Voorbeeldige solo van intens spelende Ingeborg Elzevier

Amanda van Walter van den Broeck. Regie Christiaan Nortier, spel Ingeborg Elzevier. In Toneelschuur Haarlem, 21 november. Tournee...

Toeval of niet, in het theater is de solo weer in opmars. Will van Kralingen in Else, Antje de Boeck in Colometa, Ramsey Nasr in De Doorspeler, Benjamin Verdonck in Wat ik graag zou willen zijn en nu dan Ingeborg Elzevier in Amanda. De jonge acteurs maken wildebrastoneel vol eigen associaties, de actrices willen vooral verhalen vertellen - verhalen over vrouwen, en de mannen in hun leven. Het publiek is kennelijk toe aan rustig zitten, luisteren en een eindje mee-fantaseren.

Goed solotoneel moet aan twee voorwaarden voldoen: het verhaal moet boeiend zijn en de acteur moet interessant genoeg zijn om een hele avond lang naar te luisteren en naar te kijken. Theater is namelijk behalve duizend dingen meer toch ook een avond doorbrengen met iemand die je graag ziet.

In de voorstelling Amanda naar de monoloog van de Vlaamse schrijver Walter van den Broeck is aan beide voorwaarden voldaan. Het is een voorbeeldige theatermonoloog van een verrassend sterke tekst, gespeeld door een actrice die zelden zo goed op dreef was. Met haar rollen in Kwartet van Heiner Müller bij Toneelgroep Amsterdam en Angels in America van het RO Theater behoort deze monoloog tot de hoogtepunten in de lange loopbaan van Elzevier.

De vrouw die ze speelt, Amanda, woont in Mexico en is getrouwd met een Belgische man die ze 25 jaar geleden bij toeval ontmoette - een magere man met betoverende, blauwe ogen. Niet alleen Amanda heeft zich in die ogen verloren, ook andere vrouwen raakten verslaafd aan deze charmeur, die zijn machogedrag combineert met een onwezenlijke aantrekkingskracht. Hij presteert het zelfs om na een paar jaar huwelijk regelmatig chique bordelen te bezoeken en daarover niet geheimzinnig te doen. Amanda's stopwoordjes zijn 'Ja, natuurlijk', nee zeggen heeft ze niet geleerd.

Dat ze het botte gedrag van haar man al meer dan 25 jaar tolereert, lijkt aanvankelijk een raadsel, maar wordt gaandeweg steeds geloofwaardiger. Amanda spreekt ons aan op de vooravond van het jaarlijkse feest op de Belgische ambassade, waar haar gezin als lid van de plaatselijke upperclass als altijd zal stralen. Dat Amanda voor deze gelegenheid haar oude trouwjurk uit de kast haalt en er uitziet als een blinde vink, is de voorbode van een even spannende als onverwachte ommekeer in haar leven. Hier onthullen wat er op die dag allemaal gebeurt, zou een hoop plezier voor het publiek dat nog naar deze voorstelling gaat, bederven.

Het is in wezen ook niet zo belangrijk, het draait niet om de feiten maar om de opeenhoping van absurde gebeurtenissen die deze opgesloten vrouw zullen bevrijden. Na afloop haal je opgelucht adem: Amanda, die fantastische vrouw, dat topwijf, is eindelijk los van die man - mooie ogen of niet. En ze verdient het, want terwijl manlief al in de trein zat naar het paradijs, bleef zij op het perron achter.

Van den Broecks tekst gaat niet alleen over dit ene vrouwenleven, maar ook over de sociale verschillen tussen rijk en arm, tussen de mensen uit de stad en de bergbewoners. Nergens is die invalshoek bedacht of boodschapperig, beide lijnen komen als vanzelfsprekend bij elkaar.

Even vanzelfsprekend is het acteren van Ingeborg Elzevier. Ruim anderhalf uur lang houdt ze haar publiek in de ban van haar personage, en ook van haarzelf. In deze solo koppelt Elzevier het leven van een gewone vrouw met een bijzonder verhaal aan de aanwezigheid van een bijzondere actrice. Dat levert in dit geval een buitengewoon intense ervaring op.

Hein Janssen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden