Vorig jaar stapten moeder, dochter en 5 honden voor de trein. Van Casteren schreef een boek over de tragedie

Vorig jaar stapten een moeder, een dochter en vijf honden voor de trein bij Nijmegen. Journalist Joris van Casteren reconstrueerde de tragedie en schreef er Een botsing op het spoor over. Dit is het hoofdstuk waarin de botsing plaatsvindt.

De spoorwegovergang in Nijmegen. Beeld Tom Janssen

Het was een modern dieseltreintje van de firma Veolia, een gestroomlijnd exemplaar van Zwitserse makelij, licht van gewicht, waar geen al te hoge snelheid mee te halen valt. Om 8 over 7 vertrok het vanuit Nijmegen, in de ochtend van maandag 28 november 2016.

Roermond was de eindbestemming, op alle tussenliggende stations, ook die van bescheiden oorden als Vierlingsbeek, Reuver en Swalmen, zou worden gestopt. 1 uur en 17 minuten zou het boemeltje onderweg zijn.

Machinist René Smeets (58) was om 5 uur opgestaan. Stilletjes, om echtgenote Liana niet te wekken, had hij het bed verlaten. Hij zette thee, smeerde een boterham en trok zijn dienstkleren aan: de donkere pantalon, het witte overhemd met rode strepen. Hij strikte zijn werkschoenen en nam de reflecterende rangeerjas van de kapstok.

Van zijn rijtjeswoning in Velden, een dorpskern aan de Duitse grens, was hij met de auto naar station Venlo gereden. In de personeelskantine vulde hij zijn dienstkaart in, ging na of er op het traject snelheidsbeperkingen golden, dronk koffie, rolde zijn eerste shaggie en wandelde na een praatje met collega's naar zijn trein - in zijn eentje, want bij Veolia, dat met mobiele controleteams werkte, waren geen conducteurs in dienst.

In de cabine stak hij de sleutel in het contact, voerde de kleine remproef uit en controleerde de frontverlichting alsmede de dodeman - een pedaal dat elke 30 seconden door de machinist moet worden ingetrapt en dat ervoor zorgt dat de trein tot stilstand komt als hij uit de cabine valt of hem anderszins iets overkomt.

Om 8 voor 7 was hij in Nijmegen gearriveerd, waar hij een nieuw ritnummer kreeg: 32221. In de andere cabine van de trein - de achterkant werd voorkant - nam hij aan de stuurtafel plaats en voerde andermaal de procedures uit. Het sein sprong op groen toen hij om 8 over 7 het vertreksignaal had gegeven en de deuren sloten.

Op het eerste stuk buiten het station - het was nog donker - geldt een snelheidslimiet van 40 kilometer per uur. Smeets trok meteen door naar 60, want voor de trein die 60 haalt is hij al op het volgende baanvak, waar je tot de 110 mag gaan.

De 110 pakt hij nooit, vertelt Smeets, omdat de eerste stop, station Nijmegen Heyendaal, er dan al aankomt. 'Anders moet je hard remmen, daar houden reizigers niet van.'

Bovendien was het glad, het had die nacht gevroren. Een onstuimig remmende trein kan het station dan voorbijglijden, iets wat Smeets in de tien jaar dat hij machinist is - ervoor werkte hij in een Bilderberg-hotel - eenmaal overkwam.

In de trein zaten meer mensen dan op de heenweg, aarzelend kwam de spits op gang. Een van de reizigers was psycholoog Daisy van den Heuvel (47). Van haar woonplaats Nijmegen was ze onderweg naar de Max Ernst-kliniek in Venray, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, waar ze werkt.

Van den Heuvel zat in de tweede klas in een vis-à-vis vierzitsgedeelte, in haar eentje. 'Aan het raam in de voorste coupé', zegt ze. Ze bladerde door een gratis krant en bekeek daarna iets op haar telefoon.

Verderop in de trein zat Nijmegenaar Roy Repkes (28). Hij moest naar Venray, waar een filiaal van Ceva Logistics is gevestigd. 'Ik ben daar customer service analyst', zegt Repkes. 'Dat is', tracht hij te verduidelijken, 'tweedelijns ondersteuning op een afdeling voor klantgerelateerde probleemanalyse.'

De spoorwegovergang bij Nijmegen. Beeld Tom Janssen

'Nijmegen Heyendaal', klonk het door de intercom. 'Dat komt van een bandje, dat zeg ik niet zelf', verklaart Smeets, die de trein netjes tot stilstand bracht. Heyendaal, niet meer dan twee perrons en een loopbrug, ligt in een spoorkuil. Er gaat een drukke verkeersweg overheen, in de buurt van het station zijn allerlei instituten gevestigd.

Een tiental mensen stapte in, onder wie Beryl Rutten (22), een Nijmeegse student die naar Venlo reisde. Ze liep daar stage bij de Mutsaersstichting, een jeugdhulpverleningsinstantie. 'Ik draaide er mee in een dagbehandelingsgroep voor jongeren', zegt ze.

Rutten nam plaats in de middelste coupé. Ze deed luidsprekertjes in haar oren en zocht op haar telefoon naar muziek. 'Deephouse, van een lijst op Spotify die ik toen volgde.' De deuren gingen dicht, de trein vertrok.

Tonnie Visser-Hijmans (56) woont op de Stekkenberg, een volksbuurt in Groesbeek. Om 6 uur was ze opgestaan. Ze had zich opgefrist, een licht ontbijt gebruikt en stapte in de auto om naar haar werk te gaan. 'Ik doe poetsen bij Pluryn', zegt ze.

Pluryn is een instelling voor verstandelijk gehandicapten met geriatrische klachten. Vroeger zat het bij haar om de hoek, toen het nog Groesbeekse Tehuizen heette. 'Maar de hele boel is naar Hatert verplaatst, we zitten daar in drie nieuwe torens.' Hatert, vroeger een dorp, is een wijk in het westen van Nijmegen, aan de andere kant van het spoor.

'Ik was al voor zevenen weg, want ik moest nog tanken.' Ze reed over de Nijmeegsebaan, door het bos in de richting van Heilig Landstichting, een dorp ten oosten van Nijmegen, vernoemd naar het katholieke devotiepark waar het Afrika Museum en het voormalige Bijbels Openlucht Museum zijn gevestigd.

Op de rotonde bij Konbanwa, waar je onbeperkt oosterse gerechten kunt eten, ging ze linksaf, de Sionsweg op. De Sionsweg komt uit bij een spoorovergang en heet Scheidingsweg aan de andere kant van het spoor, waar natuurgebied Heumensoord begint.

Tonnie Visser hoorde gerinkel en zag rode lampen knipperen. De spoorbomen zakten omlaag, voor haar stonden twee auto's stil. Ze luisterde naar de radio, die stond afgestemd op Omroep Groesbeek, waar veelal schlagers in dialect worden gedraaid. 'Dat hoor ik 's ochtends graag.'

Ze deed het raam een stuk omlaag. 'Doe ik altijd als ik voor een trein sta te wachten.' De auto heeft centrale portiervergrendeling, vanbuiten kan een deur niet open. 'Als er iets met mij gebeurt, kunnen ze in ieder geval met de arm nog naar binnen.'

Na Heyendaal komt het spoor omhoog uit de kuil. Bij tennisclub Avanti '55 maakt het een bocht naar rechts, tot aan de velden van korfbalvereniging Noviomagum. Daarna gaat het een heel stuk rechtdoor, in de richting van de Mookerheide, waar de troepen van Lodewijk van Nassau door de Spanjaarden werden verslagen.

'Het was nog steeds donker en een beetje mistig', zegt Smeets, die een normale verlichting voerde. Hij maakte direct flink vaart, om de maximumsnelheid van 125 kilometer per uur te kunnen bereiken. Om 17 over 7, 6 minuten na vertrek van Heyendaal, moest hij alweer op Mook-Molenhoek zijn, het volgende station,

Ter hoogte van saunacomplex De Thermen ('Daar voel je je thuis') reed de trein ongeveer 100 kilometer per uur. Ineens zag Smeets 'twee personen met meerdere honden' op de rails staan. Bij de overgang Sionsweg-Scheidingsweg, nog geen 100 meter verderop.

De personen met de honden hielden elkaar vast en leken zijn richting uit te kijken. 'Helemaal zeker weet ik dat niet, het ging ook zo snel.' Smeets toeterde, 'tyfoneren' noemen machinisten dat. Ook gooide hij direct de snelremming erop. 'Dat doe je automatisch, want je ziet iets wat daar niet hoort.'

Het tyfoneren, waarbij de trein een geweldige klaroenstoot geeft, haalde niets uit, de personen bleven staan. 'Dat remmen', zegt Smeets, 'is ook meer een reflex dan dat het nog zin heeft, want je komt met 100 aanzetten.' In luttele seconden was hij op de overgang.

Terwijl hij zich schrap zette vroeg hij zich af of hij een fout had gemaakt. Waren de slagbomen wel dicht? Had hij een rood sein gemist?

Toen was er de botsing, die hij wel voelde en hoorde maar niet zag. 'In de cabine zit je wat hoger, het gebeurt voornamelijk onder mij.'

Door de snelremming gleden sommige passagiers van hun stoel. Student Beryl Rutten hoorde geluiden die niet bij deephouse passen: een vreselijk gekraak, een hels gekletter. 'Het was alsof er een enorme hoeveelheid blik werd vermalen.'

'De aanrijding was erg voelbaar en hoorbaar', zegt psycholoog Daisy van den Heuvel, die net als Rutten spreekt van 'een blikkerig geluid'. Er stuiterde 'van alles' onder hen door, de trein schudde ervan. Customer service analyst Roy Repkes hoorde 'een knal en allerlei gestommel'. 'Het was net alsof we op een grasmaaier over een hoeveelheid takken reden.'

Tonnie Visser neuriede met een schlager mee toen het getyfoneer haar auto binnendrong door het halfgeopende raam. 'Dat geluid gaat door merg en been, feitelijk is het net een alpenhoorn', zegt ze. 'Ik wist gelijk dat er iets te doen was op het spoor.'

De klap heeft ze niet gehoord, wel meent ze, in het schijnsel van een lantaarnpaal, iets te hebben zien vliegen. 'Ineens was het chaos.' Voor en achter haar stapten automobilisten uit. 'Die liepen allemaal te fladderen en te doen.'

De trein reed nog een heel stuk door, de spoorbomen gingen weer open. 'Alsof er niets was gebeurd.' Ook aan de andere kant van het spoor stapten automobilisten uit. Ineens zag ze een hondje rennen, het had een bruine vacht. 'Het was geen rashond, dat zag ik wel meteen.'

Het dier spurtte haar kant uit. 'Dat beestje was zo in paniek, ik dacht dat het onder de trein was doorgestuiterd.' Haastig stapte ze uit om het te grijpen. 'Dat lukte niet, het was door het dolle heen.' Ook anderen probeerden het hondje te vangen, uiteindelijk wist de potige bestuurder van de auto voor haar het te overmeesteren.

'Er zijn mensen onder de trein gekomen', hoorde ze zeggen. 'Hele verhalen had iedereen meteen.' In een roes liep ze naar het spoor. 'Dat je wilt gaan kijken is een automatisme, op zo'n moment denk je niet na.' Vlak naast de rails zag ze iets liggen: een schoen met de voet er nog in, een deel van het been er nog aan. 'Toen ben ik zo aan het trillen gegaan, nog krijg ik er kippevel van.'

Een man kwam naar haar toe. 'Gaat het wel, mevrouwtje?' 'Nee, het gaat niet zo best', zei ze. En: 'Eigenlijk voel ik me helemaal niet lekker.' De man voerde haar weg van het spoor. 'Later dacht ik: was ik maar nooit die auto uit gegaan.'

Al heel snel was er politie, een agent bracht haar naar haar auto. 'Hij heeft mij erin gezet en is toen weer weggelopen.' Radio Groesbeek stond nog op. 'Dat heb ik toen heel hard aangezet.' Het liefst was ze meteen weggereden. 'Maar we konden natuurlijk niet over het spoor.' Omdraaien was ook geen optie, tot aan Konbanwa stond het vast.

De trein reed nog zo'n 300 meter door. 'Tijdens het remmen heb ik alleen maar lopen schelden', zegt Smeets. 'Zo van godverdomme, shit en klote.' Toen de trein eindelijk stilstond, liet hij de tyfoon nogmaals schallen. 'Uit pure onmacht.'

Hij deed direct een alarmoproep en belde met de treintelefoon naar de treindienstleider, een medewerker van spoorbeheerder ProRail die bij een calamiteit hulpdiensten inschakelt. 'Dit is rit 32221', stamelde Smeets. 'Ik heb net een aanrijding gehad met twee personen en met honden.'

De treindienstleider vroeg waar hij zich bevond, Smeets wist het niet. 'Er staan hectometerpaaltjes naast het spoor, maar die kon ik in het donker niet zien.' Wel zag hij in de verte de lichten van een trein uit de richting van Venlo, die na zijn alarmoproep tot stilstand was gekomen. 'Toen hebben ze met de machinist van die trein gebeld, om mijn positie enigszins te kunnen bepalen.'

Na het gesprek met de treindienstleider lichtte Smeets zijn reizigers in. Door de intercom probeerde hij 'een beetje netjes' uit te leggen dat er een botsing met een persoon was geweest. Hij zei niet dat het om twee personen ging en er honden in het spel waren. 'Op zo'n moment is alles al ingewikkeld genoeg.'

Hulp was onderweg, verzekerde Smeets zijn passagiers. Het kon nog wel twee uur duren voor ze de trein uit mochten. 'Wij, als passagiers, hebben elkaar wel wat aangekeken, maar verder niks gezegd', vertelt Daisy van den Heuvel. 'Ik voelde me koud, onrustig en een soort van onbehaaglijk naar.'

De situatie kwam haar onwerkelijk voor. 'Alsof we in een film speelden.' Ze wilde naar de machinist toegaan, om hem te troosten. 'Maar ik deed het niet, omdat ik niet wist of dat wel mocht.' Ze stuurde een bericht naar Bep, haar secretaresse bij de Max Ernst-kliniek. 'Om mijn afspraken van die ochtend te verplaatsen.'

Student Beryl Rutten weet nog dat de stem van Smeets 'erg neerslachtig' klonk. Ze veronderstelde om een of andere reden dat de overreden persoon een scholier was. Dat blikkerige geluid, dacht ze, was misschien wel een fiets geweest.

Enkele reizigers voerden een telefoongesprek, kort en besmuikt. Rutten hoorde een leraar bellen met zijn school: of er misschien iemand was die zijn klas kon opvangen. 'Aan de gezichten kon je zien dat iedereen enorm was geschrokken.'

Customer service analyst Roy Repkes vroeg zich af 'wie of wat' de trein had geraakt. 'Meteen schiet door je hoofd: laat het alsjeblieft geen fietser zijn, geen scholier', zegt hij. 'Maar liever ook niet een hard werkend iemand.'

Hij herinnert zich de stem van Smeets, maar vooral het ruisen van de intercom. Niemand maakte zich druk over de vertraging, viel hem op. 'Gewoonlijk is dat wel anders.' Het bleef muisstil in de coupés. 'Ik tuurde door het raam naar buiten', zegt Repkes, 'de lege, donkere ruimte in.'

Een botsing op het spoor

Dit is een fragment uit Een botsing op het spoor van Joris van Casteren, dat vandaag verschijnt bij Querido Fosfor. 104 pagina's, euro 8,99.


De wanhoopsdaad van een ander

Van Casteren onderzoekt wat suïcide op het spoor doet met de omstanders.

In de vroege ochtend van 28 november 2016, vandaag precies een jaar geleden, stapten de 69-jarige Gerda Zwitserloot en haar 43-jarige dochter Mirella Wijers met hun vijf honden in de buurt van Nijmegen voor de trein; een ogenschijnlijk onverklaarbare daad die in heel Nederland afschuw opriep.

Schrijver Joris van Casteren reconstrueerde het voorval, door op zoek te gaan naar iedereen die de fatale ochtend getuige was. Hij voerde gesprekken met de machinist, reizigers, rechercheurs, ooggetuigen, nabestaanden en medewerkers van de uitvaartonderneming, die mensenlijke en dierlijke resten bijeenraapten.

In Een botsing op het spoor - dat vandaag verschijnt bij Querido Fosfor - onthult Van Casteren de motieven van de sterk vereenzaamde moeder en dochter, afkomstig uit het stille kerkdorp Breedeweg.

Ondanks tal van preventieve maatregelen komt spoorsuïcide in Nederland gemiddeld 220 keer per jaar voor, gevallen waarbij de zelfmoordenaar overleeft niet meegerekend.

Uit Een botsing op het spoor blijkt wat de gevolgen van deze veelal verzwegen drama's kunnen zijn voor mensen die tegen wil en dank geconfronteerd worden met de wanhoopsdaad van een ander.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden