Voorspelbaar, potsierlijk en plechtstatig: La maladie de la mort is een misser

Naakte man op kille hotelkamer, met veel porno en een hoer. Tja.

La maladie de la mort, regie Katie Mitchell

Gezien 21/3 in de Stadsschouwburg Amsterdam. T/m 24/3.

Een man, een vrouw, een hotelkamer als een gevangeniscel. De man hunkert naar fysiek contact, maar kan dat niet verdragen. Hij commandeert de vrouw, domineert haar, legt haar het zwijgen op. Zij is een prostituee, ze verdraagt zijn grillen voor geld, maar uiteindelijk is ze sterker dan hij. Na een aantal betaalde nachten verlaat ze de kamer als overwinnaar. Hij blijft achter, naakt, gebroken en suïcidaal. Hij lijdt aan de ziekte van de dood, zoals zij het al formuleerde: La maladie de la mort.

Inktzwart is het universum van Marguerite Duras (1914-1996), vooral waar het de liefde betreft: haar literaire oeuvre wemelt van de perverse verhoudingen. Liefde slaat razendsnel om in haat, lust leidt onmiddellijk tot afkeer, seksualiteit gaat altijd gepaard met sadisme, onderwerping en dood. La maladie de la mort, een novelle uit 1982, is zelfs bijzonder grimmig. Duras schreef het terwijl ze leed aan liefdesverdriet; de hoofdpersoon is een man die nog nooit van een vrouw heeft gehouden.

Het is niet verrassend dat de Britse regisseur Katie Mitchell, door The Daily Telegraph al eens ‘The Princess of Darkness’ gedoopt, zich aangetrokken voelde tot die materie. Het oeuvre van de uitgesproken feministische Mitchell is doortrokken van oorlog, wreedheid en vrouwenleed. Voor het Franse Théâtre des Bouffes du Nord van Peter Brook maakte zij een theaterbewerking van La maladie de la mort, in de haar kenmerkende ‘livecinemastijl’: op toneel wordt ter plekke een film geschoten, die het publiek direct op groot scherm krijgt te zien. Woensdag beleefde de productie in het kader van festival Brandhaarden de Nederlandse première.

Maar de voorstelling ontbeert de kracht en impact die we van Mitchell gewend zijn uit producties als The Forbidden Zone en Reise durch die Nacht. In haar beste werk voegen de filmscènes een grote intimiteit, nabijheid en gelaagdheid toe, maar dat effect komt in La maladie de la mort niet van de grond. Dat is deels te wijten aan technische haperingen: het geluid van de film is hol en blikkerig en het artificiële resultaat creëert dit keer eerder afstand. Maar het ligt ook aan acteur Nick Fletcher, die vooral in de close-ups een volstrekt flegmatische uitstraling heeft. Zijn vertolking van de getroebleerde man is oppervlakkig en eendimensionaal en eigenlijk nogal - excusez le mot - saai. Het is bovendien een vlak en weinig verrassend sjabloon van een depressie: naakte man op kille hotelkamer, met veel porno en een hoer. Tja.

Het ergste is dat Mitchell, normaal een onverschrokken toneelvernieuwer, verstrikt is geraakt in de volstrekt gedateerde taal van Duras – en daar helpt de bewerking van de 31-jarige talentvolle toneelschrijver Alice Birch niets aan. Vooral potsierlijk zijn de gezwollen termen waarin Duras seksualiteit beschrijft. Steeds dringt de man weer gewelddadig binnen ‘in de duisternis van haar geslacht’ of ‘daar waar zij opensplijt’. De verteller, Irène Jacob, zegt het allemaal even plechtstatig. Alles is van een verpletterende ernst: geen lucht, geen licht, geen sprankje humor of hoop – dat slaat op den duur murw. Een filmische kunstgreep om de vrouw van een tragische biografie te voorzien, is bovendien voorspelbaar en cliché.

Als de acteurs tot slot met ernstige blik en gedragen grafstem voortdurend de titel herhalen: ‘De ziekte van de dood, och nee, het is de ziekte van de dood! is er geen redden meer aan. La maladie de la mort is een misser.  

Uit: la maladie de la mort Foto Foto Stephen Cummiskey
Foto Foto Stephen Cummiskey
Foto Foto Stephen Cummiskey
Foto Foto Stephen Cummiskey
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.