Vrij in begeerte en liefde

Hans Lodeizen (1924-1950) stierf als een groot, onrijp talent. In een bondige biografie, die vandaag verschijnt, zijn het leven en het werk van de homoseksuele dichter bijna perfect bijeengepakt....

De goden nemen de besten als eersten tot zich. Of in die troostende levenswijsheid een kern van waarheid schuilt, is natuurlijk nog maar de vraag. Jong gestorven kunstenaars laten weinig achter wat hen kan bezoedelen. Het latere afglijden, het talent dat nooit helemaal werd ontplooid, concurrentie, ijdelheden, kinnesinne, harde kritiek – het werd hun allemaal bespaard. Zij stolden voor altijd tot de glanzende belofte die zij waren toen hun lichaam er al vroeg de brui aan gaf.

Bij jong verscheiden dichters is de kans op mythevorming groot. Dat gebeurde bij Jacques Perk (die werd maar 22), Jotie T’Hooft (21), Paul van Ostaijen (32) en J.J. Slauerhoff (38). En bij Hans Lodeizen, die maar 25 werd. Het is prettig wenen om bloemen in den knop gebroken.

In de gedichten van adolescenten spelen eenzaamheid, de hunkering naar een groots leven, het besef uniek te zijn en het koketteren met de dood dikwijls een grote rol, ook als ze later stokoud zouden worden. Jonge poëzie is vaak ‘gevoelspoëzie’. Wordt de dichter werkelijk jong weggerukt, dan lijkt zijn werk bol te staan van vooruitwijzingen naar die vroege dood en lijkt het alsof hij niet gewoon stierf aan een ziekte, maar aan ‘het leven’. Live fast, die young.

Bidprentje

Bidprentje
De jonggestorven dichter is geknipt als icoon voor jonge dichters en poëzielezers met een overstromend gemoed. In het ergste geval eindigt hij als bidprentje en wordt hij te pas en te onpas geciteerd in overlijdensadvertenties. Zijn poëzie wordt veelvuldig verkracht in beroerde imitaties. Ook is hij, met zijn compacte oeuvre, en omdat hij niets terug kan zeggen, bij uitstek geschikt als mascotte van jongeren die zich met veel bombarie uitroepen tot een nieuwe stroming. Jacques Perk werd door een verliefde Willem Kloos ingelijfd als ‘wegbereider’ van de Tachtigers; Hans Lodeizen (1924-1950) werd door Simon Vinkenoog postuum opgenomen in de bloemlezing Atonaal, waarmee de dichters die later ‘de Vijftigers’ zouden heten, zich de literatuur in schreven.

Bidprentje
Zelf had Lodeizen geen weet van de kleine revolutie in de Nederlandse naoorlogse kunsten. De enige literaire kennissen waren de oudere tijdschriftredacteuren Adriaan Morriën en Adriaan van der Veen. Toen Cobra aan zijn zegetocht begon en Lucebert zich in het Amsterdamse Stedelijk Museum liet kronen als ‘keizer’, was hij al dood.

Bidprentje
Vandaag verschijnt een biografie over deze dichter, van de literatuurwetenschapper Koen Hilberdink, onder de simpele titel Hans Lodeizen – Biografie. Hans Lodeizen groeide op als zoon van een succesvolle, steenrijke zakenman, in een villa in het bedaagde Wassenaar. Hij studeerde, na zijn schooltijd op een particulier gymnasium, enkele jaren biologie aan een Amerikaans elite-instituut. Hij luisterde naar Mozart en Ravel, las gretig Heine, Gide en Éluard, en zijn denken werd gevormd door Nietzsche en Schopenhauer.

Bidprentje
Maar het allerliefst bestudeerde hij het wonderbaarlijke leven der mieren, in de lommerrijke tuin van de villa. Dat leidde tot de misvatting dat hij een exact-wetenschappelijke aanleg had. Maar het was liefde, en herkenning: ‘O, ik kan zeggen dat ik heb liefgehad. (*) Ik heb de mieren vertrouwd die zich ook, net als ik, verborgen in de donkere aarde, gouden geheimen in het zand.’

Bidprentje
En hij dichtte. Aanvankelijk traditioneel, in de stijl van Boutens. Op Amherst College in Massachusetts kwam hij in 1946 terecht in een kring van jongens die schreven en hun werk voordroegen op culturele avonden, rijkeluisjongens met een ‘modern’ levensgevoel. Ver van huis gaf hij voor het eerst toe aan zijn verlangen.

Bidprentje
Hij werd verliefd op onbereikbaar mooie jongens die zijn hart braken. Tijdens reisjes naar New Orleans en New York had hij zijn eerste seksuele ervaringen met mannen. Hij besefte dat hij nooit zo kon zijn als de anderen. Ook in zijn poëzie brak hij los: ‘wij willen plezier maken in witte/ ijsbergen van lakens en geniepige/ ogen uit de hemel wegkaatsen en dronken/ zijn op blote voeten’, dichtte hij in 1948. Hij schreef over zijn ideale jongen, Seldon James, een mooie Argentijnse medestudent die wel zijn vriend, maar niet zijn geliefde werd.

Leukemie

Leukemie
De biologiestudie mislukte en Lodeizen moest terug naar Wassenaar. Geen gedartel meer met dichters, dansers of straatjongens; in het naoorlogse Nederland gold homoseksualiteit als een ernstige afwijking. Zijn tirannieke, statusbewuste vader zou nooit accepteren dat een van zijn zoons een ‘urning’ was. In 1949 werd hij ziek. Wat aanvankelijk de ziekte van Pfeiffer leek, bleek acute leukemie te zijn, een ziekte waartegen indertijd geen kruid was gewassen. Aan de getroffene zelf werd de diagnose niet meegedeeld, maar hij wist het. ‘Ik wil volgend jaar om deze tijd dood zijn’, schreef hij eind 1949 in zijn dagboek. Die wens zou uitkomen.

Leukemie
Op zijn sterfbed schreef hij een beroemd geworden gedicht voor zijn vader, waaruit zowel liefde als onoverbrugbare afstand spreekt: ‘o vader wij zijn samen geweest/ in de langzame trein zonder bloemen/ die de nacht als een handschoen aan-/ en uittrekt wij zijn samen geweest/ vader terwijl het donker ons dichtsloeg.’

Schandaleus

Schandaleus
Tijdens Lodeizens leven werd, in 1949, een deel van zijn gedichten gepubliceerd, dat deel dat niet aanstootgevend was voor het publiek, de bundel Het innerlijk behang, opgedragen ‘aan Seldon’. Twee jaar na zijn dood verzorgden J.C. Bloem, Jan Greshoff en Adriaan Morriën een uitgebreide editie, Gedichten. Het zou tot 1996 duren eer de Verzamelde gedichten verschenen bij uitgeverij Van Oorschot, álle gedichten, ook de schandaleuze, die door de familie buiten publicatie waren gehouden.

Schandaleus
Hilberdinks levensbeschrijving van Lodeizen is niet de eerste biografie over deze dichter. In 2001 verscheen er al een biografie, Liever liefde dan gedichten, van de neerlandicus Gerard Bes. Het verschil tussen de twee titels is veelzeggend: Bes schreef het tragische levensverhaal van een jongen die nooit de grote liefde vond, daarover verdrietig dichtte om ten slotte aan zijn ellende te bezwijken. Zijn biografie getuigt van liefde voor deze dichter, maar heeft veel onvolkomenheden, zoals een onduidelijk gebruik van bronnen, een te grote identificatie met de hoofdpersoon. Toch is het merkwaardig dat Hilberdink in zijn ‘verantwoording’ zijn voorganger Bes niet eens noemt. Slechts een paar keer verwijst hij in een noot naar Bes’ boek.

Schandaleus
Hilberdink heeft voor de verantwoording van zijn aanpak niet meer dan ruim twee pagina’s nodig. Hij wilde ‘de omstandigheden waarin Hans Lodeizen opgroeide en tot lezen en schrijven kwam’, schetsen en hoopt zo ‘een nieuwe visie op diens werk en persoonlijkheid te geven’. Door ‘boven’ het materiaal te staan, heeft hij ‘de overkill van volledigheid’ willen vermijden.

Schandaleus
Aan die beloftes hield Hilberdink zich. Zo kort en zakelijk als de verantwoording is zijn hele biografie. Ze is geschreven in een rustige, efficiënte stijl; relevante feiten worden bondig ontvouwd, waar nodig in de context van de tijd en de omgeving. Gedichten worden alleen geciteerd als ze een omslag of crisis in Lodeizens leven illustreren. Hilberdink interviewde veel mensen die de dichter goed hebben gekend, maar citeert zelden uitvoerig. Hij gaat evenmin diep in op Lodeizens invloed op de generaties na hem, of op zijn plaats in het literaire landschap. Zo ‘staat’ dit leven in 220 pagina’s. Het was weliswaar een kort leven, maar zo bondig was een serieuze Nederlandse biografie nooit eerder.

Dappere jaren

Dappere jaren
Hilberdink koos wel voor een duidelijke focus. Hij zet een jongen neer die al vroeg wist dat hij op mannen viel en zich realiseerde dat zijn seksualiteit door zijn familie, en vooral door zijn vader, nooit geaccepteerd zou worden.

Dappere jaren
Lodeizens gedichten lijken voor Hilberdink in de eerste plaats bewijsplaatsen van een moeizame coming out. Hij laat zien dat Lodeizen niet de verwende nietsnut was waarvoor hij door sommigen werd gehouden: een vriendelijke, elegante en welgemanierde fat die wat rondhing op cocktailparty’s, babbelend over kunst, onderhouden door papa.

Dappere jaren
In Hilberdinks visie zijn de laatste levensjaren van Lodeizen dappere jaren, waarin hij koos voor het leven dat hij, op het gevaar af zijn privileges te verliezen, wenste te leiden: vrij in begeerte en liefde. Daarover onverbloemd schrijven was Lodeizens ‘maatschappelijk engagement’, zijn manier om de wereld te veranderen. Toen hij na zijn Amerikaanse studiejaren terug was in het duffe Wassenaar, verkende hij de homoseksuele subcultuur in Den Haag. Hij had ‘vriendjes’, maar een grote liefde, zoals Seldon, vond hij nooit meer.

Dappere jaren
De doorbraak kwam toen hij in 1949 werd gearresteerd, nadat hij was betrapt in het Haagse Bos tijdens de liefdesdaad met een 16-jarige jongen. Tot een gevangenisstraf kwam het niet, maar hij werd wel onder behandeling gesteld van professor Carp, een Leidse psychiater die gespecialiseerd was in seksuele ‘aberraties’. Lodeizen onderging de vernederende sessies die hem moesten ‘genezen’ gelaten. De therapie hielp niet, gelukkig. Na de behandeling was zijn voornemen om te leven zonder masker nog krachtiger. Maar toen was de dood al in zicht.

Dappere jaren
Dat treurige sterven van een jongen die nog maar net begonnen was te leven, neemt bij Hilderdink luttele pagina’s in beslag. Hij stierf in een chique kliniek in Lausanne, en werd begraven in die regenachtige stad waar hij niets te zoeken had. Een van zijn zusters en zijn broer namen niet de moeite om te komen. Gerard Bes trok voor dat sterven en de kille begrafenis vele pagina’s uit. Als je die nu herleest, geven ze een emotioneel reliëf aan Hilberdinks sobere verslag. Bes schetste Lodeizens sterfbed, na pijnlijke bloedtransfusies, nadat hij blind was geworden aan één oog, in schrille kleuren al te schril. Hij schuwt de larmoyantie bepaald niet. Hij beschrijft een angstige jongen die niet wilde sterven.

Dappere jaren
Het verschil tussen deze twee scènes maakt duidelijk wat Hilberdinks boek mist. Hij schreef een bijna perfecte biografie, waarin hij alle gebruikelijke valkuilen kundig vermeed, maar er komt geen verhaal van de grond. De biografie is in kort bestek bewonderenswaardig compleet, meeslepend wordt het echter nooit. Een klein scheutje verbeelding had het levensverhaal wellicht goed gedaan.

Vaag-metaforisch

Vaag-metaforisch
De geïsoleerd levende Lodeizen had nooit kunnen vermoeden dat zijn werk generaties lang gelezen zou worden en dat hij als ‘wegbereider’ in de literatuurgeschiedenis te boek zou staan. Het is voorstelbaar waarom de Vijftiger-dichters enthousiast waren over zijn melodieuze poëzie zonder rijm of hoofdletters. Lodeizens gedichten zijn aangenaam vaag-metaforisch: ‘als een ballon bibberend stijg ik/ ten hemel in cirkels van/ krom geluk dat zwaaiend mijn hand houdt’. Soms is hij kinderlijk sprookjesachtig – ‘kijk! je schoenen zijn van perkament!’ – of melancholisch: ‘de moeheid in een bootje/ roeit langs geweldige steden’. Regels als ‘deze oude vieze wereld/ die kun je gerust weggooien’ kan echt iedereen begrijpen. Verzuchtingen als ‘o kus mij, o omarm mij/ ik heb lang in de regen gestaan’ herkent elke hunkerende adolescent als de zijne. Het mengsel van geheimzinnigheid en emotionele verstaanbaarheid maakt deze gedichten onweerstaanbaar voor beginnende poëzielezers. Zelf noemde Lodeizen zijn poëzie ‘een vergezicht op het begrijpen’.

Vaag-metaforisch
Dat de mooiige, vage beelden nu, zestig jaar later, doen denken aan de versjes in het radioprogramma Candlelight of op internetsites voor dichtende amateurs, is Lodeizen niet kwalijk te nemen. Hij schreef in de jaren veertig van de vorige eeuw, toen zijn manier van dichten werkelijk verrassend was. Wat nu een cliché is, werd door hem als verse munt geslagen. Wie de echo’s van zijn navolgers uit zijn oren bant, leest werk van een groot, onrijp talent, dat in korte tijd ongelooflijk groeide.

Vaag-metaforisch
Deze zomer zou Hans Lodeizen 83 zijn geworden, een fantoomgrijsaard. Zijn onaffe oeuvre is bijgezet in de grafkist van het verzameld werk, zijn onaffe leven eveneens. Het is de poëzielezer die hem nu in leven moet houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden