Voorgeschiedenis van 'Hamlet'

HET IS eigenlijk merkwaardig dat John Updike de Nobelprijs voor literatuur nog niet heeft gekregen. Zonder veel af te willen doen aan de kwaliteiten van het werk van Derek Walcott, Toni Morrison, Seamus Heaney of Wislawa Szymborska, kun je toch bijna niet om de conclusie heen dat de omvang, de...

Leonoor Broeder

Om te beginnen is Updike zonder twijfel de auteur die het beste beeld heeft gegeven van het Amerika van de tweede helft van de twintigste eeuw, zowel in zijn verhalend proza als in zijn essayistische werk. Updike is bij uitstek, doch niet uitsluitend, de chroniqueur van zijn tijd.

Dat hij die hoogste lof verdient, wil niet zeggen dat alles wat hij geschreven heeft zo diepgravend of betekenisvol is, maar dat doet aan het formaat van zijn schrijverschap niet af. Voor een aantal van zijn romans, waaronder zijn laatste Gertrude and Claudius, geldt dat ze nogal vluchtig zijn. Maar ze dwingen stuk voor stuk bewondering af omdat ze zo goed geschreven zijn. Je laat je als lezer altijd gewillig meevoeren ook al is dat, zoals bij zijn laatste roman, alleen voor de duur van het verhaal.

De roman vertelt de imaginaire voorgeschiedenis van Shakespeare's Hamlet, het leven van de koning en koningin van Denemarken zoals het zich heeft voltrokken vóór het toneelstuk begint. Updike heeft zich gebaseerd op de legenden waar Shakespeare zijn inspiratie aan heeft ontleend. Hij is bepaald niet de eerste die deze bronnen heeft bestudeerd, maar wel de eerste die er een roman aan wijdt.

Zoals bekend is in het stuk als het doek opgaat, een belangrijk deel van het kwaad al geschied: de oude koning Hamlet is dood en koningin Gertrude is kort na zijn overlijden met zijn broer Claudius getrouwd. Prins Hamlet vertrouwt het niet, hij verdenkt Claudius van moord op zijn vader en zijn moeder minstens van medeplichtigheid. In drie relatief sterk van elkaar gescheiden delen wordt een beeld gegeven van Gertrude's kindertijd, van haar gearrangeerde huwelijk met de brute koning Hamlet, de geboorte van haar enige zoon, en haar liefde voor de jongere broer van de koning, die uitmondt in een geheime verhouding. Na ontdekking van het geheim zijn de gebeurtenissen die volgen onafwendbaar.

Door de wijzigingen van de namen in de drie delen van het verhaal (Gerutha wordt Geruthe en tenslotte Gertrude, Horwendil de Jut, verandert via Horvendile in Hamlet, Feng wordt eerst Fengo en kiest dan zelf voor Claudius) verwijst Updike naar de drie versies van de Hamlet-legende die hij gebruikt heeft. De naamsveranderingen brengen je ook steeds dichter bij het begin van het stuk. De geschiedenis speelt zich af in het middeleeuwse, nog maar nauwelijks gekerstende Denemarken. De wegen der personages leiden tot ver buiten de muren van kasteel Elsinore. Zowel de gebeurtenissen als de context worden heel melodieus, kleurrijk en verleidelijk in beeld gebracht. Het kille landschap, het diepe grijs van de omgeploegde klei, de lichtval op de Sont.

De blonde Jutlandse krijger Horwendil voert wrede oorlogen tegen de Noren en is veel op pad om zijn belastingen te innen. De jongere broer is in meerdere opzichten het tegendeel van deze zware woesteling. Feng is donker, slank, geschoold en geraffineerd. Vol verhalen keert hij terug van zijn lange verblijf aan verscheidene hoven in zuidelijk Europa. Prins Amleth is als kleine jongen al vijandig en zwaarmoedig, zijn moeder lijkt van meet af aan eerder vrees dan liefde voor hem gevoeld te hebben.

Het verhaal eindigt met het beeld van koning Claudius op het toppunt van zijn succes, twee maanden na zijn huwelijk met Gertrude. Hamlet heeft op verzoek van zijn stiefvader en moeder zijn studie in Wittenberg afgebroken en is na lange jaren afwezigheid definitief teruggekeerd naar Elsinore. De triomferende Claudius drinkt op zijn gezondheid: 'All would be well'. Wij kennen de echo van die laatste zin, en de afloop.

Het is een schitterende vertelling, superieur geënsceneerd, maar het is ook Spielerei. Bovendien wordt de betovering hier en daar doorbroken: Gertrude is soms lachwekkend anachronistisch in haar duiding van eigen en andermans gemoedstoestanden. Updike kan zich verliezen in al te barokke formuleringen die de test van de samenvatting slecht doorstaan. Soms blijft er niet meer van over dan de observatie 'hoge bomen vangen veel wind'. Vanzelfsprekend mist het verhaal een bevredigend slot, maar het mist ook diepgang en noodzaak. Gertrude and Claudius voegt niets toe aan het toneelstuk, je gaat het niet met andere ogen lezen, je gaat het wel opnieuw lezen.

Op Updike's romans is inhoudelijk en stilistisch nog wel wat aan te merken, maar alle kritiek verstomt bij het beschouwende werk. Wat opvalt bij lezing van zijn essays en kritieken is dat Updike's literaire talent eigenlijk meer besteed is aan zijn non-fictie dan aan zijn fictie.

Vlak voor Gertrude and Claudius verscheen Updike's vijftigste boek More Matter, een tegen de duizend bladzijden tellende verzameling essays en kritieken. Ze zijn gedurende de afgelopen acht jaar in de The New Yorker en in tientallen andere tijdschriften verschenen.

Zijn verering voor The New Yorker is nog altijd heel groot. 'Als kind werd ik verliefd op dat tijdschrift, mijlen van mij verwijderd (...) te verschijnen onder hetzelfde door Rea Irvin ontworpen koplettertype, tussen de vignetten van White, Cheever en Thurber, en te midden van die magische cartoons, kwam het mij voor als een droom die werkelijkheid was geworden. Zo voel ik het nog.' Waar de redacteuren eens veel ouder en wijzer waren dan hij, 'grijs en gezaghebbend, omgeven door een sjamaanse mystiek', zijn ze nu veel jonger, jong genoeg om zijn zoons of dochters te kunnen zijn.

More Matter is de vijfde bundel in zijn soort, de voorgangers zijn even omvangrijk en ze zijn alle vijf even boeiend, vitaal, humoristisch en geleerd. Het zijn afschrikwekkend dikke boeken die je niettemin keer op keer uit de kast pakt en die, waar je ze ook openslaat, uitnodigen tot verder lezen. Er is bijna geen onderwerp waarover Updike zijn gedachten niet heeft laten gaan. Er is haast geen schrijver te noemen aan wie hij geen beschouwing heeft gewijd, of het nu gaat om grote of minder grote hedendaagse schrijvers van Amerikaanse, Europese of andere origine, dan wel om de grote meesters uit het recente en verre verleden. Een kleine greep uit de inhoudsopgave geeft al een beeld van de reikwijdte van zijn belangstelling: 'Freedom and Equality'; 'The Twelve Terrors of Christmas'; 'Proust Died for You'; 'Religion and Literature'; 'Remembering Pearl Harbor'; 'The Sistine Chapel Ceiling'; 'The Ten Greatest Works of Literature, 1001-2000'.

More Matter is in sommige opzichten nog aantrekkelijker dan de voorgaande bundels, omdat het tamelijk veel stukken over zijn persoonlijke ontwikkeling bevat en een paar prachtige over intrigerende foto's die bij de stukken zijn afgedrukt. Updike suggereert in zijn voorwoord dat dit misschien zijn laatste bundel is. Het is te hopen van niet, maar met de Nobelprijs moesten ze maar niet te lang meer wachten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden