Voorbij de verdrietjes

Nederland lijkt zich massaal te storten op het gedicht. Morgen wordt de winnaar bekend van de nationale Gedichtenwedstrijd. Er kwamen meer dan vijftienduizend bijdragen binnen....

Poëzie leeft! Van de gemiddelde gedichtenbundel worden weliswaar nog altijd hooguit een paar honderd exemplaren verkocht, maar daar staat tegenover dat de poëzie zich in enorme belangstelling mag verheugen.

De Dichter des Vaderlands is sinds enkele jaren een erkend instituut, evenals Nationale Gedichtendag – aanstaande donderdag is het weer zover. Nederland hangt vol met raamgedichten, versregels op kussenslopen en bedrukte koffiemokken van de stichting Plint (www.plint.nl). Gevels zijn voorzien van muurgedichten, zoals onder meer in Leiden (zie: www.muurgedichten.nl), Den Bosch en Waterland.

Nieuw dit jaar is de Nationale Gedichtenwedstrijd. Een fenomeen, georganiseerd door de Turing Foundation en de Poëzieclub, dat een jaarlijkse traditie moet worden, analoog aan Engeland, waar de wedstrijden al decennia een bloeiend bestaan leiden. En dus werden afgelopen jaar dichters van alle pluimage opgeroepen hun schrijfsels in te zenden ter beoordeling.

Die oproep was niet aan dovemansoren gericht. Voorzichtig hadden zij gehoopt op 2.500 inzendingen, zegt Saskia Frinking, coördinator van de wedstrijd. Het werden er 15.688, ingezonden door maar liefst 6.300 dichters.

Aan de jury (Gerrit Komrij, Giel Beelen, Vrouwkje Tuinman, Alexander Ribbink en Sanneke van Hassel) de taak er de beste uit de kiezen. ‘Dat er aan ‘het beste gedicht’ een bedrag van 10 duizend euro was verbonden zal aan de toeloop niet vreemd zijn geweest’, schrijft Komrij in het voorwoord van de bundel Zoals een haan een ei legt, waarin de honderd beste gedichten zijn afgedrukt.

Ook de garantie dat de inzendingen tot het einde toe anoniem zouden worden voorgelegd, moet de aantrekkingskracht op amateurs hebben vergroot.

De in de ogen van de jury beste honderd inzendingen zijn gebundeld door uitgeverij Augustus – de gedichten op deze pagina zijn eruit afkomstig. Afgelopen weken werden inzendingen dagelijks voorgedragen en besproken aan het slot van het radioprogramma Met het oog op morgen.

Twintig dichters zijn uitverkoren om woensdag – aan de vooravond Nationale Gedichtendag – in de Amsterdamse Schouwburg te horen hoe juryleden Vrouwkje Tuinman en Sanneke van Hassel hun inzending voordragen. Een van die twintig zal worden uitgeroepen tot winnaar en dus maker van ‘het beste gedicht’, hoe discutabel en subjectief ook. Dat laatste beaamt juryvoorzitter Gerrit Komrij in zijn verantwoording. Een aantal gedichten kon zonder aarzeling retour afzender. Maar uiteindelijk kwam de jury unaniem tot een selectie. De topdrie bestaat uit gedichten waarin, aldus Komrij, ‘met onsentimentele woorden een nachtmerrie wordt opgeroepen, waarin iemand probeert op ongewone manieren de waanzin te smoren en waarin alle zintuigen worden aangesproken, waarna hopelijk een nieuwe morgen wacht.’

Tenzij een enkele inzender zich heimelijk bedient van een pseudoniem om zijn professionele status te verhullen, is het niveau van de inzenders dat van ‘geoefende amateur’, aldus Frinking, die ‘prettig verrast’ was door de kwaliteit van de gedichten.

Zoals het roemruchte radioprogramma Candlelight (met het donkerwarme stemgeluid van Jan van Veen) dertig jaar terug al demonstreerde, is de grootste groep dichters afkomstig uit de hoek van de zelfexpressie.

Frinking: ‘Het woord ik staat al in de titel, altijd gaat het over eenzaamheid.’

Of, in de woorden van Gerrit Komrij: ‘Onuitroeibaar lijkt in Nederland het idee dat poëzie iets te maken heeft met het poëziealbum, met verdrietjes en zelftherapie, met ik ben ongelukkig en ik voel me beroerd, en de hele wereld zal het weten.’ Dat weerspiegelde zich in de inzendingen. Komrij: ‘Opnieuw wemelde het van ik ben een doorgeefluik van levenslust en stille stormen bestormen mijn hart en de roos fluistert fluwelen zinnen.’

De andere groep bestaat uit taalliefhebbers die spelen met woorden en zinnen. Frinking: ‘Vaak blijken de inzenders multitalenten, die al langer bezig zijn op verschillende terreinen en ook verhalen schrijven.’ Sommigen zijn creatief docent, onderhouden een website, of hebben soms al een contract met een uitgever voor een verhalenbundel. Niettemin: ‘Van de winnaar hadden wij nog nooit gehoord’, aldus Frinking.

De oplevende belangstelling voor poëzie is met raadsels omgeven, ook voor Frinking. Zo is de gemiddelde poëzieavond bepaald geen kassucces, maar de Amsterdamse Schouwburg is woensdag uitverkocht. Nederland kent enthousiastere beoefenaars dan lezers van poëzie, zo lijkt het. Maar het verheugende is de kennelijk onverwoestbare kracht van poëzie: ‘Zodra er iets ingrijpends gebeurt in het leven, grijpen veel mensen toch terug op poëzie’, aldus Frinking. Ook opvallend: de verdeling tussen mannen en vrouwen is precies gelijk. Frinking: ‘In de literaire wereld is poëzie voornamelijk een mannenzaak. Bij ons dus niet.’

Maar de belangrijkste les uit de gedichtenwedstrijd, die in elk geval de komende vier jaar zal terugkeren, is volgens Komrij: ‘Dat poëzie geen zaak is van dichters ten behoeve van andere dichters, maar van dichters die poëzielezers zoeken en eisen.’

De grote vraag voor de organisatoren is hoe de wedstrijd in de toekomst zal verlopen. Saskia Frinking: ‘De vraag is of alle bureauladen nu in een keer geleegd zijn, of dat Nederlandse dichters massaal aan het dichten slaan.’

Zoals een haan een ei legt (Augustus) is vanaf woensdag te koop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden