interview Eurovisie

Voor muziekrecensent Robert van Gijssel is het Songfestival ‘puur jeugdsentiment’

Vroeger keek muziekrecensent Robert van Gijssel het Eurovisie Songfestival altijd met zijn moeder op de bank, een halve gevulde koek in de hand. Hoe beleeft hij deze gouden tijden voor het zangfestijn? ‘Voor mij is het nog altijd puur jeugdsentiment.’ 

Het is bijna een genre op zich, het songfestivalnummer, vindt Robert van Gijssel. ‘Het nummer van Duncan Laurence heeft het ook: een lach, een traan, een beetje kitsch, en een beetje bombastisch ook, direct op de emoties.’ Een songfestivalnummer mag – nee, móét sentimenteel zijn. ‘En je moet er kracht uit kunnen putten, er moet empowerment in zitten. Daarnaast moet het ook iets aanspreken wat wij als mensen universeel ervaren. Dus niet een typisch Nederlands of Spaans sentiment, maar iets dat we allemaal voelen.’

Het moderne songfestivalnummer is sentimenteel en empowering.

‘Ja. Misschien komt dat wel door de polarisatie in de wereld, momenteel. Wat is daar de reactie op? Dat je dingen weer bij elkaar wilt brengen. Je zit met 180 miljoen mensen naar iets te kijken. Als je dan met z’n allen kunt snotteren om een liedje… Het geeft een gevoel van eenheid dat we eigenlijk een beetje kwijt zijn.’

Dat is anders dan in de jaren zeventig, toen vooral vrolijke liedjes zoals Ding-a-Dong en Waterloo wonnen. ‘Ik denk dat dat komt doordat popmuziek toen veel lichter was. Het was nog een jong genre en het was een andere tijdgeest. De jaren zeventig waren heel optimistisch.’

Pas na een paar decennia gekkigheid ging Van Gijssel als recensent weer rechtop zitten bij de Common Linnets met hun nummer Calm After the Storm. ‘Dat vond ik echt een prachtig nummer. Het is het enige songfestivalnummer dat nog af en toe bij mij in de cd-speler ligt. Toen zij tweede werden, toonden ze aan dat je met een mooi, americana-achtig liedje heel goed kan scoren.’

Vorig jaar won Israël toch weer met een heel ludiek nummer.

‘De zingende kip. Dat die won is heel jammer, eigenlijk. De afgelopen jaren had je goede winnaars, goede liedjes. Die Netta met haar nummer Toy heeft dat verstoord. Ik vond dat echt slecht, dat nummer. Het is een soort parodie op een songfestivalbijdrage. Maar je kan wel zeggen dat het festival de afgelopen jaren pop-technisch beter is geworden. Steeds meer landen komen met serieuze, mooie liedjes, die ook hoog in de favorietenlijstjes staan. Kijk naar Italië, die hebben dit jaar een prachtig, eigentijds nummer. Dat is samen met het nummer van Duncan wel mijn favoriet.’

Tien jaar geleden had je waarschijnlijk niet gedacht dat je met de Nederlandse inzending serieus zijn nummer zou bespreken, zoals je met Duncan Laurence deed.

‘Klopt. Maar het liedje van Duncan is gewoon goed, daar wil je wel even induiken. Terwijl je met een liedje als dat van Sieneke uit 2010 denkt: zoek het even lekker uit.’

Hebben songfestivalstemmers een meer verfijnde smaak dan gedacht?

‘Ja, maar een goed liedje voor het Songfestival heeft toch altijd iets dat specifiek werkt voor het songfestival. Een songfestivalsmaakje. In het nummer van Duncan ook. Ik vind Arcade een heel goed songfestivalnummer, maar als het nummer moet wedijveren met een nummer van iemand als Rufus Wainwright, is Arcade wel minder. Dat is een ander speelveld.’

Ben jij, nu de kwaliteit van de inzendingen hoger is, enthousiaster over het Songfestival?

‘Dat niet, want voor mij persoonlijk is het eigenlijk puur jeugdsentiment. Het eerste Songfestival dat ik bewust meemaakte was in 1975, toen Ding-a-Dong van Teach In won. Dat herinner ik me nog goed, ik was een jaar of 6. Ik keek het altijd met mijn moeder op de bank, een halve gevulde koek in de hand. Mijn vader zat er wel bij, maar die zat volgens mij vooral te werken. Mijn zusje en ik moesten eerst douchen en dan mochten we laat opblijven voor het Songfestival. Supergezellige familieavonden waren dat.’

Kijk je het nog steeds?

‘Ja, met mijn zoontje en mijn vrouw. Door die herinneringen van vroeger vind ik het leuk om het erin te houden. Met cola en nootjes op de bank met z’n allen, gewoon lachen. Ondertussen zitten mijn vrouw en ik een beetje punten op te schrijven, net zoals mensen die schaatsrondjes noteren. Mijn vrouw is Spaans, dat is ook erg leuk. Dan zit er lekker wat competitie in. Ik bekijk Spanje heel kritisch en zij de Nederlandse inzending.’

Wat is je favoriete songfestivalnummer aller tijden?

‘Ik voel zelf heel veel bij Eres Tu van Mocedades, de Spaanse inzending van 1973. Dat wordt gezongen door een familie uit het Spaanse Baskenland. Daar is mijn vrouw opgegroeid en we bezoeken er mijn schoonouders nog elk jaar. Nationalistisch sentiment van mij en mijn echtgenote.’

Met Duncan Laurence luisteren naar Arcade - toon voor toon

Waarom schoort Arcade zo goed, ook in de prognoses van het Songfestival? Muziekrecensent Robert van Gijssel luistert nog eens goed, samen met singersongwriter Duncan Laurence. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden