnen uitleggen waarvoor Vrij Nederland staat, nu wel: wij bepalen onze eigen agenda, schrijven over de grote thema's van deze tijd en willen je op een originele manier aan het denken zetten.'

Oud logo herleeft

Het oude VN-logo is ontworpen door grafische ontwerper en illustrator Karst L. Zwart, de zoon van de beroemde Piet Zwart. Vrij Nederland introduceerde het op 27 augustus 1960. Vijftig jaar later, in 2010, werd het vervangen door een moderner logo. Hoofdredacteur Ward Wijndelts: 'Ik heb het altijd bevreemdend gevonden dat afscheid werd genomen van zo'n herkenbaar beeldmerk. Het is prima te vertalen naar de 21ste eeuw door het wat transparanter te maken.'

Elke strategie valt of staat met goede, onderscheidende verhalen. Zelf is hij ervan overtuigd dat die blijven komen. 'Er is geen maandblad in Nederland met zo'n grote redactie: twaalf vaste medewerkers. We krijgen meer geld voor minder stukken en hebben dus meer tijd voor onderzoek, diepgang en vormgeving. Dat zal zich uitbetalen.'

Even valt hij stil. 'Het voelt als zo'n cliché: de nieuwe hoofdredacteur die zegt dat hij alles anders gaat doen. Alsof je een midlifecrisis hebt en een Harley Davidson koopt. Dit is een blad met een mooie traditie, maar het was hoog tijd om VN nieuw leven in te blazen. Ik ben hier niet gekomen om het licht uit te doen.'

Met medewerking van Wilco Dekker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden