Vriendinnen als gebakjes

JE denkt 'detective' en je denkt 'slecht geschreven'. Je ziet een nieuw tijdschrift voor 'misdaad & literatuur' en je vraagt je af 'waarom?'....

Want, eerlijk is eerlijk, dit eerste nummer van Kaliber, 'tijdschrift voor misdaad & literatuur' ziet er aantrekkelijk uit. In de eerste plaats door de efficiënte vormgeving, in de tweede plaats door de veelbelovende lijst van medewerkers: Adriaan van Dis, Theo van Gogh, Thom de Graaf, Lydia Rood, Jean-Pierre Rawie, Heinrich Heine en vele anderen.

Wat hebben zij zoal geschreven? Heine en Rawie schreven een gedicht. Rinus Ferdinandusse schreef een stuk over een nooit gepubliceerde detective-strip van Peter van Straten. Van Dis werd geïnterviewd, net als Jelle Kuiper, de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie, en net als Richard Klinkhamer, de al veel te veel besproken schrijver/moordenaar uit Finsterwolde. Een interview dat overigens drie jaar geleden ook al eens werd gepubliceerd.

Wat is er van dit alles het lezen waard? Het verhaal van het gevierde detective-duo Sjöwall en Wahlöö? Teleurstelling nummer één. Dan misschien het artikel van Jan van Luxemburg over de carrière van de succesvolle Amerikaanse misdaadauteur Scott Turow? Het stuk begint aardig met enige hypothesen over de definitie van een 'literaire thriller', maar Van Luxemburg blijkt er vervolgens vooral op uit om Turow binnen de officiële literaire traditie van de schelmenroman te plaatsen.

Of dan toch maar het interview met Adriaan van Dis: 'Als schrijver ben ik ook een soort oplichter. Ik ben simpelweg te bang om echt misdadiger of oplichter te zijn. Maar achter mijn tekstverwerker durf ik alles! En in mijn dromen!' En vervolgens vertelt de schrijver die 'liever boef dan braaf' wil zijn over zijn wapenfeiten: 'dus plakte ik het prijslabeltje van een half pond gehakt op een pakje met twee flinke biefstukken.'

Het is allemaal van een treurig stemmende armoede. Geen lezer laat zich op deze manier overtuigen van het belang van misdaadliteratuur, om van het plezier nog maar te zwijgen. Ook de reconstructie die Arno Ruitenbeek maakte van een 'dubbel dubbelleven of de val van een snelle jongen', is meer flauw dan spannend.

Hoofdpersoon Wilco de J. heeft een 'kaderfunctie' bij de Grenswisselkantoren en weet jarenlang vele miljoenen in eigen zak te steken. Van zijn transacties onderhoudt hij een stuk of '32 gebakjes, zoals hij zijn vriendinnen noemde'.

Het eerste verhaal dat goed geschreven is komt van Lydia Rood, de enige schrijfster in dit spannende-jongensboeken-gezelschap. Haar Billetjesvla gaat over drie kinderen die in een kelder worden opgesloten door een kinderporno-fabrikant. Het verhaal is hier en daar wat ongeloofwaardig (ze blijven wel erg lang in leven zonder eten), maar toch weet zij de verhoudingen tussen de kinderen bijzonder goed weer te geven.

De noodzaak van een speciaal tijdschrift voor 'misdaad & literatuur' is door deze eerste Kaliber nog niet bewezen. Het gevaar dat een verhaal niet goed geschreven hoeft te zijn zolang het maar spannend is, blijft onverminderd groot. Als de redactie streeft naar literatuur in plaats van lectuur, moet de lat aanzienlijk hoger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden