DagboekAlcoholvrij

Voor zijn eerste Dry January zocht Marcus Huibers steun bij de literatuur (en het hielp!)

Hoe doorsta je een januarimaand zonder alcohol? Hoogleraar klinische psychologie en Volkskeuken-medewerker Marcus Huibers zocht steun bij de literatuur en hield een dagboek bij.

Beeld Martyn Overweel

1 januari 2020

Vanochtend de eerste mail van IkPas, het onlineplatform voor mensen die net als ik de eerste dertig dagen van het jaar zullen droogleggen. Ongeveer 40 duizend lotgenoten doen mee, aanmelden kan tot 6 januari. Vijf dagen additionele slemptijd omdat je niet de ruggegraat hebt om op Nieuwjaarsdag te beginnen, is dat niet valsspelen?

Ik heb besloten steun te zoeken bij mijn boekenkast en viste er als eerste het magistrale De drinker van Hans Fallada uit, een boek dat diepe indruk op me maakte toen ik een tiener was. Fallada’s drinker, Erwin Sommer, is een zakenman die goedgemutst zijn ondergang tegemoet gaat. Zijn huwelijk is uitgerangeerd en door een gebrek aan ijver staat zijn handel in landbouwproducten op instorten. Van praktisch een geheelonthouder verandert hij van de ene op de andere dag in een onbedaarlijke zuiplap, en de roes bevalt hem goed. Zijn talrijke tekortkomingen heeft hij tot dan toe weten te verbloemen, maar vanaf nu gaat het met een bedwelmende vaart bergafwaarts. 

Het zal wellicht aan de frisse januaristart liggen, maar het verhaal komt opnieuw keihard binnen. De drinker verliest zich in de jenevergedreven waan van een toekomst met een willekeurig barmeisje, zijn ‘Reine d’Alcool’ (die hem openlijk besteelt) probeert ’s nachts zijn tafelzilver te stelen, vliegt daarbij zijn vrouw aan, die hem betrapt, en belandt daardoor in de gevangenis, waarna de ellende pas echt begint. Het huiveringwekkende is dat Fallada, zelf verslaafd aan drank en drugs, het boek in 1944 in een nazi-gevangenis schreef, waar hij vastzat voor poging tot doodslag op zijn vrouw. Als hij zich op de vlucht wekenlang verschanst in een gehuurde kamer en zuipt en kotst, zuipt en kotst, denk ik voor het eerst dat ik misschien wel nóóit meer wil drinken.

5 januari 2020

Sir Winston Churchill was ook een fulltime-alcoholist, lees ik in boek twee, de biografie van bewonderaar Boris Johnson. Na een stevig ontbijt van eieren, bacon en worst begon het met scotch and soda (‘more a mouthwash’, aldus een dochter), gevolgd door champagne en witte wijn bij de lunch, rode wijn en cognac tot diep in de nacht. En ondertussen de mondiale orde in twee wereldoorlogen naar zijn hand zetten: dat doen weinigen hem na (op Jean-Claude Juncker na misschien). Hij hield het lang vol, zowel qua draadkracht als oud worden, en ik registreer de geruststellende gedachte dat we ons met z’n allen vreselijk aanstellen als het om de gevaren van alcohol gaat. ‘Mijn opa rookte ook en die werd 92’, in die trant.

10  januari 2020

Drink ik te veel? Als we de norm van de Gezondheidsraad (een glas per dag) hanteren absoluut, en de meeste van mijn vrienden ook. Mijn genen maken dat áls ik eenmaal begin, ik de volgende ook lust. Mijn enthousiasme neemt met elk drankje exponentieel toe, met de volharding van een langeafstandsloper. Dat ik weinig last heb van katers, helpt ook al niet mee (of misschien drink ik toch te weinig). Mijn oplossing is om op gewone weekdagen niet te drinken. Dat lukt niet altijd en als ik eerlijk ben, drink ik in woelig vaarwater meer dan normaal. ‘Als ik eerlijk ben’, is dat waarover deze exercitie gaat?

Het kan altijd erger. Schrijver en bekeerde geheelonthouder Erik Jan Harmens begon ooit elke dag met vier Westmalle Tripel, gevolgd door flink wat wijn en afgetopt met sterke drank in zijn ‘Erik Jan-tijd’. Een bourgondische levensstijl, dacht-ie zelf, totdat hij zich realiseerde dat hij een verstokte alcoholist was geworden.

Ik had gehoopt dat de roman – boek drie – die hij daarover schreef, Hallo muur, een ontnuchterende duw in de goede richting zou geven, maar ik vind het effect op mij tegenvallen. Getroebleerde jeugd, transgenerationeel gezinsgedoe, veel getob en heel veel drank in combinatie met pijnlijke situaties, gistende zelfhaat en een schuurtje vol lege flessen. Houd op met je zelfverkozen eenzaamheid en drink wat, in godsnaam, riep ik regelmatig tegen kurkdroge pagina’s. Het is allemaal buitengewoon deprimerend, zonder dat mij nou meteen de lust tot drinken vergaat. Sterker nog, zo’n Westmalle zou er inmiddels wel ingaan.

12 januari 2020

Gisteravond nieuwjaarsdiner met de jaarclub, inclusief onze vrouwen en een overvloedig wijnarrangement. Tot nu toe ging het goed. Niet drinken kost me opvallend weinig moeite, gebrek aan discipline is nooit mijn probleem geweest. Maar tegen deze avond heb ik opgezien. De borrel begon al vroeg, met bier voor de club en bronwater voor mij. Op de helft van ons zevengangenmenu was een aantal van mijn geliefde clubgenoten (en een enkele dame) al aardig in de olie. Meestal nam ik daarin het voortouw, nu was ik observant. Vanaf de andere kant van de tafel loerden ze welwillend naar me met een lodderige, intens tevreden blik. Gek dat je dat niet ziet als je zelf hebt gedronken. Het was gezellig, maar het viel me op dat de dame links zowat over me heen hing als ze iets wilde zeggen en de dame rechts telkens aan hetzelfde verhaal begon.

Drie keer werd me gevraagd of ik echt geen glas wilde. Beslist schudde ik van nee, terwijl ik naar een glas rode wijn snakte, zeker toen de uitstekende runderwang werd opgediend. Snuivend aan een van de glazen op tafel kon ik het bijna proeven, het vocht in mijn mond, de zalige warmte die vanuit je buik naar je hoofd stijgt, de gloedvolle lichtheid. Hoe doen vrouwen dat eigenlijk als ze zwanger zijn?

Vanochtend, fris en zelfvoldaan, pakte ik boek vier erbij, Hungover van Shaughnessy Bishop-Stall; leedvermaak over de kater die mijn vrienden aan het platwalsen was. Het leest als een hilarische roadtrip, plankgas in gonzostijl, waarin de reizende schrijver de krankzinnigste antikatermiddelen met gevaar voor eigen leven (en lever) uitprobeert, uiteraard na de nacht ervoor stevig te hebben doorgehaald. Het begint met een bezoek aan Las Vegas, waar hij zich vreselijk bezat, wakker wordt in een vreemde hotelkamer, een hangover-kliniek bezoekt voor een intraveneuze antikatercocktail, nog dronken in een racewagen stapt, er doodziek weer uitkruipt, concludeert dat het infuus weinig zin had, misselijk in een gevechtsvliegtuig vliegt, brak van een honderd verdiepingen hoog gebouw springt en zich dán pas weer een beetje fris voelt. Het boek, stevig gemarineerd in wetenschappelijk bronmateriaal, is zo heerlijk geschreven en vrolijk stemmend dat ik er haast zin in een kater van krijg. Maar dan moet je eerst drinken.

31 januari 2020

Gisteravond om 18.47 uur weer mijn eerste glas gedronken. Eigenlijk een dag te vroeg, maar ik dineerde met internationale gasten in restaurant Rijsel en dat leek me een geschikt moment. Na drie glazen wijn liep het spraakwater over mijn lippen.

Als ik eerlijk ben (ja, dat is waarover dit gaat), is alles waar wat ze zeggen: ik ben beter gaan slapen en voel me iets energieker, al was het al met al een beetje saai en duurde januari lang. Ik denk dat ik het volgend jaar weer ga doen, zo’n maand, nou ja, 29 dagen zonder alcohol.

Anderzijds: is er iets menselijker dan het verlangen naar de roes? En is dat echt zo erg? We hebben religie door levensstijl vervangen, maar wat is gebleven, zijn het dogma en de intolerantie voor de aberratie. Gematigdheid is ons heilige gebod, elke afwijking buiten de bandbreedte verdacht. Leven is lijden, en dat zullen we geremd en hyperalert doorstaan. Je zou er een angststoornis van krijgen.

Maar hoe kan ik zonder drank de existentiële verschrikkingen van dit gruwelijke bestaan onder ogen zien én schrijven, vroeg de legendarische drinkebroer Ernest Hemingway zich af. Gisteren proostte ik dus voorzichtig op mijn gezondheid, met rode Rhône-wijn en runderkotelet. Het moet wel een beetje leuk blijven.

Meer over Dry January

De 0.0'tjes waren niet aan te slepen in januari. Ook in de Jopenkerk in Haarlem, grand café van brouwerij Jopen, ging tijdens Dry January het alcoholarme speciaalbier het Nonnetje grif over de toonbank. ‘De meeste gasten vonden 0,3 procent nog wel acceptabel.’

Columnist Thomas van Luyn hoorde pas van Dry January op de nieuwjaarsborrel. ‘Dacht ik iets te doen voor mezelf waar niemand iets mee te maken had, bleek ik ineens deel uit te maken van een hype, met een eigen hashtag en alles.’

Columnist Julien Althuisius had al snel gehad met de alcoholvrije maand. ‘Blijkbaar is het niet meer mogelijk om iets verstandigs te doen zonder daar luidruchtig over te zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden