Vrij als een vogeltje

EEN nooit beantwoorde vraag over gitarist Django Reinhardt: hoe komt het dat het eerste Europese genie dat de jazzwereld verbaasde ook altijd de beroemdste niet-Amerikaanse jazzmuzikant is gebleven?...

Wat Reinhardt uitzonderlijk maakte is minder raadselachtig: hij klonk tegelijk als een jazzmuzikant én als de volbloed zigeuner die hij was. Zelfs Amerikanen herkenden de Iberische en OostEuropese snarentradities in zijn spel .

Zijn opnamen uit de jaren dertig lijken soms sprekend op de eerste New Yorkse sessies van Louis Armstrong, een decennium eerder: in beide gevallen hoor je een band die een wat stijve two-beat speelt, met een solist die zo vrij als een vogeltje over het ritme heen scheert .

Het enige lid van de Hot Club de France dat Django kon bijhouden, was violist Stephane Grappelli, met wie hij tot 1939 op het podium stond. Grappelli bracht de oorlogsjaren door in Londen, Django bleef in Parijs: een zigeuner die midden in de nazi-bezetting negermuziek speelde en er op de een of andere manier mee wegkwam.

De scheiding van zijn violist deed Django's muziek geen kwaad. In zijn bezetting met viool, sologitaar, twee ritmegitaren en bas had Django's kwintet wel iets van een ouderwets hillbilly-bandje, de soort waaruit later de bluegrass voortkwam. Niet per se slecht , maar ook niet modern.

Een Engelse criticus klaagde eens dat alle Quintet-platen op elkaar lijken. Wie de pas verschenen Mosaic-box beluistert met opnamen voor de Franse labels Swing en HMV (een royaal, twaalf jaar omvattend overzicht, helaas zonder zijn opnamen op elektrische gitaar), valt op hoe goed ze na zoveel tijd nog klinken. En ook dat die Britse mopperaar ergens gelijk had.

Toen Grappelli vertrok, werd hij vervangen door klarinettist Hubert Rostaing en schoof Django nog wat meer op naar het centrum. Django mag aardig wat bluesschema's hebben gespeeld, bluesy klonk hij nooit. Rostaings klarinet gaf zijn ballads een koele glans en maakte de gitaarklank nog wat romantischer. Nuages werd een Parijse klassieker: een melancholiek thema dat opduikt uit een opzettelijk onhandig, 'modernistisch' intro, alsof de gitarist wil zeggen dat hij de nieuwste ontwikkelingen kent, maar ze ook bespot.

En toch, toen Grappelli en Reinhardt elkaar na de oorlog weer troffen, keerden ze terug naar hun eerste bezetting. Ze klonken beter dan ooit. De Hot Club bleef onversneden Frans en zigeunerachtig, maar Django speelde zelfverzekerder, Grappelli verfijnder, en de ritmesectie vloeiender en minder ouderwets. Precies op dit punt haakt deze cd-box af. Zo missen we de grotendeels mislukte Amerikaanse tournee, in één programma met Duke Ellington. De concerten werden geplaagd door geluidsproblemen, de Amerikanen kregen geen hoogte van de Franse gitarist, en vice versa.

Sinds Django's dood in 1953 is zijn muziek in een overweldigende hoeveelheid heruitgegeven. Deze Mosaic-editie biedt een smakelijk overzicht, inclusief een nieuw stuk, een curieus orkestwerkje en een paar zeldzame solo-, duo- en trio-opnamen.

Mosaic-boxen zijn alleen via postorder te koop, maar de fraaie verpakking en de uitvoerige toelichtingen maken het extra geld en de moeite wel waard. De grondige, intelligente tekst is van de hand van gitarist Mike Peters. Zijn gedetailleerde kroniek van Django's ontwikkeling toont een muzikant die trouw blijft aan zijn allereerste impulsen, zelfs als de wereld om hem heen in scherven valt. Hitler, bebop, het was hem allemaal hetzelfde. Django ging zijn eigen weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden