Interview

'Voor mij zal WO II nooit verleden tijd worden'

Marga Minco geeft geen interviews meer, maar gaf de Volkskrant wel de gelegenheid haar een achttal vragen voor te leggen. Onder andere over een niet eerder gebundeld verhaal uit 1940, dat is opgenomen in 'Na de sterren', een keuze uit haar beste verhalen.

Marga Minco in 1958. Beeld Eli van Zachten / MAI / HH

Dit weekend verschijnt Na de sterren, Marga Minco's eigen keuze uit haar beste verhalen. Volgens uitgever Van Oorschot zegt de titel iets over Minco's bescheidenheid: het boekje is het derde in de reeks Gedundrukt, waarin eerder werk van Simon Carmiggelt en Annie M.G. Schmidt (de echte sterren, volgens Minco) werd gebundeld. Marga Minco (95) geeft geen interviews meer, maar was wel bereid één krant de gelegenheid te geven haar een achttal vragen voor te leggen, waar ze schriftelijk op heeft geantwoord.

Slechts 340 pagina's tellen de verzamelde verhalen van Marga Minco die vijf jaar geleden verschenen onder de titel Achter de muur. In de bloemlezing Na de sterren zijn er 21 te vinden, naast de complete roman Een leeg huis uit 1965. Als bijzonder extra bevat het boekje ook één niet eerder gebundeld kort verhaal, 'Het lelijke knikkertje werd mooi', oorspronkelijk verschenen op 11 december 1940 in het Algemeen Handelsblad. Dat is opmerkelijk, want tot dusver leek het erop dat van het vroegste literaire werk van Minco niets bewaard was gebleven: 'Alles wat ik in de oorlog had, niet alleen mijn hele familie maar ook de huisraad, is kwijtgeraakt,' zei ze in april 2010 in de Volkskrant.

Tot de Tweede Wereldoorlog uitbrak schreef de jonge Minco (Ginneken, 31 maart 1920), die opgroeide in een orthodox joods gezin, film- en toneelkritieken voor de Bredasche Courant. In de oorlog werden haar ouders, broer en zus gedeporteerd, terwijl zij zelf ontkwam. In de jaren van haar onderduik kreeg de als Sara geboren Minco de nieuwe voornaam Marga, 'en bij die naam heb ik het verder gehouden'.

Alleen

Ze trouwde de schrijver Bert Voeten, kreeg twee dochters, en werkte na de oorlog voor kranten en tijdschriften als Mandril en Het Parool. Grote roem vergaarde ze met haar eerste boek, de oorlogsnovelle Het bittere kruid (1957, Vijverbergprijs en Multatuli-prijs), gevolgd door onder meer De andere kant (1959), Een leeg huis (1965), De val (1983), De glazen brug (Boekenweekgeschenk 1986) en Storing (2004).

Haar oeuvre, dat in 2005 werd bekroond met de Huygensprijs, bestaat uit humoristische en absurdistische verhalen en suggestieve, sobere vertellingen, vaak vol toevalligheden ('daar ben ik ontzettend gevoelig voor') die een leven zomaar kunnen veranderen; vluchtige herinneringen die moeten worden geconserveerd omdat ze anders vervliegen, als een mensenleven zelf.

Een mens staat er alleen voor, is een dominant thema in het werk van Minco, dat ze met groot geduld uit haar elektrische schrijfmachine toverde. 'Per verhaal flikker ik soms een volle Albert Heijn-tas met eerdere versies weg'. Met wat ze overhield, heeft Marga Minco al meer dan een halve eeuw zeer vele lezers bereikt.

Marga Minco in 2010. Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Hoe zien uw dagen er uit?

Dat wisselt nogal de laatste tijd. Ik noteer niet meer zoveel als vroeger, zoals ik dat van jongsaf aan gewend was. Ik betrap mezelf er vaak op dat ik de dagen te snel voorbij laat gaan, zelfs voor een kort verhaal.

Het korte verhaal wint aan status (Lydia Davis, Nobelprijs voor Alice Munro); doet dat u goed?

Natuurlijk doet dat me goed, ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot de schrijvers van korte verhalen. Ik was er altijd op uit bundels te ontdekken waar Amerikaanse short stories in stonden. Mogelijk heeft me dit geïnspireerd tot het schrijven van korte verhalen. Ik heb vele bundels gelezen. Veel Amerikaanse en Engelse en vooral ook Tsjechov, maar hiermee val ik al meer dan zestig jaar in herhaling. Dat is niet zo erg. Ik herlees Tsjechov en andere Russen nog steeds.

Voor mij is het belang van het korte verhaal niks nieuws, maar ik vind het wel fijn dat het nu wat breder wordt ingezien en er ook meer bundels verschijnen. Het is een vak apart. Je kunt beter één goede zin opschrijven dan een pagina uit te weiden.

Nieuw voor ons is uw verhaal over het lelijke knikkertje, uit december 1940. Weet u nog onder welke omstandigheden u dat schreef?

Ik was ontslagen bij de Bredasche Courant, al in de meidagen van '40, maar dat weerhield me niet van schrijven. Ik noteerde altijd al in schriftjes voor mezelf, buiten mijn journalistieke werk en ik schreef korte verhaaltjes en in een van die schriftjes is het knikkertje ontstaan, onder invloed van de toenmalige omstandigheden, dat is niet verwonderlijk. Ik woonde met mijn ouders bij mijn broer Dave en zijn vrouw Lotte in Amersfoort. Het was nog voor de gedwongen verhuizing naar Amsterdam. Ik heb het opgestuurd naar het Handelsblad en ze hebben het opgenomen. Het is ondertekend door 'S.M.', maar wonderlijk genoeg kan ik me niet meer herinneren of ik dat zelf gedaan heb, de ondertekening met mijn initialen. Dit is het enige verhaal uit die tijd dat bewaard is gebleven, omdat ik de schriftjes ben kwijtgeraakt.

Achteloos

Minco woont al jaren in de buurt van het Oosterpark en de Linnaeusstraat in Amsterdam. Op 2 november 2004 werd daar de filmregisseur Theo van Gogh op straat vermoord. In het korte verhaal 'Pech', gepubliceerd in 2010, refereert ze daaraan met deze openingszin: 'Op die dinsdag, toen Joris langskwam, was er 's morgens vroeg op de hoek iemand doodgeschoten.'

Minco, vijf jaar geleden tegen Arjan Peters: 'Het staat er achteloos bij, alsof de groenteboer is langsgekomen. Zo wil ik dat. Het effect zou weg zijn als ik zou schrijven: 'Er gebeurde me die dag toch iets bijzonders! Moet u eens horen!'

Het knikkertje wordt mooi door niet met de grote groep mee te doen, maar 'er tussen uit te piepen'. Is dat ook achteraf bezien een beeld voor uw schrijverschap: veel verhalen, korte romans, een eigen positie los van modes en wat het publiek graag wil (korte verhalen zijn een impopulair genre)?

Dat vind ik een goede omschrijving.

Zal WO II ooit verleden tijd worden?

Hopelijk wel. Voor een aantal mensen, onder wie ikzelf, zal het nooit verleden tijd zijn.

Moet de 4 mei herdenking blijven zoals ie is (of mogen we ook Duitse soldaten/andere oorlogen herdenken)?

Laat het maar zoals het is, zolang wij er nog zijn - zie hierboven.

Blijft u nog aantekeningen maken, zoals u vijf jaar geleden vertelde? We blijven hopen op nog een paar verhalen...

Ik zit niet meer zo consequent te werken; ik trek me niet meer zoveel terug op mijn werkkamer. Dat vind ik een veeg teken en soms voel ik me er schuldig over. Met het ouder worden wordt het maken van aantekeningen minder. Maar ik maak ze nog wel, omdat er nog altijd dingen zijn die me frapperen en die ik noteren moet. Het is een eigenschap, die kun je niet afleren, die wil ik niet meer afleren. Met die aantekeningen heb je nog geen verhaal. Ik hoop dat ik er nog wel toe kom.

Als u uw leven opnieuw zou mogen leven, zou u dan op bepaalde momenten andere beslissingen nemen?

Achteraf denk ik dat de beslissingen die ik op bepaalde precaire momenten tijdens de bezetting heb genomen, niet anders konden, hoewel ik er later veel last van heb gehad, het mezelf heb verweten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden