Vormende jaren van Bowie en Lennon nu als stripboek

Totaal verschillende graphic novels, maar toch zo complementair

Stomtoevallig komen tegelijk twee mooie graphic novels uit over de popsterren David Bowie en John Lennon. Het maakt aardige dwarsverbanden tussen de twee mogelijk.

Lennon: The New York Years

John Lennon zit aan de bar van een Londense club en is zijn hippe cynische zelf. Het is begin 1969 en hij overweegt The Beatles te ontbinden. Dan stapt David Bowie binnen. Hij is nog niet de David Bowie zoals we hem later leren kennen, die van de glamrock. Dit is eerder David Bowie de folkzanger, die zijn eerste wankele schreden op weg naar roem begon onder zijn eigen naam Davie Jones.

Of ze een ritje zullen maken, stelt Lennon voor. Ze stappen in diens verlengde limousine met chauffeur en rijden naar de Docks. Daar geeft de arrivé de opkomende Bowie ongevraagd adviezen: 'David, ik heb mijn genie verspild aan een lagere kunstvorm: entertainment voor tieners. Ik had schilder moeten worden. Of dichter. Iets waardevols, bedoel ik. Gisteren schoof ik aan bij een etentje met Stockhausen en Nabokov. Ze hadden het hoogste woord. Om cool te blijven moest ik mijn gezicht in de plooi trekken. Ik speelde doofstom. Zij, dat zijn de echte kunstenaars. Sorry dat ik je dag verpest, David.'

Fame

De scène komt uit de nieuwe graphic novel Haddon Hall: When David Invented Bowie. En of het afgesproken werk is heeft ook John Lennon (1940-1980) zojuist zijn eigen strip gekregen: Lennon. The New York Years. Het best lees je ze direct na elkaar, op zoek naar verrassende dwarsverbanden. Dan blijkt: in zekere zin zijn de boeken complementair.

David Bowie (1947-2016) zoekt het succes waar John Lennon juist vanaf wil, weg uit alle gekte. Hij besluit met Yoko Ono tijd en aandacht te reserveren voor hun pasgeboren zoon Sean. Dan hebben we het over eind 1975. Hij is niet alleen ex-Beatle, hij is nu ook ex-muzikant. Dat zou zo blijven tot november 1980, toen zijn comebackalbum Double Fantasy verscheen. Een van de laatste liedjes die Lennon opnam voor zijn vaderverlof was uitgerekend met Bowie: Fame. Voor allebei een treffend thema.

Helaas zit die sessie in de New Yorkse Electric Ladyland-studio van januari 1975 niet in de flashbacks van Lennon verwerkt. Dan was de cirkel helemaal rond geweest. Maar dat mogen we er zelf bij verzinnen.

Haddon Hall: When David Invented Bowie.

Bowie en Lennon

Haddon Hall: When David Invented Bowie - door Nejib.
SelfMadeHero, Londen, 2017.
Hardcover. Engels. 144 pagina's. €17,99 - ****

Lennon: The New York Years - door Foenkinos, Corbeyran, Horne.
IDW, San Diego, 2017.
Hardcover. Engels. 156 pagina's. €18,99 - ***

Als muren konden spreken

Verschillen zijn er ook, vooral in de gekozen stijl. Laten we beginnen met Haddon Hall: When David Invented Bowie. Scenarist en tekenaar is hier de Tunesisch-Franse artiest Nejib, in het dagelijks leven artdirector bij striphuis Casterman. Hij grijpt terug (dwarsverband!) op de technieken van de Duitse illustrator Heinz Edelmann, vooral bekend van de de Beatlesanimatiefilm Yellow Submarine (1968). Lichtelijk psychedelisch dus, maar dat past goed bij het geschetste tijdvak. En het kan nog gekker, want de verteller in het boek is... een huis.

De Haddon Hall uit de titel was een Victoriaanse villa in Beckenham, Zuid-Londen. Tussen 1969 en 1972 trok David Jones daar met zijn Amerikaanse vriendin en fotomodel Angie Barnett in, voor 7 pond per week, en iedereen kwam langs. En bleef. En belde vrienden. Die ook maar bleven. Van Marc 'T. Rex' Bolan, via Syd 'Pink Floyd' Barrett tot aan Bowiegitarist Mick Ronson, de complete Londense scene. Daarover vertelt de villa, naar analogie van de uitdrukking: als deze muren konden spreken.

Lees verder onder de tekening.

On that day, David was finally avant-garde.

Dit is wat het huis stelt: er werd gefeest, maar het was ook hard werken. Vooral in de kelder, want daar was de repetitieruimte. Bowie zocht iets nieuws. Na het zien van Stanley Kubricks A Clockwork Orange (1971) kwam hij op het idee van een futuristisch alter ego en dat werd Ziggy Stardust. Angie knipte zijn haar af en naaide zijn eerste kostuums. Indachtig het advies van John Lennon was hij eindelijk avant-garde geworden. Hogere kunst. Niets om je voor te schamen. Rebel, rebel.

Mooi thema wel: de vormende jaren van David Bowie. Geen complete biografie, maar een snapshot van een allesbepalende levensfase, artistiek gesproken. Context krijgt het verhaal ook mee. De brave ouders van Bowie komen langs in Haddon Hall en het generatieconflict is zonneklaar. Dramatischer is zijn liefdevolle relatie met halfbroer Terry, geplaagd door aanvallen van schizofrenie. Hij zou in 1985 uiteindelijk zelfmoord plegen, maar was begin jaren zeventig vaste gast binnen de Bowieclan. Zo zijn de feiten listig verweven in een boek dat door zijn popartstijl en optimistische kleuren een feest voor het oog is.

Zwaar op de hand

John Lennon verschijnt juist in film-noir-zwart-wit. Want Lennon: The New York Years bedient zich van een schaduwrijke, realistische stijl. Past evenzeer goed bij het onderwerp, want we vinden hem terug op de divan van zijn (fictieve) psychiater. In achttien sessies, monologen bijna, neemt Lennon zijn leven en loopbaan door, in evenzovele hoofdstukken. Dat biedt een heldere structuur.

Dat van die divan klopt trouwens aardig, want de altijd zoekende Lennon zat destijds in de 'primal scream'-psychotherapie van dokter Arthur Janov. Toen had hij met The Beatles al een trip naar de Maharishi Mahesh Yogi achter de rug, maar dat Indiagedoe was achteraf een misverstand gebleken. Ook liet hij zich graag leiden door de conceptuele ideeën van de Japanse kunstenares Yoko Ono, in zijn verlangen hogere kunst te maken.

Lees verder onder de tekening.

In zijn verlangen hogere kunst te maken liet Lennon zich graag leiden door de conceptuele ideeën Yoko Ono.

Zo is de stemming in dit boek, dat begint als een roman. De Franse auteur David Foenkinos publiceerde in 2010 de roman Lennon, waarin hij vrijelijk associeerde over Lennons kluizenaarsjaren. Zijn roman Charlotte, over kunstenaar Charlotte Salomon, werd in 2015 in het Nederlands vertaald, het Lennonboek niet. Maar met de Engelstalige verstripping ervan door de gelouterde scenarist Éric Corbeyran en tekenaar Horne, allebei Fransen, komen we ook een heel eind.

Al moet worden aangetekend: als gekozen moet worden tussen de bekende feiten en de apocriefe anekdotes, kiezen de Fransen uit dramaturgisch oogpunt prompt voor, nou ja, de roddel, zo zal Beatlesvorsers wel opvallen. Iets meer bewuste sensatie dan in het Bowieboek, dus. Hebben Lennon en de toenmalige drummer Pete Best in Hamburg anno 1960 werkelijk een matroos beroofd en voor halfdood achtergelaten of is dat 'geleend' uit de scabreuze biografie The Lives of John Lennon (1989) van de dikwijls verfoeide Albert Goldman?

Lees verder onder de tekening.

De snijdende humor waar Lennon om bekendstond vinden we hier niet zoveel terug.

Stof voor exegeten, maar bronnen worden niet gegeven. Toch komt Lennon in deze strip wel tot leven. We zien hem als getourmenteerde jongeling: afgestaan door zijn moeder Julia aan haar zus Mimi, onder dwang, verlaten door zijn vader Alfred. De muzikale schok die Elvis heette (die hij deelde met de zeven jaar jongere Bowie). Zijn skifflebandje The Quarrymen. De eerste ontmoeting met Paul McCartney. De Beatlemania. De vriendschappelijke relatie met manager Brian Epstein. De rol van producer George Martin. Het maken van het album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band.

Maar ook de ruzies binnen The Beatles om Yoko, het uiteenvallen van de band, het experimenteren met drugs, en altijd weer: existentiële eenzaamheid.

Daar, op die divan, is John Lennon nogal zwaar op de hand, ja. Terwijl hij toch ook wel bekendstond om zijn snijdende humor. Daar vinden we hier niet zoveel van terug. Aan de andere kant: het zal ook niet hebben meegevallen om al op je 29ste ex-Beatle te zijn, na een krankzinnige odyssee te hebben doorstaan. De achterkant van alle roem.

En dan wordt hij in de epiloog ook nog eens doodgeschoten door de ontspoorde fan Mark Chapman. Op 8 december 1980, pal voor het Dakotagebouw in New York, waar hij zich nu juist had teruggetrokken om aan alle publieke claims te ontsnappen. Het maakt John Lennon tot een klassieke tragische held. Zijn Beatles schonken de wereld veel plezier, maar gegeven dit verpletterende einde is die keuze voor film-noir-zwart-wit in dit boek zo gek nog niet.