Vreemden voor elkaar

De brief aan Vroman werd in 1995 opgenomen in de bundel Het mechaniek van de ontroering. Afgaande op het zojuist verschenen Twee ambachten, een nieuwe bundel beschouwingen, lijkt het ontwijkend gedrag van de twee zwijgzame mannen inmiddels te zijn uitgelopen op een scheiding die zo definitief is dat nu voor het eerst de namen van beide heren op het omslag staan vermeld. Wat weer de vraag oproept wie de ik dan wel is die in de openingszin van het voorwoord schrijft dat hij in dit boek als psychiater én als dichter aan het woord is.

Aan het verband tussen beide hoedanigheden maakt die ik - is het Rutger of toch Rudi? - opvallend weinig woorden vuil. Diens wat gemakzuchtige adagium - je hoeft geen psychiater te zijn om goede poëzie te schrijven en het dichterschap is geen garantie voor de kwaliteiten van de psychiater - is langzamerhand gemeengoed. Achter deze open deur ligt de doelstelling van de bundel als een kokosmat klaar, al is opnieuw niet duidelijk wie van de twee deze aldus formuleerde: 'In dit boek probeer ik te laten zien wat psychiatrie ''is'' en wat poëzie ''is''. Volgens mij. Dat is het beste antwoord op de vraag naar hun verwantschap.'

Hier spreekt iemand namens beiden. Wie, blijft vooralsnog onduidelijk. Het gebruik van 'wij' was daarom logischer geweest en had prima gepast bij de rigoureuze opdeling van de bundel in een afdeling 'Over psychiatrie' en een afdeling 'Over poëzie'. Nog logischer waren twee afzonderlijke boekjes geweest. De opsplitsing in twee afdelingen versterkt de merkwaardige schizofrenie van deze dr. Jekyll en zijn mr. Hyde. Krijgt het boek door de toevallige bundeling van opstellen van twee volslagen vreemden meerwaarde? En wat is dan precies die synergie die in de titel gesuggereerd wordt? Twee ambachten, dertien ongelukken?

Dat laatste in elk geval niet. Het zijn zonder uitzondering mooie en lezenswaardige stukken die in de bundel zijn samengebracht, laat dat vooral duidelijk zijn, al verschillen ze van toon en stijl. Van den Hoofdakker schrijft toegankelijk, en bij tijd en wijle geestig, maar met de eenduidigheid, de precisie en de volledigheid die de wetenschapper kenmerkt. Koplands taal is assiociatiever, meerduidiger, poëtischer, bondiger ook, en laat meer oningevuld.

Dat verschil hangt uiteraard ook af van het onderwerp. Koplands dagboekfragment 'Over eeuwigheid', waarin de ontstaansgeschiedenis van het gedicht 'Dode hond' wordt beschreven, leest gemakkelijk weg (al laat het de lezer diep ontroerd achter). Gemakkelijker dan Van den Hoofdakkers overigens heldere verhandeling over empathie of zijn dito verweer tegen de psychiatrische mode om de mens als speelgoed te beschouwen (beetje uitgeblust?, hup, nieuwe batterijen erin en klaar is Kees!).

Het sterk persoonlijke 'Poëzie en politiek' leidt de lezer angstaanjagend dicht langs de existentiële afgrond ('we komen uit het niets en keren daarin terug en we weten dat, als we het willen weten'). Het geestige 'De biologie van het geluk' stelt daarentegen gerust, want het verklaart en legt uit op de gedistantieerde toon van de academicus. Het korte stuk over 'De moeder en het water' is bijna net zo'n juweeltje als het gelijknamige gedicht, terwijl 'De psychiater en zijn patiënt' niet meer is dan wat het is: een leerzame lezing, gehouden bij de opening van het Schizofreniejaar 1996.

Wellicht is het verschil in taal ook een gevolg van het feit dat de afdeling psychiatrie vooral stukken bevat die als lezing zijn geschreven, terwijl het merendeel van de sectie poëzie van meet af aan een papieren bestemming had. Alleen 'Een zeug vertelt' (het dankwoord, uitgesproken na de bekroning met de VSB-Poëzieprijs in 1998) en De elf geboden (een lezing, gehouden tijdens een symposium over de rol van het ambacht in de kunst) werden bij wijze van voordracht geconcipieerd.

Uiteraard zijn er de zinswendingen en het karakteristieke woordgebruik die de hand van een en dezelfde auteur doen vermoeden. En ook de 'ja, zo zit het'-ervaring en het 'is dit wat je bedoelt?'-principe die de dichter Kopland maar ook de wetenschapper Van den Hoofdakker typeren, zijn in beide afdelingen present.

Daar zit dus wel degelijk een overeenkomst tussen de psychiater en de dichter, die de lezer echter geheel op eigen houtje moet ontdekken. Zoals de manier van waarnemen van de dichter, die aardig overeenkomt met die van de onderzoeker, en de 'empathische distantie' ten opzicht van de werkelijkheid (betrokken, maar op een afstand) die beiden erop nahouden. Maar op hints of andersoortige steun bij het zoeken naar een synthese hoeft de lezer niet te rekenen.

Onderscheid tussen kunst en wetenschap moet er zijn. Beter verre vrienden dan goede buren die te vaak bij elkaar over de vloer komen, zoals dichter-filosoof Maarten Doorman de ideale relatie ooit kernachtig samenvatte. Maar met een waterscheiding als in Twee ambachten, tussen de psychiater en de poëet, de wetenschapper en de dichter, zijn we wel erg verwijderd van de visie op de verhouding tussen beiden van Leo Vroman, maar ook van die van de overleden dichter-bioloog Dick Hillenius.

Terwijl de wetenschapper splitst, scheidt en isoleert, legt de dichter juist een 'verzoenende paarlust' aan de dag, aldus Hillenius in een interview vlak voor zijn dood in 1987. Moet uit de gespleten persoonlijkheden die Van den Hoofdakker en Kopland blijkbaar zijn, worden afgeleid dat de splitsende wetenschapper de overhand heeft en zichzelf als het erop aankomt serieuzer neemt dan de paarlustige dichter? Waarom bedient de dichter zich wel en de wetenschapper zich niet van een pseudoniem? Maar vooral: wat is het dat beide heren bijeenhoudt, tot het ze loslaat, om het eens met de titel van een van Koplands dichtbundels te zeggen? Hoog tijd voor een goed gesprek tussen twee zwijgzame mannen!

Rutger Kopland, R.H. van den Hoofdakker: Twee ambachten.
Van Oorschot; 200 pagina's; ¿ 17,50.
ISBN 90 282 0988 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden