VoorpublicatieHet voedselbos

Voorpublicatie: Het voedselbos is een paradijs voor luie boeren – en voor de natuur

Beeld Colourbox

Het voedselbos is een paradijs voor luie boeren, ontdekte Volkskrant-journalist Mac van Dinther, die een jaar meeliep in voedselbos Ketelbroek. En belangrijker: een zegen voor de natuur.

‘Wij zijn luie boeren.’ Dat is de vaste oneliner waarmee Wouter van Eck nieuwe bezoekers aan zijn voedselbos Ketelbroek begroet. En lichtelijk choqueert. Want iedereen weet dat boeren hard werken is. Boeren moeten ploegen, mesten, zaaien, spuiten, wieden en maaien in een eindeloze cyclus die zich jaar na jaar herhaalt. Het voedselbos zet die gangbare landbouwpraktijk op zijn kop. Hier wordt niet geploegd of gemest, gezaaid noch gemaaid en al helemaal niet gespoten. Hier wordt één keer geplant en daarna eindeloos geoogst: vruchten, zaden, noten, scheuten, bladeren en wortels. Dit is het paradijs van luie boeren.

Een jaar lang liepen fotograaf Henk Wildschut en ik mee in Ketelbroek, het oudste voedselbos van Nederland. We plukten mispels in de herfst, speurden naar diersporen in de wintersneeuw, oogstten bamboescheuten in de lente en propten ons vol met frambozen in de zomer.

Dat voedselbossen als concept werken, bewijst Ketelbroek. In 2009 kocht Van Eck met zijn vriend Pieter Jansen een 2,4 hectare grote maïsakker in het buitengebied van Groesbeek. Elf jaar later is de kale vlakte van weleer uitgegroeid tot een groene jungle met meer dan driehonderd voedselproducerende bomen, struiken, klimmers, kruipers en bodemplanten die elk jaar meer oogst opleveren.

Beeld Colourbox

Er is geen beter medicijn tegen een sombere bui dan een wandeling door Ketelbroek, waar om elke hoek een verrassing wacht. Soms bekend, zoals appels, peren, pruimen en walnoten, maar net zo vaak onbekend en buitenissig, zoals szechuanpeper, nashi’s, kaki’s, Mongoolse citroenen en de Chinese mahonie met zijn blaadjes die naar uiensoep smaken. ‘Een multiculturele plantengemeenschap’, noemt Van Eck zijn voedselbos.

Samen vormen zij een zelfvoorzienend systeem dat met de natuur meewerkt in plaats van ertegenin, dat voor zijn eigen bodemvruchtbaarheid zorgt, plagen in toom houdt met natuurlijke vijanden, water vasthoudt als een spons en een lustoord is voor vogels, vlinders, bijen en honderden andere insecten: qua biodiversiteit kan Ketelbroek zich meten met een nabijgelegen natuurgebied. Geen landbouwakker die dat na kan zeggen.

Beeld Colourbox

Aan het begin

Onvermijdelijk rijst dan de vraag: leuk, maar gaan we daarmee de wereld voeden? Die vraag is niet helemaal eerlijk. In het ontwikkelen en verbeteren van de moderne landbouw zijn de afgelopen halve eeuw miljarden onderzoeksgeld gestoken. Nederlandse boeren worden al decennia overeind gehouden met Europese subsidies. Voedselbossen moeten het doen zonder zakken vol geld en staan als landbouwmethode in Nederland nog maar aan het begin. Voor een voedselbos zit Ketelbroek nog in de peuterfase: noten- en kastanjebomen kunnen honderden jaren oud worden.

Beeld Colourbox

Je kunt de vraag ook omdraaien: kan de gangbare landbouw de wereld voeden? Ons huidige voedselsysteem gaat gebukt onder een rijtje crises: stikstof, klimaat, biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid. Én legitimiteit omdat steeds minder burgers zich herkennen in de gangbare landbouwpraktijk. Een doodlopende weg, waarschuwen deskundigen en wetenschappers. Voedselbossen hebben die problemen niet. Ze zijn zelfs meer dan klimaatneutraal: voedselbossen slaan CO2 op in hun hout en onder de grond in de verrijking van de bodem.

In theorie kunnen voedselbossen de wereld voeden. Ketelbroek levert wat voedingswaarde betreft een complete schijf van vijf op. Berekeningen tonen aan dat een hectare volwassen voedselbos meer productie oplevert dan een hectare snijmaïs of raaigras. Maar we zullen in de toekomst ook brood, friet, rijst en pasta willen eten. Daarvoor hebben we akkers nodig met aardappelen en graan.

Naar een duurzamere landbouw

Voedselbossen zijn misschien niet het enige antwoord op het wereldvoedselprobleem, maar ze zijn wel onderdeel van en wegbereider voor de overgang naar een duurzamere landbouw die geen roofbouw pleegt op natuurlijke hulpbronnen en de grenzen van het systeem aarde respecteert.

Beeld Colourbox

Dat hoeven niet per se voedselbossen pur sang te zijn, zoals Ketelbroek. Het kunnen ook mengvormen zijn van akkerbouw tussen rijen bomen en struiken of vruchtdragende houtwallen tussen de weilanden. Zoals de Amerikaan Mark Shepard laat zien, die met zijn New Forest Farm in Wisconsin een uitgeput stuk land omtoverde tot een bloeiend bedrijf dat fruit, noten en kastanjes produceert, maar ook asperges, pompoenen en graan en zelfs vlees van varkens die zich tegoed doen aan afgevallen noten en fruit.

Wat voedselbossen vooral zo waardevol maakt, is dat ze een vrolijk en optimistisch alternatief bieden voor de doemscenario’s van een landbouw die compleet is losgeraakt van het systeem waar hij uit voortkomt en uiteindelijk van afhankelijk is: de natuur. In de woorden van Wouter van Eck: ‘We hebben een stikstofcrisis, een klimaatcrisis, een biodiversiteitscrisis. En we hebben bomen nodig.’ Dan klinken voedselbossen als een logisch antwoord.

Mac van Dinther: Het voedselbos – Vier seizoenen Ketelbroek. Met foto’s van Henk Wildschut. Podium; 176 pagina’s; € 29,99. Verschijnt op 1 juli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden