VREEMDE GLADIOOL

Het optreden van Morrissey, maandag in Amsterdam, mag dan uitverkocht zijn, lange tijd moest Nederland niets hebben van de zanger van The Smiths....

GIJSBERT KAMER

Er waren twee goede redenen om op 21 april 1984, de zaterdag voor Pasen, naar de Meervaart in Amsterdam-Osdorp af te reizen. Op het door het toen hippe muziektijdschrift Vinyl georganiseerde evenement Night of the Action waren twee Nederlandse debuten te beleven van bands waarvan het nodige verwacht kon worden. Allereerst was daar Nick Cave die moest bewijzen ook met zijn nieuwe band The Cavemen zijn mannetje te kunnen staan.

Maar Cave – ach, het was een aardig voorprogramma voor The Smiths, die gitaarband uit Manchester waarover de Britse muziekbladen, New Musical Express (NME) voorop, maar niet uitgeschreven raakten. Hun titelloze debuutalbum was net uit – en in Nederland zuinigjes ontvangen. Een paar weken na het optreden in de Meervaart zou hun vierde single Heaven Knows I’m Miserable Now verschijnen. Die mocht dan wel een lyrische Frits Spits tot grote promotor rekenen, maar verder moest men in Nederland niet veel van die Smiths hebben, vooral niet van die aanstellerig jodelende zanger met een bos gladiolen in zijn kontzak.

Het was immers 1984, de hoogtijdagen van de new wave. Sombere doemmuziek van Joy Division had toen wel zijn beste tijd gehad, het zwaar aangezette pathos van U2 en Simple Minds rukte op. Met als tegengas de overal opduikende garagebands uit vooral de Verenigde Staten.

De duivelse rock ’n’ roll van The Cramps, Gun Club en ja, The Birthday Party: dát was hip. En voor wie dat te veel een herhaling van zetten uit de jaren zestig leek, was er altijd nog de vernieuwende elektronische dansmuziek van Cabaret Voltaire en New Order.

Prince moest zijn Purple Rain nog uitbrengen, hiphop bleef vooral in New York. En house, daar zouden we nog een kleine drie jaar op moeten wachten.

Een band als The Smiths, die in de klassieke rockbezetting speelde, maar dankzij die merkwaardige hoge vlakke zang van Morrissey een ongehoord geluid voortbracht, viel overal buiten. Ook in de Meervaart werd er door een deel van het publiek nogal lacherig over gedaan.

Waar in eigen land The Smiths zo ongeveer alle populariteitspolss won en de media zich haastten de klasse van de band met de Beatles te vergelijken, stelden de smaakmakers hier andere prioriteiten.

De recensies, vooral vol lof over Nick Cave, spraken over ‘toon- en lusteloze vocalen van Morrissey’ (NRC), Het Parool vond het ‘eerlijk is eerlijk niet slecht’ en ook op Trouw maakten The Smiths ‘niet bijster veel indruk’. De Volkskrant, die daags na de show wel uitpakte met een interview met Morrissey, moest in elk geval toegeven dat ‘de goede live reputatie’ van de groep bevestigd werd.

Het was ook niet zo’n heel geweldige show in de Meervaart, daarvoor klonk Morrissey te weinig stemvast, maar het gaf je toen al het gevoel bij iets heel bijzonders te zijn geweest. The Smiths was zo’n band die je voor iedere single naar de platenzaak deed rennen (elke drie maanden was het raak), om gierend van het lachen de teksten uit te pluizen. Alleen de titels al: William, It Was Really Nothing, This Charming Man, Girlfriend In A Coma.

En natuurlijk dat machtige altijd twinkelende gitaarspel van Johnny Marr. Híj werd hier in Nederland ook het meest bewonderd. Die enkele keer dat je iets juichends over The Smiths hoorde of las, betrof het altijd zijn gitaarspel. Morrissey bewonderen was lang verdacht.

De elpees van The Smiths werden weliswaar steeds welwillender besproken, maar van hun inmiddels als meesterwerk beschouwde The Queen Is Dead (1986) ontbrak in de jaarlijstjes van de critici elk spoor.

The Smiths bleven ook maar weg uit Nederland. Tot 1987, toen ze een aanbod voor Pinkpop accepteerden. Ze kwamen uiteindelijk niet, het gerucht ging dat de overtuigd vegetarische Morrissey geen hamburgers op het terrein duldde. In werkelijkheid was de band al uit elkaar. Hun laatste show dateerde van februari 1987.

De solo-loopbaan van Morrissey duurt al een kleine twintig jaar, en naast een steeds groter wordend publiek heeft hij ook de critici hier voor zich gewonnen, lijkt het. Van de twee shows die hij in Nederland gaf, was de eerste, mei 1991 in het Utrechtse Vredenburg, de beste. In oktober 1999 in het Tilburgse 013 was het weerzien een grote teleurstelling. Morrissey straalde noch overtuiging noch plezier uit.

Lang zou hij ook niks meer laten horen, maar twee jaar geleden was daar ineens een sterk album, You Are The Quarry, gevolgd door een stel ijzersterke Britse concerten.

Morrissey zit goed in zijn vel, zo bleek ook vorige maand in Austin, Texas, waar hij zijn nieuwe album Ringleader Of The Tormentors presenteerde. Het woord komt niet in zijn vocabulaire voor, maar hij leek gelukkig. Live op het podium zingt hij krachtiger en met meer flair dan ooit. Het Smiths-nummer Still Ill klonk veel beter dan 22 jaar geleden in de Meervaart. En het nieuwe materiaal voldoet aan de verwachting: ook deze Morrisseyplaat is bij vlagen prachtig, maar zelfs het beste nummer is nog altijd minder goed dan het minste liedje dat hij met The Smiths opnam.

Dat werk zal hij nooit meer evenaren. Morrissey weet dat, maar lijkt er eindelijk vrede mee te hebben. Hij ontwijkt het Smiths-repertoire niet meer, en zal ook in Amsterdam de gebruikelijke vier Smiths-nummers in zijn set opnemen.

In de uitverkochte Heineken Music Hall zijn maandag meer mensen dan er opgeteld bij zijn drie vorige Nederlandse optredens waren, en ook in Nederland verkoopt hij meer platen dan ooit tevoren.

Los van zijn eigen kwaliteiten – hij ís beter in vorm dan tien jaar geleden – komt dat ook door al die talloze bands en artiesten die de afgelopen jaren hem en vooral The Smiths als hun grote inspirator hebben genoemd. Van Jeff Buckley en Oasis in 1994 tot aan de Magic Numbers en Arctic Monkeys nu, gold Morrissey als ongenaakbaar. Dat roept iedere keer weer interesse op bij een nieuwe generatie popliefhebbers, die zo op het spoor komen van platen als Meat is Murder en The Queen is Dead. Voor velen zal het concert van maandag een inhaalslag zijjn, maar het nieuwe werk van Morrissey is goed genoeg om de avond op louter nostalgie te doen drijven.

Op Ringleader Of The Tormentor klinkt Morrissey vooral bevrijd. De haat tegen de wereld in het algemeen en zijn voormalige bandleden in het bijzonder heeft plaats gemaakt voor optimisme. At Last I Am Born heet het laatste nummer. De vraag is nu hooguit: wat drijft de nieuwgeborene nu hij het leven zo lijkt toe te lachen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden