Voor Sybren Polet is Ander Proza almaar gewoner geworden

Na 'experimentele' boeken als Xpertise of De experts en het rode lampje en de bijna berucht geworden bloemlezing Ander proza in de jaren zeventig kreeg Sybren Polet zoveel hoon over zich heen dat hij besloot zijn lier aan de wilgen te hangen....

Arjan Peters

VIJF JAAR geleden klom Sybren Polet (1924) terug op het literaire podium, na een periode van verkettering en crisis, waarover hij tot dusver heeft gezwegen. Onlangs verscheen De hoge hoed der historie, een aanstekelijke superroman. Voor volgend jaar staan zijn Verzamelde Gedichten op stapel, plus het eerste deel van zijn autobiografie. Pardon, Autodiagrafie - want een nieuwsgierige experimenteel verleert het morrelen aan conventionele begrippen nooit.

Dat blijkt ook uit De hoge hoed der historie, tot en met het slotcitaat van Friedrich Nietzsche: 'Gewisz, wir brauchen Historie, aber wir brauchen sie anders. . . Das heiszt, wir brauchen sie zum Leben und zur Tat.' Sybren Polet: 'Het citaat is bedoeld als opening naar het wit van de marge. Buiten het boek herneemt zich het heden, waarin de lezer misschien anders gaat kijken en handelen.

'Ik trof dat citaat aan, lang nadat ik het boek had voltooid. In de eerste plaats gaat het mij om een persoonlijke verwerking van onze geschiedenis, die daarmee een andere wordt. Dat heb je dringend nodig voor het vormen van je eigen perspectief - iets anders dan historische bepaaldheid. Tegenwoordig valt de belangstelling voor geschiedenis weg, wat rampzalig is voor de cultuur. Die boodschap is niet de aanleiding voor het boek geweest. Als er daarin al sprake is van een waarschuwing, dan schuilt die in de exemplarische uitbeelding van de alarmerende godsgruwelijkheden die mensen elkaar hebben aangedaan. Niet dat ik een galdonkere kijk op het leven heb. Ik heb plezier in verschillende dingen die de mensheid óók heeft voortgebracht: beeldende kunst, muziek. Daar kan ik als bevoorrecht welvaartsmens van genieten.

'Een van de redenen waarom ik De hoge hoed der historie heb geschreven, was dat ik de geschiedenis wilde overzien en haar verwerken door het opnieuw vertellen van oude verhalen en het bedenken van nieuwe in oude trant. Puur intuïtief ben ik twintig jaar geleden gaan kijken welke perioden uit de geschiedenis mij verhalen konden opleveren. De zeventiende eeuw met de Zonnekoning was meteen raak, met in zijn gevolg: de Rothschilds als geldvorsten, Elvis Presley als verloederde King, de grote Kahn der Tataren, Nero. Maar ook de negentiende eeuw, toen het genre van de detective zijn beslag kreeg door Conan Doyle's verhalen over Sherlock Holmes. En zo verder hapstap door twee millennia geschiedenis heen.

'Allengs bleken die verhalen verbindingen met elkaar aan te gaan. Zoiets zie je lang niet altijd aankomen. Voor de helft schrijf je op intuïtie, terwijl de andere helft toekijkt met de gedachte: kan ik dit gebruiken? Kom ik ergens niet uit, dan laat ik het liggen. Negenennegentig procent kans dat ik de volgende dag wél weet hoe het verder moet. Chopin schreef voor één motief wel honderd varianten op. Uiteindelijk koos hij gegarandeerd de eerste, die was namelijk altijd de beste. Dat soort vertrouwen moet je zien op te bouwen. Het is verbazingwekkend hoeveel innerlijke motieven en parallellismen er ontstaan. Ook daarom heet De hoge hoed een 'geschiedboek': het bevat uitsluitend bijgewerkte historiën of grotendeels historiserende verhalen. Ze lagen zo niet al ergens vast, ze geschieden ter plekke.

'Het traditionele verhaal kent een lineaire structuur. Maar ik denk met Jean-Luc Godard: 'Natuurlijk moet elk verhaal een begin, midden en einde hebben, maar niet noodzakelijk in die volgorde.' Een boek kan ook drijven op motieven en symbolen die door terug te keren uit zichzelf een eenheid scheppen. Vanaf Breekwater (1961) zie je dat in mijn boeken gebeuren. Eigenlijk komen al mijn boeken als spontane geboorten uit vorige voort: Breekwater, Verboden tijd en Mannekino, mijn eerste drie, zou je als kamermuziek kunnen zien. Ze handelen over de figuur Lokien Perdok, wiens naam zoveel betekent als: iemand die zijn identiteit zoekt.

'In de daaropvolgende boeken uit de jaren zestig en zeventig kwam daar het sociale engagement bij. Die waren meer op de buitenwereld gericht, laten we zeggen: sterk uitwaaierende symfonieën, waarin Lokien niet alleen het verhaal bepaalde, maar bijvoorbeeld ook de stad waar Lokien dan een onderdeel van is.

'Het was in die tijd, na mijn boek Xpertise of De experts en het rode lampje en de bloemlezing Ander proza (beide 1978; A.P.), dat mijn werk zoveel agressie en weerstand opriep dat ik besloot een tijdlang niet meer te publiceren. Ik maakte een periode van depressie door, en hield me staande door in stilte te blijven werken aan diverse projecten, zoals een studie over de voorgeschiedenis van het modernisme.

'Fascinerend om te doen. Ik kwam er bijvoorbeeld achter dat James Joyce niet een beginner is van experimenteel proza, maar een voleindiger. Vóór hem is alles al een keer beproefd. Neem de grote boeken die aan de wieg hebben gestaan van de Europese literatuur: Don Quichotte van Cervantes, Gargantua en Pantagruel van Rabelais, Tristram Shandy van Sterne. Alledrie rebelleren ze bewust tegen het verhaal dat van a naar z loopt. Je kunt zeggen dat de contra-roman onze echte traditie is! Het zogenaamde klassieke vertellen is pas begonnen in de achttiende en negentiende eeuw. 'Het springerige, fragmentarische, grilliger vertellen is mijns inziens ook veel natuurlijker - en wezenlijk realistischer. Het menselijk brein werkt nu eenmaal zo. Als ik aan mijn werktafel zit en mijn gedachten dwalen af, dan ben ik ineens weer bij die reis die ik vorig jaar maakte, denk aan mijn vader en moeder, en kom weer terug bij waar ik gebleven ben. Inventieve wetenschappers springen - naar is bewezen - vaak ook van de hak op de tak. Ik zal nu niet meer zeggen dat de experimenterende methode de enig zaligmakende is, ze is hooguit adequater te noemen.'

Vanwaar de felle afkeer die Polet blijkbaar twintig jaar geleden opriep? Polet: 'In die tijd heerste er een sfeer van 'doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg', van petieterig realisme. Een anti-Vijftigers-stemming, restauratie was troef. Ik ben niet tegen lineaire epiek: alles moet kunnen, dus dat ook. Daarentegen zijn mensen die angst voor het vreemde hebben, minder verdraagzaam. En die maken 95 procent van de mensheid uit. Kijk maar eens hoevelen er niet op vakantie elk jaar weer naar Frankrijk gaan, en liefst ook nog altijd naar dezelfde regio. Nu goed.

'In het voorwoord van die bloemlezing Ander proza met werk van Jacq Vogelaar, H.C. ten Berge, Ivo Michiels en anderen, viel ik de niet-nieuwsgierige, behoudende critici van destijds frontaal aan. Bovendien kreeg ik te maken met schrijvers die eerst enthousiast en broederlijk hadden meegedaan aan het boek, maar zich er naderhand van distantieerden. Toen was het een verloren zaak en heb ik verder maar mijn mond gehouden. Maar de marginalisering van het afwijkende proza was niet aan mij te wijten, die had allang zijn beslag gekregen.

'Zo'n stemming werkt lang door. Je kunt dat zelfs aflezen aan gunstige recensies die ik nu krijg, als er gewag wordt gemaakt van 'verrassend leesbaar' proza. Met andere woorden: die critici hadden verwacht iets vreselijks onder ogen te krijgen! Zouden ze nu mijn vroegere werk lezen, dan is dat hoogstwaarschijnlijk even verrassend leesbaar.'

Na de kamermuziek en de symfonieën werkte Polet vanaf 1980 toe naar het mega-spektakel van De hoge hoed der historie, waarin Lokien door uiteenlopende tijdperken zwerft. Pas nu bleek hij klaar voor de uitvoering van het idee dat hij al helemaal aan het begin van zijn loopbaan had. In zijn jongste boek leeft Lokien onder meer in de oudheid, de Middeleeuwen en in een science-fictionachtige toekomstwereld van na een kernoorlog. Voorwaar een kameleontisch en acrobatisch bestaan dat een vergelijkbaar inlevingsvermogen vereiste, en een gevarieerde verteltrant.

Polet: 'Elk hoofdstuk heeft een andere stijl, afhankelijk van de periode waarin het verhaal speelt. In 'De illusionisten' zitten we in onze jaren twintig, dus daarin komen expressionistische en gedurfde dadaïstische stijlkenmerken voor. Het 'Amerikaanse' verhaal wordt gekenmerkt door een snelle techniek. Hoe ik op Elvis kwam? Ik haat popmuziek, maar kreeg de Elvis-biografie van Albert Goldman in handen. Ongelooflijk, wat een verhaal. Die verloedering boeide me zo dat ik er niet onderuit kon. Ik ga dan niet ineens naar zijn muziek luisteren, maar wil dan wel weten wat voor figuur dat was.'

Zo gaat dat bij dit sprekende voorbeeld van die vijf procent der mensheid die nooit denkt genoeg te hebben gezien of gelezen. Niettegenstaande zijn deprimerende ervaringen, is hij de Nederlandse letteren altijd blijven volgen. Tot zijn genoegen merkt hij dat afwijkend proza de laatste jaren weer welwillender wordt ontvangen. 'Ik kan een hele rij van interessante jongere auteurs opsommen: Philip Markus, M. Februari, Dirk van Weelden, Edzard Mik, Russell Artus, Leon Gommers, Peter Verhelst, Ernst Timmer, Nanne Tepper. Eigenlijk zou Ander Proza, deel 2 zonder moeite kunnen worden samengesteld.' Sybren Polet schiet in de lach, en voegt er snel aan toe: 'Maar dat mag een ander doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden