InterviewJasmila Zbanic

Voor regisseur Jasmila Zbanic voelde het maken van Srebrenica-film Quo vadis, Aida? als lopen over een mijnenveld

De Volkskrant sprak regisseur Jasmila Zbanic en enkele oud-Dutchbatters over het verfilmen van een waargebeurde geschiedenis.

Tolk Aida (Jasna Djuricic) en Dutchbat-commandant Karremans (Johan Heldenbergh) in Quo vadis, Aida?  Beeld
Tolk Aida (Jasna Djuricic) en Dutchbat-commandant Karremans (Johan Heldenbergh) in Quo vadis, Aida?

‘Dit verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen’, meldt de disclaimer voorafgaand aan Quo vadis, Aida? ‘Sommige personages zijn fictief en sommige scènes en dialogen zijn gefictionaliseerd voor creatieve en dramatische doeleinden.’

Een betamelijke, relatief uitgebreide bepaling voorafgaand aan een historische speelfilm. Toch heeft een aantal Dutchbat-veteranen het verzoek om nóg een disclaimer neergelegd bij Cinéart, de Nederlandse distributeur van het Bosnische oorlogsdrama van Jasmila Zbanic, dat is genomineerd voor een Oscar voor Beste internationale film. Of er speciaal voor de Nederlandse vertoningen – vanaf eind april, als de bioscopen (mogelijk) opengaan – óók kan worden vermeld dat niet alle ‘ware gebeurtenissen’ in de film helemaal overeenstemmen met de zienswijze van de betrokken Nederlandse militairen.

Het internationaal bejubelde Quo vadis, Aida? (The New York Times: ‘Verbijsterend’, The Guardian: ‘Briljant’) volgt een Bosnische tolk en voormalige schooljuf op de gedoemde Dutchbat-basis bij Srebrenica. Als de troepen van Ratko Mladic de Bosnische bevolking in de VN-veiligheidszone aanvallen, trekken duizenden vluchtelingen naar de door het Servische leger omsingelde Nederlandse basis. De beloofde luchtsteun van de Navo blijft uit. Tolk Aida (Jasna Djuricic) probeert haar zoons in veiligheid te brengen als de Servische soldaten overgaan tot ontruiming, ondersteund door de klem zittende Nederlandse VN-troepen.

‘Bij Cinéart schrokken ze wel een beetje van onze reactie’, zegt Remko de Bruijne (47). De oud-infanterist was te zien in Coen Verbraaks documentairedrieluik Srebrenica: de machteloze missie van Dutchbat, en zag Quo vadis, Aida? alvast met een handvol mede oud-Dutchbatters. ‘Het is geen slechte film, vind ik. Ik snap de context ook: dit gaat allereerst over Srebrenica, over de genocide. Het is geen documentaire en de filmmaker heeft artistieke vrijheid. Maar wie hem ziet, zal toch denken: zo was het. Daar hebben we moeite mee.

‘Dat die tolk een blowtje rookt aan het begin van de film, dan denk je al: joh, we hadden niet eens een blikje cola op de compound. Of die gewapende Serviërs die de compound opkomen en daar de vluchtelingen intimideren, dat is nooit gebeurd. Er is alleen een Servische attaché op kantoor geweest bij Karremans, die heb ik zelf met wat anderen geëscorteerd. En die ongewapende man heeft geen vluchteling gezien. Verder ogen wij – de Nederlandse militairen – heel timide en zien die Serviërs eruit als woeste Hollywood-badguys. Nou, die hadden gewoon normale Servische uniformen aan en baretten op, net als wij. Ze stonden ook niet te schreeuwen aan de poort.’

Majoor Franken (Raymond Thiry) en Jasna Djuricic in Quo vadis, Aida. Beeld
Majoor Franken (Raymond Thiry) en Jasna Djuricic in Quo vadis, Aida.
Quo Vadis, Aida? Beeld
Quo Vadis, Aida?

Bij de lokale première in Potocari, in Bosnië-Herzegovina, werd Quo vadis, Aida? afgelopen najaar al vertoond voor vertegenwoordigers van de nabestaanden van de slachtoffers. Puco Danilovic was een van de genodigden; namens de vredesorganisatie Pax begeleidde hij ooit de eerste terugreizen van Dutchbat-veteranen naar Srebrenica, waar hij de blauwhelmen in contact bracht met families van de slachtoffers. ‘Ik was verbaasd, in positieve zin: dat het Jasmila is gelukt. Dat heb ik haar na afloop gezegd. Dit is geen makkelijke film om te maken.’

Bij het nagesprek tussen enkele nabestaanden en de regisseur was er veel lof voor het oorlogsdrama. Maar in de onderlinge gesprekken na afloop klonk er ook wat kritiek. Danilovic: ‘Sommige mensen vonden Quo vadis, Aida? te mild over het optreden van Dutchbat. Ze zeiden dat de VN-soldaten in de film toch wat dapperder ogen dan hoe het echt was.’

Zbanic vergeleek de realisatie van haar oorlogsdrama met het lopen over een mijnenveld. ‘Bij elke stap kan de boel exploderen. Om te beginnen bij de nabestaanden van de slachtoffers, die een heel specifiek perspectief op Serviërs en Nederlanders verwachten.’

De Volkskrant sprak de 46-jarige regisseur in Venetië, een dag na de wereldpremière van Quo vadis, Aida? op het filmfestival dat afgelopen najaar net tussen twee quarantaines inviel. De in Sarajevo geboren Zbanic was 17 toen in voormalig Joegoslavië de oorlog uitbrak. Ze won eerder al eens de Gouden Beer op het festival van Berlijn, voor Grbavica, haar drama over de gevolgen van de systematische verkrachting van Bosnische vrouwen door de Serviërs. ‘Als je Bosnisch bent, zoals ik, heb je een zekere kijk op de oorlog. Er zijn nog steeds mensen die zoeken naar hun zonen, echtgenoten en broers – 1.700 nooit gevonden slachtoffers. Dat doet pijn, en het veroorzaakt woede. Ook bij mij. Wat ook pijn doet, is dat de huidige burgemeester van Srebrenica, een Servische politicus, gewoon ontkent dat er een genocide werd gepleegd bij Srebrenica. Maar als filmmaker moet ik ook afstand nemen van die gevoelens en me proberen te verplaatsen in iemand die volstrekt niets weet van Srebrenica. Hoe vertel je dit verhaal dan, hoe presenteer je het?’

Hasan Nuhanovic, de echte Dutchbat-tolk, die zijn memoires op schrift stelde in De tolk van Srebrenica, was aanvankelijk betrokken bij de productie van Quo vadis, Aida?, maar kwam er niet uit met de regisseur. ‘Ik had veel aan zijn boek en aan onze gesprekken’, zegt Zbanic. ‘Bij het schrijven van het scenario begon ik ook vanuit zijn perspectief, maar dat bleek toch lastig, ontdekten we al snel. Zijn verhaal staat zo dicht bij hem, en ik wilde de vrijheid nemen om zaken aan te snijden die ik belangrijk vond voor mijn verhaal. Dus ik dacht: nu moet ik de research loslaten en de fictie in stappen.’

Tolk Hasan werd tolk Aida, een vrouw – en tevens oud-schooljuf, die onder de vijandelijke Servische soldaten ook oud-leerlingen aantreft. ‘Een vrouw die in twee werelden zit: die van de VN en die van de Bosniërs. Door haar kon ik laten zien waar het systeem heeft gefaald.’

Bosnische vrouwen bij de VN-compound in Quo vadis, Aida?  Beeld
Bosnische vrouwen bij de VN-compound in Quo vadis, Aida?

Quo vadis, Aida? is een coproductie van in totaal negen Europese landen. Zbanic: ‘We hebben de Servische en Nederlandse producenten meteen uitgenodigd om deel te nemen, ook omdat we wilden laten zien dat we het gesprek over Srebrenica sámen kunnen voeren. Het Servische filmfonds trok zich meteen terug: dat dacht er niet over. In Nederland was de respons heel anders. Els, de Nederlandse producent (Els Vandevorst van N279 Entertainment, red.), zei meteen: ja, we moeten dit laten zien. Toen ik Nederland later bezocht, realiseerde ik me pas dat Srebrenica voor de Nederlanders óók een groot trauma is. Maar de Nederlandse benadering van dat trauma is anders dan in Servië: in plaats van het te verstoppen, willen Nederlanders het juist tonen.’

De VN-soldaten worden gespeeld door Nederlandse acteurs. Raymond Thiry speelt majoor Franken, de Vlaming Johan Heldenbergh werd gecast als overste Karremans. ‘Ik heb vooraf geprobeerd Franken en Karremans te benaderen, maar zij lieten via hun advocaten weten geen prijs te stellen op contact. Ik had ze graag gesproken, om hun perspectief beter te begrijpen. Ik heb ervoor gekozen hun echte namen te gebruiken, net als die van Mladic, want het zijn historische figuren, figuren die de geschiedenis van mijn land hebben veranderd.’

Zbanic sprak wel een aantal Dutchbat-veteranen. ‘Dat was belangrijk voor me. Van de getuigen uit Bosnië, die ik eerder had gesproken, kreeg je toch het idee dat de Dutchbatters neerkeken op de bevolking en vooroordelen koesterden jegens moslims. Toen ik een paar van hen ontmoette, raakte me dat zeer: hoe jong ze destijds waren, soms pas 18, jongens en meisjes nog. Een vrouw was in het leger gegaan omdat ze haar sportcarrière anders niet kon financieren. En dan sta je ineens in Srebrenica... Dat veranderde mijn kijk.

‘Natuurlijk, Karremans en Franken waren in staat iets te doen, iets te veranderen aan de uitkomst. Maar deze kinderen... Sommigen moesten huilen, wisten niet wat ze moesten doen. In mijn research las ik over een Dutchbat-soldaat die werd geslagen door een collega, omdat hij de Serviërs had gewezen op een als vrouw verklede Bosnische man, zoals in de scène in de film. Dat stond in een verklaring, die Nederlander sprak de ander aan: je collaboreert! Dus niet alle soldaten vonden het juist om de bevolking over te dragen aan de Serviërs.’

In die dramatisch knap samengebalde en onthutsende scène uit Quo vadis, Aida?, die de regisseur had opgediept uit de verslagen van het Joegoslaviëtribunaal, scheiden de Serviërs de – later vermoorde – mannen van de vrouwen en jonge kinderen, als die de compound verlaten. Zbanic vat hierbij iets wezenlijks over het aandeel van de Nederlandse blauwhelmen: die lijken niet helemaal te beseffen wat er zich onder hun ogen voltrekt. De jonge Dutchbatter die de Serviërs even goedbedoeld als naïef meehelpt, krijgt een klap van een andere, woedende blauwhelm: hoe haalt hij het in zijn hoofd?

Oud-Dutchbatter Wim Dijkema (72) stond als adjudant direct onder Karremans en Franken. Hem werd via een Nederlands-Bosnisch contact gevraagd regisseur Zbanic te adviseren over de uitrusting van de Nederlandse soldaten. ‘Ik aarzelde eerst: kan ik dat doen? Maar haar eerdere film trok me over de streep: die was heel mooi.

‘Ik heb geen scenario gezien. Het ging om algemene informatie, zoals bijvoorbeeld de binnenzak van de legerslaapzakken: de crew dacht dat die wit moest zijn. Nou, als je dát in een film ziet, moeten alle militairen lachen.’

Dijkema heeft de film nog niet gezien. ‘Ik weet ook niet of ik ga kijken. Als er iets niet klopt, val ik daar toch over: verdomme, zo was het toch niet? Als Dutchbatter kijk je vooringenomen, we staan er emotioneel in. Aan de andere kant: het is een film. Dat zegt mijn vrouw ook weleens: Wim, zo moet je daar niet naar kijken. Maar het doet wel pijn.’

Regisseur Jasmila Zbanic Beeld WireImage
Regisseur Jasmila ZbanicBeeld WireImage

Op de besloten Facebookpagina van de oud-Dutchbatters zijn de eerste honderd reacties op Quo vadis, Aida? negatief. Al hebben de meesten van hen de film nog niet gezien.

‘Er zijn zo’n achthonderd Dutchbat 3-veteranen’, zegt veteraan De Bruijne. ‘Daarvan zullen er zat zijn die dit de grootste baggerfilm ooit gemaakt vinden, maar vast ook wel wat die hem wél mooi vinden. Persoonlijk ben ik bang dat de film het imago van de Dutchbatters schade aandoet, terwijl we dat beeld net hadden geprobeerd bij te stellen, in die documentaire van Coen Verbraak. En als ze nog eens in gesprek gaat met ons, zou ik de regisseur wel willen vragen: waarom zei ze in Venetië tegenover de internationale pers dat Dutchbat geen kogel had afgevuurd? Er is wel gevochten door de Nederlanders, alleen niet bij de deportatie. Als we daar een vuurgevecht waren begonnen, was iedereen gesneuveld.’

Toch was De Bruijne verheugd toen hij maandag hoorde van de Oscarnominatie. ‘De hoofdmoot van de film is de genocide die plaatsvond in het hart van Europa, en de hele internationale gemeenschap stond erbij en keek ernaar. Wij Dutchbatters waren een onderdeeltje. Dan kun je als militair wel gaan janken dat je die en die scène niet leuk vindt, maar dat weegt niet op tegen het leed dat de mensen daar hebben meegemaakt. Misschien is de film een stap terug voor ons en een stap vooruit voor de nabestaanden. Soms moet je iets opofferen, als soldaat. Dus ik hoop dat-ie een Oscar wint.’

Gebaseerd op een (min of meer) waargebeurd verhaal

Van alle disclaimers bij speelfilms is die van Fargo toch wel de subliemste. ‘De gebeurtenissen in deze film vonden plaats in Minnesota in 1987’, aldus de tekst voorafgaand aan de zwarte misdaadkomedie van de gebroeders Coen uit 1996. ‘Op verzoek van de overlevenden zijn de namen veranderd. Uit respect voor de doden is alles verder exact zo verteld als het geschiedde.’

Later gaf Ethan Coen toe dat die disclaimer paste bij het genre waarin hij en zijn broer graag eens wilden werken: dat van de waargebeurde film. ‘Je hebt geen waargebeurd verhaal nodig om zo’n waargebeurde film te maken.’

En weer later bleek hun film – over een man die twee knullige criminelen inhuurt om zijn eigen vrouw te kidnappen, in de hoop het door zijn schoonvader te betalen losgeld te innen – dan toch héél lichtjes geïnspireerd door een fraudezaak en een moord in Connecticut, waarbij een man zich van zijn vrouw ontdeed met gebruik van een houtversnipperaar.

Bij de aanduiding van het waarheidsgehalte kunnen filmmakers kiezen uit diverse smaken, zoals ‘een waar verhaal’, ‘gebaseerd op een waargebeurd verhaal’ of, als de link naar de werkelijkheid heel dun wordt, ‘geïnspireerd op een waargebeurd verhaal’. Maar ook ‘gebaseerd op’ laat alle ruimte voor het mengen van feit en fictie.

Dit frustreerde onder anderen de Britse minister van Cultuur Oliver Dowden, die vorig jaar aankondigde dat hij Netflix zou gaan verzoeken de serie The Crown te voorzien van de expliciete mededeling dat de serie over de Britse royals vooral ‘fictie’ betrof. ‘Anders ben ik bang dat de generatie kijkers die deze tijd niet bewust heeft meegemaakt de getoonde gebeurtenissen voor echt aanneemt.’

Wie zichzelf – of een familielid – aantreft in een ‘waargebeurde’ Hollywoodfilm en het oneens is met de vertoonde waarheid, heeft juridisch weinig poten om op te staan. Dat ondervond Micky Piller, die onlangs diverse Nederlandse kranten aanschreef over allerlei onjuistheden in The Last Vermeer, het in Nederland uitgebrachte drama over roofkunstspeurder Joop Piller (Claes Bang) en kunstvervalser Han van Meegeren (Guy Pearce). Verzetsheld Piller, Micky’s vader, werd in de film (‘based on a true story’) neergezet als een ‘gewiekste opportunist’. En haar moeder, tevens verzetsheld, zelfs als een ‘Mata Hari die het in ruil voor inlichtingen aanlegt met een nazi-officier’.

Dochter Piller nam een Amerikaanse advocaat in de arm, die haar vertelde dat het gebruikelijk is dat de filmmaatschappij alles met disclaimers afdekt. Dat bevestigden de producenten van de film vervolgens ook aan de advocaat. ‘Het is pijnlijk, dat ze je familie zomaar iets kwalijks in de schoenen kunnen schuiven. Maar er viel niks aan te doen.’

Quo vadis, Aida?

Het Oscargenomineerde oorlogsdrama Quo vadis, Aida? ging in wereldpremière op het filmfestival van Venetië, won daarna de publieksprijs op het festival van Rotterdam en de juryprijs op het festival van Miami. De film is vanaf 16 april te zien op het Movies that Matter Festival en gaat vooralsnog op 29 april uit in de reguliere Nederlandse bioscopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden