Boeken

Voor Zutphen blijft dichter Ida Gerhardt (1,64 m) groter dan de Wijnhuistoren

Leeft de geest van de schrijver voort in de steden die hij heeft verbeeld in zijn werk? Onno Blom gaat deze zomer op zoek en neemt fotograaf Renate Beense mee. Vandaag: het Zutphen van Ida Gerhardt.

Het bronzen standbeeld van Ida Gerhardt, gemaakt door kunstenaar Herma Schellingerhoudt, aan de IJssel. Beeld Renate Beense
Het bronzen standbeeld van Ida Gerhardt, gemaakt door kunstenaar Herma Schellingerhoudt, aan de IJssel.Beeld Renate Beense

‘Voor Ida doe ik alles’, zegt Ad ten Bosch, schrijver en voormalig boekhandelaar. Hoewel herstellend van een knieoperatie is hij bereid om met ons – hinkend maar onvervaard – door het Zutphen van Ida Gerhardt (1905-1997) te lopen.

De datum waarop Ten Bosch de fameuze dichteres voor het eerst ontmoette, weet hij nog uit zijn hoofd: 22 maart 1979, de dag dat haar bundel Het sterreschip verscheen. Hij was 28, zij 74. Hij had net Van Someren & Ten Bosch in de Turfstraat overgenomen, de boekhandel van zijn vader die plotseling was overleden. Gerhardt was de winkel binnengekomen om te klagen dat haar nieuwe bundel niet prominent in de etalage lag. Sterker nog: de bundel was niet eens in huis. Zij foeterde het personeel uit en daarna de nieuwe baas.

‘Ik zie haar nog zo staan, met haar borstelige grijze haar’, zegt Ten Bosch. ‘Ze klonk als koningin Wilhelmina. Dwars en onverzettelijk. Ik was meteen gek op haar.’ Tussen de jonge boekhandelaar en de oude dichteres ontwikkelde zich na dit onfortuinlijke begin een hechte vriendschap. ‘Al is ze tot haar dood onhandelbaar gebleven’, grinnikt Ten Bosch. ‘‘Als je nou niet ophoudt, duw ik je de IJssel in’, zei ik tegen haar. ‘Heerlijk, Ad, dan kom ik tenminste nog één keer langs Kampen.’’

De voorgevel van boekhandel Van Someren & Ten Bosch in Zutphen.

 Beeld Renate Beense
De voorgevel van boekhandel Van Someren & Ten Bosch in Zutphen.Beeld Renate Beense

Nu staat Ida’s bronzen beeld aan de IJsselkade, op het brede plaveisel tussen de statige oude herenhuizen en het water. Handen in de zakken van haar regenjas, de stevige ouwedamesstappers met dikke, doorgestikte zolen op de stenen van de kade. Door haar jarenvijftigbril kijkt ze naar de snel stromende rivier, waar een rijnaak nadert.

‘Als je dichtbij komt, lijkt ze net op Jacques d’Ancona’, zegt Ten Bosch. En wat is ze klein! Ida mat slechts 1.64. Het beeld (van kunstenaar Herma Schellingerhoudt ) is levensgroot – al is ze voor Zutphen natuurlijk groter dan de Wijnhuistoren.

Ad ten Bosch ziet haar schim vooral opdoemen in de lieflijke kloostertuin van de Broederenkerk of in de drukke, middeleeuwse steegjes tegenover de winkel. ‘Vlak langs mij stormt een horde van scholieren / De Turfstraat in. Vluchtend voor hun tumult / Bereik ik zigzag binnendoor de Zaadmarkt.’

Het bronzen standbeeld van Ida Gerhardt: ‘Van dichtbij lijkt ze op Jacques d’Ancona.’
 Beeld Renate Beense
Het bronzen standbeeld van Ida Gerhardt: ‘Van dichtbij lijkt ze op Jacques d’Ancona.’Beeld Renate Beense

Of in het oude Bornhof, waar op de poort uit 1732 staat te lezen: ‘Hier vloeit een spring born van noodwendigh onderhout’. Dat historische opschrift, vertelde Gerhardt bij de presentatie van Dolen en dromen op 8 november 1980, was haar ‘te klam’. ‘Hier vloeit een springbron van gerechtigheid’, dichtte zij, ‘misschien staat dàt nog eens, als eerbaar inschrift, / midden in Zutphen op een gevelsteen.’

Een tekst van Ida Gerhardt op de muur van het Bornhof in Zutphen.
 Beeld Renate Beense
Een tekst van Ida Gerhardt op de muur van het Bornhof in Zutphen.Beeld Renate Beense

Dolen en dromen mocht van Gerhardt geen hommage aan Zutphen heten, maar was het natuurlijk wél. Ze was gehecht aan de stad, waar ze in 1966, na haar pensioen als docent klassieke talen was komen wonen met haar levensgezellin Marie van der Zeyde.

Toch zou je haar lange, meanderende gedicht tekortdoen als je het las als een ansichtkaart. ‘Het gedicht’, vertelde ze, ‘gaat over een wijze van ervaren die de mens soms – bij hoge uitzondering – ten deel mag vallen: het bekende en het vertrouwde opent zich voor hem. Het onthult zijn wonderen en verborgen samenhangen en geeft nochtans zijn laatste geheimenis niet prijs.’

Als Marietje, ‘de lange’, en Ida, ‘de kleine’, samen naar de stad waren gekomen met de bus, Marietje met een oude koffer vol wasgoed in de ene en het boodschappenlijstje (‘anderhalf zoutloos volkorenbrood gesneden van Kelderman’) in de andere hand, eindigden ze vaak in de boekhandel. Niet zelden bracht Ten Bosch de oude dames dan met de auto terug naar huis.

Een blaffende hond in een van de middeleeuwse steegjes van Zutphen.

 Beeld Renate Beense
Een blaffende hond in een van de middeleeuwse steegjes van Zutphen.Beeld Renate Beense

Dat doen we nu ook – we rijden naar de Zutphenseweg 120 in Eefde. Er lijkt weinig veranderd. Toch is alles anders. Binnen vallen in het tegenlicht niet langer twee bolletjes te ontwaren boven de tafel. Marietje zat links, Ida zat rechts. Om half vier ’s middags dronken ze koffie. Volgens Ida was die ‘woestheerlijk’, volgens Ten Bosch, een van de zeer weinigen die werd binnengelaten, ‘slootwater’.

Voor een kopje koffie nam Ida ook weleens de bus naar één halte verder aan de Zutphenseweg in de richting van Gorssel. Daar, op een hoek, zat Café Het Puttertje. Tevens de titel van Gerhardts laatste, gepubliceerde gedicht: ‘Het is een klein en landelijk café, / Dat door een stokoud echtpaar wordt beheerd. / Het is er ’s avonds stil. Men praat er niet. / Tenzij er iets opmerkelijks geschiedt: / Een schaker die te laat zijn dame ziet / Schaak staan. Een plotseling collé.’

Het Chinese specialiteitenrestaurant China Town in Zutphen. Voorheen zat hier café Het Puttertje, waar Ida Gerhardt graag haar koffie dronk.

 Beeld Renate Beense
Het Chinese specialiteitenrestaurant China Town in Zutphen. Voorheen zat hier café Het Puttertje, waar Ida Gerhardt graag haar koffie dronk.Beeld Renate Beense

Café Het Puttertje is nu Chinees Specialiteiten Restaurant China Town. Het vervallen pand heeft in de tussentijd een woestheerlijke aanbouw gekregen met felgroene dakpannen van een pagode. Het is uitgestorven. Niemand zin in babi pangang. Wij ook niet. Toch gaan we naar binnen. Voor Ida en wat wij niet kunnen zeggen. ‘Men ziet welwillend op bij mijn entree: / Ik groet, ik houd mij strikt aan mijn gebied. / Er is een tafeltje gereserveerd. / Eindelijk. Einde van de Odyssee. / Koffie. Denken en werken, ongedeerd.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden