reportage dit is Nederland

Voorstelling Dit is Nederland confronteert met de eigen middelmatigheid tijdens zoektocht naar dé Nederlander

Roelof de Vries, Marcel van Roosmalen en Jan Dirk van der Burg in restaurant De Beren. Beeld Stefani Grätz

Schrijver Marcel van Roosmalen, radiopresentator Roelof de Vries en fotograaf Jan Dirk van der Burg trekken het land door met een voorstelling over het land: Dit is Nederland. Waarom lachen mensen zo graag om hun eigen middelmatigheid?

De voorstelling Dit is Wormer in theater De Kaasfabriek is een uur bezig als een man vanuit het bloedhete bovenzaaltje naar schrijver Marcel van Roosmalen roept dat hij gewoon kan terugverhuizen naar Amsterdam als het hem in Wormer niet bevalt. Diezelfde man staat even later op om een applausje voor de Molenbuurt te vragen. ‘Het is voor het eerst in mijn leven dat ik dit meemaak in een zaal’, zegt Van Roosmalen, ‘dat er geklapt wordt voor een woonwijk.’ De applausvrager maakt zijn zin niet af als hij op zijn stoel nog even verder mokt: ‘Je kan alles wel afzeiken, maar eh.’

Met Radio 1-presentator Roelof de Vries (40) en Fotograaf des Vaderlands Jan Dirk van der Burg (41) trekt Marcel van Roosmalen (51) de komende tijd van dorpstheater naar stadsschouwburg. ‘Met frisse tegenzin’, meldt de tekst waarmee hun show wordt verkocht. Ze willen weten welke plaats zich kan meten met Apeldoorn, volgens een consumentenonderzoeksbureau de meest gemiddelde gemeente van Nederland. ‘Wie is de Nederlander? Bestaat er zoiets als dé Nederlandse volksaard? En wat zijn onze volkomen- maar vooral onvolkomenheden?’

Het leek Van Roosmalen een goed idee om de eerste try-out te laten plaatsvinden in zijn woonplaats, het dorp waar hij twee jaar geleden een huis kocht met zijn vriendin Eva Hoeke en waarvoor hij sindsdien weinig warme gevoelens heeft ontwikkeld, blijkens zijn columns in NRC Handelsblad. ‘Ik dacht: de zaal zit in ieder geval vol, en je begint lekker vijandig.’

De eerste zinnen van zijn voordracht in De Kaasfabriek: ‘Het Wapen van Wormer is een man met zijn hoofd in het verband. Het hangt aan het café tegenover ons huis aan de Zandweg. Ik kijk er iedere dag naar. Als er ooit een wapen goed gekozen is, is het dat. Ik ben mezelf erin gaan zien. Dit was gewoon een man die zich net als ik te vaak met de handen tegen het hoofd heeft geslagen omdat hij is gaan wonen waar hij woont. In Wormer dus.’

Steeds zichtbaarder handelsmerk

Die frisse tegenzin is vooral op Van Roosmalen van toepassing. Het is zijn steeds zichtbaardere handelsmerk, of hij nu kandidaat is in tv-quiz De slimste mens of in interviews vertelt hoe moeizaam het was om een boek te schrijven over hoe moeizaam het is om een boek te schrijven over cultvoetballer Theo Janssen. Ook de populaire podcast De krokante leesmap, die hij met De slimste-winnaar Roelof de Vries en radioproducer Noortje Veldhuizen maakt, klinkt nooit alsof het allemaal van harte gaat. 

Fotograaf Jan Dirk van der Burg en hij brengen voor De Correspondent al een paar jaar ‘Nederland onder het systeemplafond’ in beeld. Hun beider oog valt nu eenmaal het vaakst op het menselijk tekort en de lullige routines in het dagelijkse bestaan, de lulligheid en vermeende Hollandse nuchterheid die ze van huis uit goed kennen. 

‘Je kunt het als fotograaf van heel ver halen, maar het is eigenlijk veel interessanter mensen dingen te laten zien die ze zelf wel hebben bekeken, maar niet echt hebben gezien’, zei Van der Burg bij zijn aanstelling als Fotograaf des Vaderlands in Volkskrant Magazine, waarin hij een wekelijkse rubriek heeft over de vrijetijdsbesteding van Nederlanders.

Vorige zomer stond hij op theaterfestival De Parade met Zie je niet vaak, juist een heel goedgehumeurde fotobloemlezing uit eigen werk, voorzien van tragikomisch commentaar. Foto’s van kantoorverjaardagen, hondenpoepzuigers en mannen die op de Huishoudbeurs de boodschappenkar van hun vrouw bewaken – vrolijk ingeflitste verzamelingen van troosteloze alledag- en allemansfenomeentjes die nooit op zichzelf staan.

Het plan om samen het theater in te gaan ontstond op de 39ste verjaardag van Roelof de Vries, waar Van Roosmalen aan de praat raakte met theaterproducent Thomas Bruining. Die zegt nu: ‘Ik geloof dat iedereen wel in de gaten had dat het met deze karakters bij elkaar sowieso wel wat zou worden.’ Wat het zou worden? ‘Nou ja, dit.’

Van der Burg, De Vries en Van Roosmalen in de kleedkamer. Beeld Stefanie Grätz

Confrontatie met eigen middelmatigheid

Dit: Marcel van Roosmalen die op droge toon typisch Nederlandse gewoonten becommentarieert, en lokale potsierlijkheden die hem als buitenstaander zijn opgevallen. Jan Dirk van der Burg die het publiek een spiegel voorhoudt, onder meer met zijn verzamelde woonclichés: Home-bordjes, boeddhabeelden, palmbomen in de voortuin, en met speciaal gemaakt beeld van de stad of het dorp in kwestie. Roelof de Vries die het geheel aan elkaar praat en een gesprek leidt met een burgemeester of wethouder en een andere plaatselijk bekende gast. Een zaal die zo’n confrontatie met de eigen middelmatigheid overwegend heel grappig vindt.

De première is zaterdag 19 oktober in ‘leisure stad’ Zoetermeer, waar Van der Burg opgroeide. Maar deze woensdagavond eerst: Woerden, de vierde voorstelling. In restaurant De Beren gaat het nog even over de mopperman uit Wormer, die na afloop door Van Roosmalen werd getrakteerd op een stuk pizza  – een van de vaste onderdelen van de show is het bestellen van een pizza margherita, om de aanscootertijd met het landelijk gemiddelde te vergelijken.

De vrouw van de mopperman was trouwens ook verschrikkelijk, zegt Van Roosmalen. ‘Die beweerde over het acht jaar oude olifantenpaadjesproject van Jan Dirk dat-ie dat van Paulien Cornelisse heeft gejat. Of van Jan-Jaap van der Wal, dat wist ze niet meer. Ik legde uit waarom dat absoluut niet het geval kon zijn. En dat is dus typisch Wormer: zij bleef bij haar standpunt.’

De Vries: ‘Ik zei: ‘U heeft gelijk, we halen het vanaf morgen uit de voorstelling.’ Nee, dat hoefde nou ook weer niet.’

Waarom leek het Marcel van Roosmalen leuk om stukjes voor te lezen in het theater, zoals hij Thomas Bruining op de verjaardag van Roelof de Vries voorstelde? ‘Dat vraag ik me ook weleens af, nu ik het aan het doen ben. Ik vind het leuk als mensen klappen en lachen. Maar ik ben wel de minst theatrale van de drie.’

De Vries: ‘Dat is echt niet waar.’

Van Roosmalen: ‘Laat ik het zo zeggen: ik heb van ons drieën het meest een hekel aan aanstellen.’

De Vries: ‘Aanstellen, aanstellen. Jij stelt je emoties wat naar beneden bij, en wij naar boven.’

Van Roosmalen: ‘Het gaat steeds beter, dat is positief, maar je denkt weleens bij jezelf: oké, dit moeten we dus nog 37 keer doen.’

De Vries: ‘Wat dan niet klopt, want we moeten nog 35 keer.’

Halflege zaal

In het Twentse dorp Goor stonden ze voor een halflege zaal. Ze moesten het opnemen tegen het Goorse smartlappenkoor dat net die zaterdag een ‘soapera’ opvoerde, ‘waar de ene helft van het dorp dus op het podium zat en de andere helft ervoor.’

Van der Burg: ‘Dus de 78 mensen die naar onze voorstelling kwamen...’

De Vries: ‘…die hadden eigenlijk geen sociale contacten in het dorp.’

Van Roosmalen: ‘Je begint met een opstijgend vliegtuig in Wormer, en dan blijf je in Goor even hangen. Voor een stukjesschrijver was het in Goor beter, voor de beleving van de artiest was Ankeveen leuker, de middag erna. Daar stonden we in een uitpuilende kerk, voor mensen die goed in de slappe was zaten en die elke keer als het woord Ankeveen viel heel enthousiast werden.’

De Vries: ‘En dat gebeurde nogal vaak.’

Van Roosmalen: ‘Ik verheug me op de steden, wat dat chauvinisme betreft. Toch belangrijk om even te benadrukken: we hebben het wel naar de zin met elkaar, hoor.’

De Dit is Nederland-tournee slaat een paar provincies over. Dat heeft volgens producent Bruining niks met Groningen, Zeeland en Limburg te maken; nog meer theaters pasten simpelweg niet in het speelschema. ‘Zwolle, daar heb ik zin in’, begint Van Roosmalen. ‘Arnhem, verheug ik me ook op, mijn geboorteplaats. Amsterdam. Nijmegen.’

De Vries: ‘Hoop je nou dat de Volkskrant de hele speellijst voor je gaat uittikken?’

Van der Burg: ‘Cuijk!’

De Vries: ‘Misschien leuk om te vermelden: Uden!’

Van der Burg: ‘In de kleedkamer in Goor lagen drie linnen tasjes klaar met de tekst ‘geef ze van katoen’. Ik zag Marcel die tasjes vastpakken en...’

Van Roosmalen: ‘Er knapte van alles, op dat moment.’

De Vries: ‘We hadden ook een lange dag, want we moesten eerst naar het programma van Mieke van der Weij op Radio 1.’

Van Roosmalen: ‘Veertig keer Goor gezegd.’

De Vries: ‘Waren we in Goor, onderweg naar het restaurant, stopt er een auto waar een blonde vrouw uit springt die ‘Marcel!’ begint te roepen.’

Van Roosmalen: ‘De mensen die uit hun auto springen om je naam te roepen, dat zijn nooit de mensen waar je helemaal blij van wordt.’

De Vries: ‘Ze zei: Ik kom helemaal uit Amsterdam, ik hoorde jullie op de radio en ik vond het zo zielig voor jullie dat er zo weinig kaarten waren verkocht. Ze was met haar broer.’

Van Roosmalen: ‘Als je niks te doen hebt, is Goor vlakbij.’

De Vries: ‘Een uur en een kwartier, het viel mij niks tegen.’

Van Roosmalen: ‘Geestelijk is de afstand enorm, dat kan ik je wel vertellen.’ Korte stilte. ‘Maar je kunt dus over het algemeen zeggen dat het heel goed gaat. Ja, ik vat het maar even samen.’

De vries: ‘Veel mensen denken: dit gaat niet over mij, maar over de buurman. Terwijl het wél over hen gaat.’ Beeld Stefanie Grätz

Kuddegedrag 

Jan Dirk van der Burg is afgelopen weekend al in Woerden geweest. Hij viel met zijn neus in de boter: omdat winkelcentrum Tournoysveld 50 jaar bestond, serveerde een bakker er een 50 meter lange taart. Gratis koffie en thee, muziek van zanger Arthuro: mooie boel.

Van Roosmalen worstelt nog met die lokale invulling, waar het publiek overduidelijk op zit te wachten. ‘Je kunt niet één keer naar een plaats gaan en denken, ik schrijf even een reportage over Goor of Ankeveen waarin ik het hele dorp vat. Het dorp dat alle mensen in de zaal beter kennen dan jij.’

Nederlanders lachen graag om hun eigen kuddegedrag, concludeert CDA-wethouder Arjan Noorthoek, een van de gasten van vandaag, na afloop van de voorstelling. Kijk naar de Woerdense mevrouw die een houten ‘home’-bordje voor het raam had én meerdere boeddhabeelden én een palmboom in de voortuin; zij lachte het hardst toen ze voor die ‘zonde’ uitkwam. 

In zo’n theaterzaal zie je het gezamenlijke tekort, zegt Marcel van Roosmalen in de kleedkamer. ‘Ik ben niet de enige met gebreken, denk je, we zitten hier met z’n allen in dit middelmatige gat.’

De Vries: ‘Maar veel mensen denken volgens mij toch: dit gaat niet over mij, maar over de buurman. Terwijl het wél over hen gaat.’

Van der Burg: ‘Het gaat ook om het relativeren van je eigen bijzonderheid, met herkenbaarheid.’

De Vries, op cynische toon: ‘En zo haalt iedereen er wat anders uit.’

Van Roosmalen: ‘Dat is de magie van het theater. En die is zó weer weg, zodra je die foyer in loopt.’

Zaterdag 19/10 gaat Dit is Nederland in première in Stadstheater Zoetermeer. De tournee eindigt 16/2 in De Kleine Komedie, Amsterdam. 

Waar kennen we ze van?

Jan Dirk van der Burg werd in september vorig jaar benoemd tot Fotograaf des Vaderlands. Zijn wekelijkse rubriek in Volkskrant Magazine heet #heerlijkgenieten.

Marcel van Roosmalen heeft een column in NRC Handelsblad en is ‘druktemaker’ op Radio 1. Hij levert geregeld bijdragen aan andere media, zoals Hard Gras en De Correspondent, en schrijft boeken. Zijn laatste, Op pad met de Dikke Prins, ging over oud-voetballer Theo Janssen.

Roelof de Vries presenteert het Radio 1-programma De Nieuws BV. In de zomer van 2018 won hij De slimste mens. Samen met Marcel van Roosmalen en Noortje Veldhuizen maakt hij de podcast De krokante leesmap.

De methode Van Roosmalen

In 2014 ging Volkskrant-verslaggever Haro Kraak een dag op pad met columnist en schrijver Marcel van Roosmalen, voor een verhaal over de totstandkoming van zijn droogkomische, gemakzucht ademende reportages.

Op het terras van café De Molen in het centrum van Varsseveld wijst hij naar de tafel naast ons: vier mannen, ieder een pak sigaretten naast zich. ‘Zij hebben zich erbij neergelegd dat ze hier op vrijdagavond zitten. Ik ben er jaloers op. Dat je om twaalf uur thuiskomt en tegen je vrouw zegt: ‘Nou lekker gekaart in het café, morgen naar het voetbaltoernooi.’ Dat zal ik nooit kunnen. Niettemin hebben ze een leuker leven dan ik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden