Voorbestemde ondergang

Een hoogdravende uitspraak, die niettemin zou kunnen kloppen. De familie Masjber is met zijn bijna achthonderd pagina's een kolossaal werk dat mede dankzij de schitterende vertaling van Willy Brill verbazingwekkend snel leest en dat een zeer gedetailleerd beeld oproept van een wereld die allang verdwenen was toen de schrijver het in de jaren dertig van de vorige eeuw op papier zette.

De Russisch-joodse schrijver Pinchas Kahanowitsj (1884-1950) nam het pseudoniem Der Nister, dat 'de verscholene' betekent, al aan bij zijn eerste publicatie in 1907, een boek met surrealistische verhalen die nauw verbonden waren met de kabbalistische mystiek. Der Nister schreef in deze stijl verder tot de communistische partijorganen halverwege de jaren twintig de eisen van het socialistisch realisme zo scherp formuleerden, dat er voor zijn fantasierijke stijl weinig ruimte overbleef.

Noodgedwongen sloeg hij een andere weg in, al was het maar om te kunnen blijven schrijven. Hij veranderde met veel moeite in een realist, of zoals hij in 1934 aan een broer schreef: 'Overstappen van symbolisme naar realisme is voor iemand als ik, die zich zo intens heeft toegelegd op het vervolmaken van zijn methode en stijl van schrijven, uiterst zwaar. Het is geen kwestie van techniek, je moet opnieuw geboren worden, je moet je ziel van binnen naar buiten keren . . .'

Op het moment dat Der Nister dit schreef, werkte hij aan het eerste deel van Di misjpoche Masjber, dat in 1939 verscheen. Het tweede deel volgde in 1948, aan het eind waarvan hij nog een vervolg aankondigt dat helaas nooit is verschenen. In hetzelfde jaar werd hij gearresteerd, en twee jaar later stierf hij in de Loebjanka-gevangenis in Moskou als een van de, voorzover bekend, twaalf Jiddische schrijvers die door Stalin uit de weg werden geruimd.

Dat De familie Masjber een uniek boek is, lijdt geen twijfel. Niet zozeer de thematiek van het joodse leven in het Oost-Europa van de 19de eeuw is zo bijzonder, maar wel de manier waarop Der Nister deze weggevaagde wereld in beeld brengt. Als een gids die zijn publiek wil verbazen, laat hij een ongekende stroom personages voorbijtrekken. Zijn toon is licht ironisch, en slechts een enkele keer schiet hij uit zijn slof, bijvoorbeeld wanneer hij het gearrangeerde huwelijk tussen een autistische rijkeluiszoon en een van gezondheid blakende dienstmeid een 'krankzinnige vertoning' noemt.

In zijn voorwoord omschrijft Der Nister zijn werkwijze als 'kunstzinnig realisme'. Hij is niet van plan zijn personages 'luidkeels te veroordelen, maar hen rustig en gestaag de hun voorbestemde gang te laten gaan, die historisch onontkoombaar hun laatste zou zijn - de ondergang'. Een ondergang die zich alleen goed laat beschrijven door een 'getrouwe weergave van de innerlijke logica, die het lot van deze personages bepaalde'.

Van dit noodlotsdenken is het boek doordrenkt, want hoe nuchter de ondergang ook wordt beschreven, het is de machteloosheid van de personages die je bijblijft. Zoals die van Moisje, een van de drie broers Masjber, die als baas van een kredietbank ten onder gaat nadat hij van de opperrabbijn een uiterst twijfelachtige opdracht heeft gekregen. Hij moet een stel Poolse landheren aan een enorm bedrag helpen, dat zij als zwijggeld dienen op te hoesten, omdat een van hen in een dronken bui geschoten heeft op een portret van de tsaar.

Een merkwaardige zaak die tot gevolg heeft dat alles bergafwaarts gaat in huize Masjber. De enige figuur die situaties daadwerkelijk naar zijn hand kan zetten, is Sroeli Gol, een man die als een scheldende zwerver het boek komt binnenlopen, maar die zich ontpopt als een rijke weldoener die geheel anoniem arme sloebers van eten en drinken voorziet. Een metamorfose die hij op zijn beurt weer te danken heeft aan Loezi Masjber, de streng religieuze, oudere broer van de bankier.

Het verhaal van deze Loezi is buitengewoon fascinerend en is terug te voeren op de broer van de schrijver. Net als Loezi sloot deze zich tot ontsteltenis van zijn familie aan bij de Bratslaver Chassidiem, een joodse sekte die zich liet inspireren door de 18de-eeuwse rabbijn Nachman van Bratslaw. Vooral veel arme mensen werden lid van deze extatische sekte, die zich nu eens niet bediende van het Hebreeuws, maar van de volkstaal die het Jiddisch was.

Wat Der Nister schrijft over het conflict dat Loezi hierdoor met de opperrabbijn krijgt, laat zien dat de schrijver weinig ophad met de rechtlijnigheid waarmee mensen elkaar veroordelen. Niet dat hij het met de wat ruimere opvattingen van Loezi eens was - ook deze krijgt het verwijt dat hij zijn volgelingen dom en afhankelijk houdt.

Dit alles en nog veel meer speelt zich af in de stad N., waarvan achter in het boek zelfs een handgetekende plattegrond is opgenomen. Ogenschijnlijk een uit de kluiten gegroeid dorp, maar in werkelijkheid gebaseerd op het tegenwoordig in Oekraïne gelegen Berditsjev, de geboortestad van de schrijver en volgens de vertaalster ooit 'de meest joodse stad van het oude Rusland'.

Maar dat was vóór 1919, toen een pogrom van het Oekraïense leger veel slachtoffers maakte, en lang voor 5 oktober 1941, de dag waarop de Duitsers het getto in Berditsjev konden opheffen omdat ze in drie maanden tijd alle joden hadden vermoord.

Der Nister: De familie Masjber.
Vertaald uit het Jiddisch door Willy Brill.
Vassallucci; 765 pagina's; ¿ 50,-.
ISBN 90 5000 383 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden