tv-recensiearno haijtema

Voor jou wil ik zijn is een zeldzaam intieme en aangrijpende film over broederliefde, maar geen gewone

null Beeld

Op de 50ste verjaardag van Albert-Jan, kortweg Ab, krijgen behalve hij ook zijn ouders een cadeautje. Het is een album met foto’s van de jarige, in een ziekenhuisbed. Want ‘ik héb nu eenmaal veel ziekenhuisfoto’s van Ab’, verklaart zijn zus Janine. Ogenschijnlijk onaangedaan bekijkt de moeder van Janine en Ab de foto’s – parkinson heeft haar haar gezichtsuitdrukking ontnomen.

Albert-Jan en zijn zus Janine in de documentaire Voor jou wil ik zijn. Beeld
Albert-Jan en zijn zus Janine in de documentaire Voor jou wil ik zijn.

Het familiefeestje vindt plaats op een kantelpunt. Janine neemt de zorg over haar broer Ab over, nu door de voortschrijdende parkinson vaders aandacht naar zijn vrouw verschuift. Ab heeft het syndroom van Down. Hij kan niet praten, vaak is het gissen naar zijn binnenwereld. Zijn lichaamstaal verraadt soms angst, weerspannigheid, tevredenheid (met een biertje). Uitingen van genegenheid komen vooral op verzoek: ‘Geef je een kusje?’, bedelt zus Janine bij het afscheid als hij terug naar de zorginstelling gaat.

Het is een zeldzaam intieme film, de maandag door Human uitgezonden 2Doc-documentaire Voor jou wil ik zijn, waarin de camera gedurende een jaar Janine en Albert-Jan op de huid zit. De zus had allang geleden besloten voor haar één jaar oudere, kwetsbare broer te zorgen als de noodzaak zich zou aandienen: ‘Ik voelde me verantwoordelijk voor hem.’ Als kind voelde ze zich thuis veilig wanneer ze de geluidjes hoorde waarmee Albert-Jan zijn aanwezigheid verried. Pas op school realiseerde Janine zich ‘dat niet iedereen zo’n aparte broer had’.

En nu begeleidt ze Ab dus op zijn soms moeilijke levensweg. Bij de voetzorg, als de nagels moeten worden geknipt en een likdoorn verwijderd. Janine klemt haar tegenstribbelende broer uit alle macht tegen zich aan, tot hij zich overgeeft aan de onaangename behandeling. In het ziekenhuis, waar Ab voor de zoveelste keer een medische ingreep moet ondergaan, moet hij bij haar op schoot weer in de houdgreep. Via een infuus wordt hem verdovingsmiddel toegediend, hij valt weg en zwetend kruipt Janine onder zijn zwaar geworden lichaam vandaan. De operatie kan beginnen.

Associaties met Gerard Reves gedicht Roeping (‘Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar verlamde oude mensen wast, in bed verschoont, en eten voert’) dringen zich op, maar het mooie – en aangrijpende – van de film is dat Janine niet uit dat religieus zelfopofferende hout is gesneden. Want zo afhankelijk als Ab van haar is, zo verbonden is zij met hem.

Doorgaans bezweert ze de grote en kleine beproevingen die Ab, en met hem zij zelf, moet doorstaan met laconieke terzijden: ‘Het kan even niet anders.’ Maar als ze hem na vier maanden corona-isolement voor het eerst weer ziet en hij haar straal negeert, sméékt ze: ‘Hallo, aandacht! Ik wil aandacht!’

Ab vaart wel bij de prikkelarme coronabeperkingen, constateert Janine verrast en geschrokken. En tegen haar ouders, bijna wanhopig: ‘Mist hij ons wel, weet hij wel dat we er nog zíjn?’ Ontwapenend bewijs van broederliefde die, zoals alle liefde, nooit helemaal onbaatzuchtig is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden