Vrienden voor het leven

Wie van Márai houdt, zal ook Ottlik in zijn hart sluiten. Beide schrijvers hielden de fakkel hoog van een humanistische levenshouding die in Hongarije niet alleen tussen de twee wereldoorlogen, maar nog lange tijd daarna van alle kanten werd bedreigd. Beiden kwamen voort uit een burgerlijke traditie die eerst door het fascisme en later door het communisme tot aartsvijand werd verklaard.

Márai verliet zijn land in 1947. Ottlik dook onder in de innerlijke emigratie. Zoals zovele intellectuelen onder het communistische bewind koos hij voor een bestaan met een laag profiel en hield hij zich in leven met vertaalwerk. Hij vertaalde onder anderen Dickens, Shaw en Hemingway. Hij schreef en publiceerde nog wat novellen en een enkele korte roman, maar hij bleef de auteur van één meesterwerk, de roman School aan de grens. In 1948 lag het boek, na een lange periode van schrijven en herschrijven, bij de uitgever, maar Ottlik trok het terug om het te laten rusten 'zoals het betaamt', schreef hij aan een vriend. Het verscheen ten slotte in 1959 en was binnen een paar weken uitverkocht. De recensies daarentegen waren unaniem negatief. Sommigen deden het af als 'nostalgie', anderen noemden het een 'pessimistisch' boek dat zijn figuren met 'onverschilligheid' beschrijft. Geen boek kortom dat paste in een tijdgeest waarin van schrijvers een positieve visie op en een bijdrage aan het heerlijke arbeidersparadijs werd verwacht.

School aan de grens zou in één zin samengevat kunnen worden als de strijd van het individu tegen de machtigen - autoriteiten of bendes die zich achter een sterke leider scharen - die hem willen breken en inlijven. De 'school' is een internaat die jongens voorbereidt op de militaire academie. De 'grens' is in het westen, het gebied dat Hongarije van Oostenrijk scheidt, toen nog verenigd in een dubbelmonarchie, want we schrijven 1923. Het is een autobiografisch gegeven: Ottlik, afkomstig uit de hogere burgerij, was net als velen van zijn familieleden voorbestemd voor een militaire loopbaan.

Het boek is weleens vergeleken met Robert Musils roman De ervaringen van de jonge Törless, die eveneens op autobiografische gegevens is gebaseerd en ook de pubertijd op een militair internaat beschrijft. Maar waar Musil de nadruk legt op de broeierige, erotische ontluiking van de jonge Törless en daarmee voor de hedendaagse lezer weinig inleefbaar meer is, staat bij Ottlik de ontwikkeling van het beschermde, met liefde omringde kind tot volwassen lid van de samenleving voorop. De jaren op de school, met zijn ontberingen, zijn kadaverdiscipline en de alom aanwezige fysieke dreiging van een bende grote jongens, beuken op de jonge pupillen in. Maar er is ook altijd compensatie. In de eerste plaats vriendschap, die met wederzijdse offers veroverd moet worden, maar dan ook voor het leven is. De kleine genietingen: het eten, spel, sport, de vakanties, boeken, muziek.

Er groeit ook een onverwachte gehechtheid aan de plek waar de school staat, aan de natuur om de plek heen. En bovenal zijn er altijd de hoop en verwachting dat dit alles ooit overgaat, tot herinnering zal worden en er altijd iets eigens, een klein privé-domein zal bestaan dat het leven de moeite waard maakt.

Ottlik heeft een knappe structuur gekozen om het leven van de drie vrienden die de hoofdrol in het boek spelen, ook na hun schooltijd te kunnen optekenen. Het is 1957 als twee van de drie elkaar weer treffen. De derde is gestorven en heeft hun een manuscript nagelaten met zijn herinneringen aan hun gezamenlijke schooltijd. De verteller toetst zijn eigen herinneringen aan die van de overleden vriend. Daarnaast is er een derde verhaallijn, een episode uit de Tweede Wereldoorlog, waarin opnieuw, maar nu tussen volwassenen, vriendschap, dapperheid en loyaliteit worden getest. Deze structuur stelt de ikfiguur en verteller Bébé in staat om buiten de microkosmos van de school te stappen en zijn jonge jaren in een historisch perspectief te plaatsen.

De lezers, die van 1957 en die van nu, weten hoe het de wereld en Hongarije sinds de jaren twintig van de vorige eeuw is vergaan. Zij begrijpen dan ook moeiteloos van welk levensbelang het voor de drie helden van het boek is geweest om zich als individu te handhaven en trouw te blijven aan de zuiverheid die zij voor zichzelf in de hel van de school aan de grens hebben bevochten.

Het is misschien tragisch dat een schrijver als Ottlik niet meer boeken heeft willen of kunnen schrijven. Aan de andere kant: alles wat in het leven van belang is, staat in dit boek beschreven.

Géza Ottlik: School aan de grens.
Vertaald uit het Hongaars door Mari Alföldy.
Wereldbibliotheek; 415 pagina's; euro 24,90.
ISBN 90 284 20207.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden