Voor Jorwerd en de domineesdochter had Slauerhoff een zwak Geen Fries, en toch ook weer wel

'Alleen voor Friesland heb ik nog een zwak.' Slechts één keer, in die ene zin in een onvoltooid vers dat in zijn nalatenschap werd aangetroffen, heeft de honderd jaar geleden in Leeuwarden geboren Jan Jacob Slauerhoff zich positief over zijn geboortegrond uitgelaten....

Van onze verslaggever

Wio Joustra

JORWERD

Gedurende zijn korte bestaan - 15 september 1898 tot 5 oktober 1936 - kon het Friese leven geen vat op hem krijgen en was van mogelijke invloeden van de Friese literatuur in zijn werk geen spoor te vinden. In Nederland wilde de rusteloze dichter niet leven, laat staan in het gewest dat hij uitsluitend voorstelde als een land van regen, mist en herfst, bewoond door een volk met bovenal een benepen aard.

Alleen Vlieland, het geboorte-eiland van zijn moeder, komt er in het werk van Slauerhoff minder bekaaid af. Maar voor de behangerszoon was Friesland te klein. De dichter Obe Postma noemde de man die in het Amsterdamse caféleven halfspottend 'de Rimbaud van Leeuwarden' werd genoemd, 'een Friese jongeman, maar met vermogens meer dan Friesland'. Heleen Hille Ris Lambers, de domineesdochter uit Jorwerd en misschien wel de grote liefde van de jonge Slauerhoff, was het daarmee roerend eens. 'Zijn formaat is zo groot dat het ver boven het nationale uitgaat; je kunt beter spreken van een Europees formaat', schreef ze in 1982 aan haar broer Hans.

Maar die ene zin uit het onvoltooide vers geeft ook aan hoe ambivalent de relatie tussen Slauerhoff en Friesland was. Er zijn aanwijzingen dat hij als arts in Tanger meer belangstelling kreeg voor zijn Friese wortels en dat - in de woorden van de historicus Douwe Kalma - 'de zwerver op weg was naar huis'. Een vroegtijdige dood verhinderde die thuiskomst.

De Groninger dichter en vriend Hendrik de Vries schreef vaak het gevoel te hebben dat er 'ondanks alle cosmopolitisme, iets van de vochtige weemoed van Friesland in zijn verzen blijft zweven'. Anne Wadman wist in 1946 in een speciaal Slauerhoffnummer van literair tijdschrift De Tsjerne ook geen raad met de Friese poète maudit: 'Hy wie net ien fan uzen. En dochs ek wol wer.' (Hij was niet een van ons. En toch ook weer wel.)

De auteur, recensent en vertolker van 'het noordelijk gevoel', Gerrit Jan Zwier, schreef in het kader van het Monument van de Maand in 1992 al eens een boekje over de relatie van Slauerhoff met Friesland. Uiteraard speelde Jorwerd, het dorp dat inmiddels dankzij Geert Maks Hoe God Verdween uit Jorwerd een cultstatus heeft bereikt, daarin een belangrijke rol.

Slauerhoff bracht tussen zijn zeventiende en twintigste talrijke bezoeken aan het domineesgezin Hille Ris Lambers. Vanwege Heleen en - in eerste instantie - de jongere Annie. Maar ook vanwege de inspirerende, spiritistische sfeer in de pastorie, waar veel werd gezongen en gemusiceerd en waar dominee Cornelis Hille Ris Lambers zich een kenner toonde van het brahmanisme en de Chinese filosofie.

Het kon bijna niet anders of het gerenommeerde Openluchtspel van Jorwerd moest in het honderdste geboortejaar van de dichter over 'Slauerhoff en Jorwerd' gaan. Zwier schreef het scenario en Romke Toering, in het dagelijks leven acteur/regisseur bij Tryater in Leeuwarden en dankzij zijn leraar Wadman als middelbaar scholier reeds een adept van Slauerhoff, tekent weer voor de regie.

De komende weken zal er in de notaristuin van Jorwerd, traditioneel het decor van het Iepenloftspul, wat afgelachen worden. Want het moest een vrolijke musical worden, die ook voor niet-kenners van het werk van Slauerhoff te begrijpen zou zijn. Toering: 'Zowel de structuur als de vormgeving van het stuk heeft alles te maken met het grillige, dwarse, het poëtische, het lieve en aardige en het chaotische van de hoofdpersoon te maken. Het leven van Jan Slauerhoff was een zwalkend bestaan. Hij was nergens thuis en thuis nog het minste.'

Zwier heeft dankbaar gebruik gemaakt van de populariteit van Maks boek. Zo laat hij in het stuk een dorpsgeest opdraven met een Januskop, die van het verleden, heden en toekomst van iedereen in het dorp op de hoogte lijkt te zijn. De geest bewondert het werk van Slauerhoff maar ontwikkelt zich tot een geduchte tegenpool van de zwalkende dichter. Die dacht het geluk alleen maar te vinden achter de horizon, terwijl het zo dichtbij voor het grijpen lag. 'Want alleen voor Friesland heb ik een zwak. Vul voor Friesland gerust Jorwerd in en voor Jorwerd Heleen.'

Belangrijker voor de Friese literatuur is echter dat in het stuk negen gedichten van Slauerhoff zijn verwerkt, die speciaal voor deze gelegenheid in het Fries zijn vertaald. Op het gehele oeuvre van de dichter misschien een druppel op een gloeiende plaat, maar toch is het een unicum.

Slauerhoff sprak thuis geen Fries en de enige Friese woorden in zijn werk zijn 'faem' (meisje) en 'tútsje' (zoen). Ook in het gezin waarin Slauerhoff zijn 'pastorale idylle' beleefde - zo omschreven door biograaf C.J. Kelk - werd vanwege de Zuid-Hollandse afkomst geen Fries gesproken.

Van de gedichten van Slauerhoff zijn alleen Dsjengis, door de nestor van de Friese dichters Douwe Tamminga en Waar de Levensvreugde Vandaan Komt, door Wadman, in het Fries vertaald. Vertaler Jan Schotanus heeft daar nu Woninglooze, Na Jaren, La Voyageuse, Braziliaansche Kustpassagiers, Landelijke Liefde I en II, Pastorale, De Terugkeer II, en Zeeroep, plus twee fado's (Liefdeswoorden en Vida Triste) aan toegevoegd.

De openingszinnen van Slauerhoffs bekendste gedicht, Woninglooze, klinken in het Fries heel anders. 'Allinne yn myn gedichten kin ik wenje, Nea fûn ik earne oars myn ûnderdak'. 'Weerbarstig werk', noemt Schotanus het vertalen van Slauerhoffs gedichten. 'Want het valt niet mee ritme, metrum en rijm vast te houden. Maar aan de meeste vertalingen houd ik een goed gevoel over.'

Om in de sfeer van Jorwerd en Heleen Hille Ris Lambers te blijven, volgen hieronder de eerste twee coupletten van Pastorale (Verzamelde Gedichten 132) in het Fries:

Ik wit it: dy ivige sneinen

Begûn yn weemoed fan wyn troch reinen,

Wit sy nei gelok gjin wegen,

En sit moarnsier oan it hege

Finster te lêzen.

Om tsien oere liedt it tsjerktyd.

Se slacht in doek om en giet

Loom, it sletten antlit wyt

De koarte wei dy't nei de preek liedt:

Har hiem leit njonken 't hof.

Iepenloftspul Jorwerd, elf voorstellingen tussen 21 augustus en 12 september (uitverkocht).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden