Vreemde geluiden uit het buurhuis

Twee succesvolle jonge mensen zien elkaar na jaren terug in Berlijn, trouwen en gaan in Londen werken. Ze hebben alles, maar staan toch met lege handen, in de succesvolle roman van Katharina Hacker....

Al enige jaren valt het op dat er in het Duitse taalgebied jonge schrijvers zijn die er niet voor terugdeinzen een waarlijk grote roman te willen schrijven waarin een wereld wordt samengebald.

Dit streven naar allesomvattendheid, dat wij in Nederland kennen van Mulisch en Van der Heijden, die hybris, heeft iets verfrissends. Visie en het visionaire zijn beide een schaars goed. De informatiedichtheid is zo groot en zo ongericht, dat een visie bijna onmogelijk is aan te wijzen – of die althans te suggereren. Een groot schrijver heeft het vermogen om dat laatste te doen. Het gebeurt in de roman Die Habenichtse (2006), vertaald als Lege handen, van Katharina Hacker (1967), en dat is des te opvallender omdat het proza aanvankelijk nogal intimistisch lijkt. De grote wereld met de actuele verschrikkingen van terrorisme en geweld is weliswaar vanaf het begin op de achtergrond aanwezig, de verschillende personages lijken echter ingekapseld in hun eigen kleine wereld van lome gevoelens en bijna werktuiglijk huiselijk geweld.

De roman speelt in Londen, in de weken en maanden na 11 september 2001. Terwijl de wereld zich opmaakt voor de War on Terror , hebben Hackers personages met een heel andere terreur te kampen, die van de leegte en van morele richtingloosheid.

Dit geldt zowel voor het jonge stel geslaagde Duitsers, Isabelle en Jacob, dat zojuist in Londen is komen wonen, als voor de mediocre en gewelddadige drugsdealer Jim. Hun blikveld is niet ruimer dan het leven van dag tot dag. De jonge Duitsers hebben alle kansen en alle vrijheid om hun leven glansrijk in te richten, hun verhouding is echter zo passieloos, dat die hun ganse bestaan grijs kleurt.

Hun lusteloosheid strekt zich zover uit, dat ze niet eens waarnemen dat hun buurkinderen bijna dagelijks worden mishandeld. Aan de merkwaardige geluiden die vanuit het buurhuis tot hen doordringen, hechten ze geen enkele betekenis.

De drugsdealer heeft nooit iets anders gekend dan geweld, en sinds zijn vriendinnetje verdwenen is, koestert hij niet meer de illusie zijn leven ooit anders in te richten. Hij ontfermt zich even dierlijk over de mishandelde kinderen, die hij op zijn beurt mishandelt, als dat hij de jonge Duitse achtervolgt – ze lijkt op zijn vriendin. Wat overheerst is een ontstellend onvermogen iets met iemand te delen.

Alles is half: half waargenomen, half doordacht, half gevoeld.

Lege handen onderscheidt zich door de bijzonder knappe compositie waarin Hacker – bijna meedogenloos – de drie onderscheiden verhaallijnen samenbrengt. De lezer komt er pas gaandeweg achter dat de schrijfster mensen die niets met elkaar te maken (willen) hebben – want afkomstig uit zeer verschillende milieus –, laat doordringen in elkaars levenssfeer.

Het effect is enorm. Zoals vroeger grenzen tussen landen iets betekenden en een zekere spanning opriepen, zo tekent Hacker de grenzen tussen sociale milieus en individuen als plaatsen van wrijving en spanning. Dreiging (geweld) en erotiek spelen daar tegelijkertijd een rol.

De hele roman is geladen met die spanning, nog versterkt door de lusteloosheid waarmee de personages in hun eigen levenssfeer opereren. Het enige wat dan nog kan boeien is het andere, het onbekende – kicks. Liever de dreiging dan een leven zonder verlangen, maar ook die drift blijkt niet sterk genoeg om iets te veranderen, om enige betekenis aan hun leven te geven.

De conclusie is sinister. Zonder enige morele inmenging weet Hacker die te presenteren.

Lege handen is een boek dat een merkwaardige nasmaak nalaat: een van een intense zuiverheid, de zuiverheid van de blik en de taal, maar ook een van een totale morele desolaatheid en verslonzing. Over alle mogelijkheden beschikken, maar er niets mee doen, dat is een vorm van decadentie die pijn doet.

Stilistisch beheerst en vindingrijk schetst Hacker een wereld van gewelddadige en erotische impulsen, zonder enige rustige aandacht of toeneiging, zonder enig helder verlangen. Een wereld ook zonder grote verlangens.

Terwijl buiten de bommen barsten, blijven de personages, hoe talentvol ook, vastzitten in hun kleinheid. Dit burgerlijke, ambitieloze hedonisme is in hoge mate teleurstellend, maar zo fantastisch opgeschreven dat de roman een oproep is de dingen onder ogen te zien en naar iets hoogs te streven. De wereld vraagt erom.Henk Pröpper

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden