Postuum

Voorvechter van het experiment

Postuum Sybren Polet (1924-2015)

Met niet aflatend optimisme beproefde Sybren Polet de (on)mogelijkheden van proza en poëzie. Zijn liefde voor sciencefiction is door zijn hele oeuvre te vinden.

Sybren Polet. Beeld Chris van Houts

Een betere, mooiere wereld maken, dat even overzichtelijke als lastig te verwezenlijken ideaal heeft Sybren Polet zijn leven lang geïnspireerd. Zijn 'nevenwereld' zocht hij niet in het actiewezen of in de politiek, maar in proza en poëzie waarvan hij de (on)mogelijkheden tot kort voor zijn dood, vorige week zondag op 91-jarige leeftijd, met niet aflatend optimisme bleef beproeven.

Sybren Polet werd op 19 juni 1924 als Sybren Minnema te Kampen geboren. Hij studeerde voor leraar in Zwolle en om aan de gedwongen tewerkstelling in nazi-Duitsland te ontkomen, vluchtte hij in 1944 in de onderduik. In die illegale periode legde hij de basis voor zijn grote en veelzijdige belezenheid: verborgen in een kast en een kruipruimte onder de vloer las hij de verzamelde werken van Ibsen, Kierkegaard en Nietzsche, en bovenal De bekentenissen van Jean-Jacques Rousseau, dat met zijn kritiek op de maatschappelijk conventies grote indruk op hem maakte.

Hij brak met het gereformeerde geloof van zijn ouders en na een genezen depressie trok hij op avontuur naar Zweden. Daar leerde hij zijn latere echtgenote kennen, die als Cora Polet naam zou maken als vertaalster van Scandinavische auteurs als August Strindberg, Sjöwall en Wahlöö en Henning Mankell.

Beeld -

Geestverwanten

Polet wist als kleine jongen al dat hij schrijver wilde worden. Zijn eerste gedichtjes schreef hij in de schoolbanken, een eerste serieuze publicatie, onder de betekenisvolle titel Genesis, volgde in 1946. In zijn 'hergeboorteplaats' Amsterdam nam Polet al snel deel aan het literaire leven. Hij trad toe tot de redactie van het literair tijdschrift Podium, dat de spreekbuis werd van de experimentele poëzie van de Vijftigers - dichters als Lucebert, Kouwenaar en Campert. Met hen had Polet veel gemeen, zonder hen als geestverwanten te beschouwen.

Typerend voor Polets eigen positie in de literatuur was zijn serieuze belangstelling voor sciencefiction. Als eerste in Nederland stelde hij diverse sciencefictionbloemlezingen samen, zoals het nu gezochte De stenen bloedzuiger uit 1957. Sporen van zijn liefde voor het genre zijn door zijn hele oeuvre te vinden.

Zijn naam als voorvechter van het experimentele proza vestigde Polet in 1961 met Breekwater, het begin van zijn Lokien-cyclus, genoemd naar het personage Lokien Perdok en door de auteur in een van zijn favoriete neologismen ook wel 'Lokiniade' genoemd. Bekend werd ook de 'realistische fabel' Mannekino uit 1969, waarin Polet bewees dat een schrijver die alle wetten van het realisme negeert wel degelijk meeslepend proza kan produceren. Mannekino werd een van zijn best verkochte boeken.

Vorig jaar verscheen Polets zwanenzang, het van onverminderde vitaliteit getuigende Het AAAH & OOOHH van de verbonaut, met daarin de regels waarin de 90-jarige dichter een afscheid verwoordt dat ook een nieuw begin kan zijn:

een overgroot zich luikend ooglid

nog even knipperend

boven een baaierd van rondzwervende herinneringen

aan wat nog komen moet

Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.