Recensie Boeken

Voormalige moslims vertellen hoe ze zich hebben losgemaakt van de religie van hun ouders

Mounir Samuel, geen moslim, deed mee aan de ramadan en sprak zoekende moslims.

Beeld Olivier Heiligers

‘Wat is dat eigenlijk voor een ijdele God, die van iedereen eist om vijf keer per dag voor hem te bidden?’ De Marokkaanse Farah was diep geschokt. Ze wist dat haar vriendin atheïst was geworden. Daarom had ze haar ook opgezocht; ze was zélf enorm gaan twijfelen. ‘Zulke opmerkingen over God mocht je niet maken, voelde ik. En op hetzelfde moment was ik het ook met haar eens.’ Die ontmoeting was voor Farah een nieuwe stap op de lange weg naar het besluit niet langer gelovig te zijn. En daarmee ‘viel een grote last van mijn schouders’.

Farah is een van twaalf voormalige moslims die hun verhaal doen in Nieuwe Vrijdenkers. Mensen die zich hebben losgemaakt ‘van de religie van hun ouders’, aldus de auteurs. Zeg maar gerust, van hun religie én van hun ouders. Want wie openlijk twijfelt aan de islam, loopt het risico alles te verliezen. Ouders, broers en zussen, familie en vrienden, de hele gemeenschap kan zich in één klap tegen je keren. Said el Haji kwam terug in Nederland na een wereldreis, op de eerste dag van de ramadan. Zijn vader belde. Waar was hij? Amsterdam? De zon was onder; hij kon zijn vasten breken en de iftar nuttigen. Said vond zich, dankzij die reis, oud en wijs genoeg om zijn vader te zeggen dat hij niet vastte. Tuut, tuut, tuut, klonk het aan de andere kant. Het was het begin van een slopend gevecht tegen geroddel, haatmail en doodsbedreigingen. Said was een hoer, een verrader. Hij schreef er een boek over, gaf lezingen. ‘Dan sta je opeens tegenover een zaal met allerlei mensen, van wie je weet dat ze zelf twijfels hebben over hun religie, en alles doen wat God verboden heeft, maar je toch keihard laten vallen.’

Reizen, vrienden, onderwijs, wetenschap, maar ook huiselijk geweld – ze kunnen de ogen openen. Ineens blijkt er méér te zijn. Móét er meer zijn. Meer dan de islam met zijn regeltjes waarvan niemand het nut kan aangeven. Meer dan de eigen, in zichzelf gekeerde groep. Toch heeft niet iedereen de moed om tot het uiterste te gaan, met het risico van een volledige breuk. Liever zoekt men een soort van compromis. Doet men mee voor de vorm. 

Nieuwe vrijdenkers (drie sterren) Boris van der Ham en Rachid Benhammou; Prometheus; 208 pagina’s; € 19,99.

Die ‘culturele moslims’ komen we tegen in God is groot van Mounir Samuel. Een veel persoonlijker boek, maar daarmee ook complexer. Mounir stond vroeger bekend als Monique Samuel. De transitie van vrouw naar man werd hem door de gevestigde media niet in dank afgenomen. In plaats van uitnodigingen voor praatprogramma’s ontving hij echter (naast haatmail uiteraard) openhartige mails van moslims die hem feliciteerden, of vertelden over hun verboden liefde en hun de strijd tegen de omgeving. ‘Telkens hetzelfde gevecht tussen de tirannie van de traditie en de eenzaamheid van de moderne tijd.’ Want, zo ontdekte ook Mounir, voor de gemeenschap die jou uitkotst, komt vaak weinig in de plaats.

Mounir is geen moslim maar kopt, een Egyptische christen. En dus vertrouwd met alle kanten van de islam. Om daar nóg vertrouwder mee te worden, deed hij vorig jaar mee met de ramadan. Dat vormt de rode draad in het boek. De ramadan staat voor bezinning en in die weken sprak hij met mensen die steun bij hem zochten, met politici en ondernemers, met columnisten, opinion leaders en een clubje queer moslims die stiekempjes bijeenkomen in een Algerijns restaurant (om daar beledigd te worden door het personeel). 

Hier geen uitgesproken atheïsten maar aarzelende evenwichtskunstenaars die een eigen versie van de islam hanteren, of een minimum imiteren, om geen schandaal te veroorzaken. God is groot, zeker, maar vooral ver weg. En de Koran is een prachtig boek. Een bron van zoete scheurkalenderwijsheden. En juist deze zoekers stuiten op de ‘eenzaamheid van de moderne tijd’. Ze passen ervoor de ‘slachtoffers’ te zijn waar de islamofoben graag mee schermen. Maar verder, de andere Nederlanders, die zijn vooral dom en bot.

Mounirs moslimvrienden konden het wel waarderen dat hij, als kopt, aan de ramadan meedeed. Hij zou nu vast snel moslim worden. Maar Mounir hield het niet vol. Ergens in de derde week werd hij wakker met een intens, niet te bevatten geluksgevoel. Hij wist zeker dat God hem alles had vergeven. Hij hoefde niets de doen. Dus wég met de regeltjes! Wég met de angst het niet goed te doen! Het is een volstrekt on-islamitische, zeg maar gerust puur christelijke bevrijding, maar Mounir schrijft dat hij deze te danken heeft aan de ramadan, aan die tijd van intense contemplatie en diepe verbondenheid met anderen. Onze samenleving, schrijft hij in zijn slotwoord, ‘is toe aan een oprecht gesprek waarbij moslims vrijelijk kunnen reflecteren op hun geloof, zonder door de media te worden geframed of hun standpunten gekaapt te zien door rechts-populistische politici.’ Mounir blijft optimist. ‘God is groot. Altijd’, zo besluit hij zijn boek. Maar hij is, ondanks alles, óók een buitenstaander.

God is groot (vier sterren) Mounir Samuel; Jurgen Maas; 344 pagina’s; € 19,95.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden