Reportage Inauguratieconcert Petrenko

Voor dirigent Kirill Petrenko staan de Duitsers massaal op

De Russische dirigent Kirill Petrenko gaf vrijdag het inauguratieconcert bij de Berliner Philharmoniker – volgens velen het beste orkest ter wereld. De Duitsers geven hem een staande ovatie, en dat is ongehoord.  

Kirill Petrenko na afloopt van zijn inauguratieconcert. Beeld Stephan Rabold

Bij de ingang van de Philharmonie in Berlijn is vrijdagavond een roze loper uitgerold. Bekende Berlijners wachten geduldig op hun beurt om op de foto te worden gezet. De rij voor teruggekomen kaarten wordt ondertussen langer en langer. Tegen beter weten in sluiten twee jonge vrouwen aan. Ausverkauft, hangt er boven de kassa.

Niemand wil deze avond missen: het is het inauguratieconcert (de Amtsantritt) van Kirill Petrenko (47), de nieuwe chef-dirigent van de Berliner Philharmoniker – een van de beroemdste en volgens velen het beste orkest ter wereld, het orkest waar iedereen naar kijkt. Chefs bij de Berliner blijven in de regel lang aan, dus toen het orkest in juni 2015 bekendmaakte dat Petrenko de nieuwe chef zou worden, was de opwinding in de muziekwereld vergelijkbaar met de benoeming van een nieuwe paus.

Liefhebbers kunnen de namen van voormalig chefs zo opdreunen. Die van Wilhelm Furtwängler, Herbert von Karajan, Claudio Abbado: stuk voor stuk legendes. Petrenko’s benoeming kwam als een verrassing. Weliswaar had de Rus al een prestigieuze aanstelling bij de Bayerische Staatsoper in München, maar hij had alleen maar vaste banen gehad bij operahuizen, niet bij een symfonieorkest. Zo vaak was hij nu ook weer niet bij de Berliner te gast geweest.

En dan was er nog iets wat helemaal niet leek te passen bij een orkest dat zo bedreven is in sociale media en pioniert met een ‘digitale concertzaal’, waardoor iedereen tegen betaling alle concerten thuis kan volgen. Petrenko geeft geen interviews.

Het contrast met Petrenko’s voorganger, de Engelsman Simon Rattle (chef van 2002 tot 2018), is groot: waar Rattle bekendstaat om zijn communicatieve vaardigheden en enthousiast een stuk verklaart voor een groep kinderen, is Petrenko van mening dat de muziek alles al vertelt. Het weekblad Die Zeit noemde hem daarom een catastrofe voor de marketingafdeling. Of hij dat is, is de vraag: de Berliner kunnen nu een mysterie verkopen.

Beeld Stephan Rabold

Even na 7 uur ’s avonds loopt Petrenko – baardje, een tapijt van bruine krullen op zijn hoofd – dan eindelijk vanaf de zijkant het podium op. De zaal van de in 1963 geopende Philharmonie is zo gevormd dat iedereen het gevoel heeft dat hij dicht op het orkest zit. Of beter gezegd: dat hij dicht op de dirigent zit. Het is alsof alle lijnen in de zaal naar de dirigentenbok lopen.

Er is veel ruimte achter het orkest, waardoor veel bezoekers de maestro in de ogen kunnen kijken. De zaal is overduidelijk niet alleen gebouwd voor het orkest, maar ook voor de toenmalige chef: Herbert von Karajan, de jetset-dirigent bij uitstek (een jacht, eigen vliegtuig) die zich graag liet filmen, zwaaiend met zijn ogen dicht. En nu wordt die plek ingenomen door de meest on-ijdele dirigent denkbaar, de eerste Joodse chef bovendien (Karajan, een rasopportunist, bleef zijn leven lang controversieel door zijn NSDAP-lidmaatschap).

De eerste noten van Alban Bergs Lulu-suite zijn tintelfris. Alsof je een hap zet in een taart waarvan je van tevoren geen idee had wat erin zat: hoe dieper je tanden gaan, hoe meer laagjes er blijken te zijn. Wie de Berliner niet wekelijks hoort en ook maar een heel klein beetje muzikaal is, kan niet anders dan met open mond luisteren naar die weergaloos goed getimede solo’s. Petrenko schakelt ondertussen razendsnel. En wat lang niet zo vanzelfsprekend is als het misschien zou moeten zijn: het orkest reageert op alles wat hij doet – laat hij zijn linkervuist trillen, dan resoneert die handeling in alle secties.

Dirigent Kirill Petrenko bij een (voor hem zeldzame) persconferentie. Beeld Stephan Rabold

Het ‘echte’ inwijdingsstuk, na de pauze, is Ludwig van Beethovens Negende symfonie. Een dag later spelen ze het in de open lucht bij de Brandenburger Tor. Het orkest zet geestdriftig in. In het tweede deel voert Petrenko de intensiteit zo snel op dat je je afvraagt of het orkest dit vol blijft houden. Dat doet het – consistent, ja, maar de noten mogen wat meer sluimeren. Soms laat Petrenko de boel even los: dan wiegt hij alleen zijn schouders of zijn hoofd, alsof hij zich even toestaat te genieten. Dan neem hij ineens een duikvlucht om een syncoop kracht bij te zetten.

In het slotdeel pakt alles goed uit. Dan wordt pas echt duidelijk wat Petrenko zo goed maakt: hij dirigeert zo duidelijk én gedetailleerd, zonder dat hij ook maar een enkele keer als schoolmeester overkomt. Wat zijn de lage strijkers goed, als ze het Freude-thema inzetten: de contrabassectie speelt met een trefzekerheid en toonvorming waar we in Nederland niet aan gewend zijn.

Dan staat het koor op. Het Rundfunkchor Berlin, ingezeept door de Nederlandse dirigent Gijs Leenaars, trekt de laatste twijfelaars over de streep. Heerlijk krachtig, maar ook zó goed in balans, dat akkoord (vor Gott!) voorafgaand aan het marsje.

Na de laatste Freude, schöner Götterfunken doet het Duitse publiek iets wat je het niet vaak ziet doen: het staat massaal op. Als de solisten opkomen om hun applaus in ontvangt te nemen, gaat Petrenko een halve meter achter de rij staan. Hij kijkt beduusd. Als de orkestleden na een paar minuten de zaal verlaten, komt hij nog een keer het podium op en lacht.

Dit wordt wel wat.

Wie is Petrenko?

Kirill Petrenko werd in 1972 geboren in het Siberische Omsk. Zijn vader was violist en zijn moeder dramaturg. Als 2-jarige werd hij al aan de piano gezet: zijn vroegste herinneringen heeft hij aan de muziek van Tsjaikovski, Brahms en Rachmaninov. Als tiener toerde hij als pianosolist door de Sovjet-Unie, op zijn 18de verhuisde het gezin naar Oostenrijk, waar hij orkestdirectie ging studeren. Hij werkte bij de opera van Meiningen en bij de Komische Oper in Berlijn. Dit seizoen is hij (voor het laatst) ook nog chef bij de Bayerische Staatsoper in München.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden